Kraken in de hoofdstad is weer helemaal terug

Gratis aan de gracht

Door de enorme woningnood, vooral onder studenten, is het kraken in de hoofdstad weer helemaal terug. Maar het gaat de nieuwe krakers voornamelijk om woonruimte en minder om de subcultuur. Oudgedienden menen intussen dat kraken nooit echt is weggeweest.

Een jongen stapt wat voorzichtig de kelder binnen. «Het Studenten-Kraakspreekuur, is dat hier?» «Ga zitten», zegt kraakster Petra, terwijl ze alvast een map met gegevens en informatie openslaat. «Brand los.» De student: «Komende vrijdag sta ik op straat. Ik heb een verschrikkelijke huisbaas.» Hij laat een stilte vallen. Petra kijkt moeilijk. «Vrijdag? Zo snel kunnen we je niet helpen, er is nu niets vrij. Maar vanavond komen hier vijftien andere studenten om een kraakactie voor te bereiden. Daar kun je je wel bij aansluiten. Tot de kraak zelf moet je ergens logeren.»

Sinds de media-aandacht rond hun eerste kraak, het Olympisch Stadion, trekt het Studenten-Kraakspreekuur (SKSU) wekelijks zo’n vijftien studenten, allemaal wanhopig op zoek naar woonruimte. Douwe, derdejaars filosofie, was er vanaf het begin bij. Met vier andere studenten woonde hij een paar weken in het Olympisch Stadion. Toen de colleges weer begonnen, hadden ze geen tijd meer om hun plekje tegen de rechtmatige eigenaar te verdedigen, en nu wonen ze in een klein, maar mooi huis op loopafstand van de Dam. Ook gekraakt. De eigenaar van dat pand heeft nog niets laten horen, en Douwe verwacht er nog te wonen als hij straks aan zijn eindscriptie begint. «Ik sta al vanaf mijn eerste studiejaar ingeschreven bij Woonstichting De Key. Ze hebben me nog nooit aan woonruimte geholpen. Dat geldt trouwens voor iedereen die hier woont.»

Sinds woningcorporaties hun sociale woningen in de uitverkoop doen, is het aantal woningzoekende studenten volgens studentenunie Asva met vijftien procent gestegen. Woonstichting De Key zegt hard te werken aan doorstroming. Maar alleen al De Key heeft zevenduizend woningzoekende studenten, voor iets meer dan half zoveel kamers. Buiten woonstichtingen om ligt de huurprijs voor een kleine kamer al snel rond de vierhonderd euro. De wachttijd in het centrum is inmiddels langer dan de duur van een studie.

Veel studenten laten zich verleiden door bureautjes voor «kraakwacht». Een kraakwacht bewoont tegen lage huur een (kantoor)pand, om het tegen krakers te beschermen. Maar volgens het SKSU is dat een schijnoplossing. «Je mag nog geen punaise in de muur drukken, en je kunt er zo weer uitgezet worden. Je levert dus al je woonrechten in, terwijl je wel huur betaalt», legt men uit. Om gemakkelijk met kraakwachten te kunnen schuiven, worden de panden bovendien minimaal bezet. Met één bewoner per etage geldt een kantoor als «bewoond».

Het SKSU pakt de leegstand van kantoren efficiënter aan. Douwe: «Het Olympisch Stadion was natuurlijk een echte actiekraak. Onze prioriteit ligt bij grote kantoorpanden waar je vijftig studenten in kwijt kunt. Daarnaast kraken we misschien leegstand van De Key. Die moeten ons aan woonruimte helpen, maar dat doen ze niet.» Betekent het SKSU een heropleving van het kraken? Douwe twijfelt: «Een echte kraker zal zeggen van niet.»

«Echte» krakers wonen onder meer in Vrankrijk, een van de overgebleven kraak panden uit de roemruchte kraakjaren tachtig, aan de Spuistraat in Amsterdam. «Een heropleving van de kraakbeweging?» vraagt Arthur, in het kraakcafé van Vrankrijk. «Nee hoor. We zijn toch nooit weggeweest?»

Krakers zijn nooit helemaal weggeweest, en ook het verschijnsel «kraakspreekuur» is niet nieuw. Het ontstond al in de jaren zeventig, toen kraken nog vooral een praktische oplossing was voor een praktisch probleem. Wie woonruimte wil kraken, krijgt bij het spreekuur advies: welke rechten een kraker heeft en hoe je die afdwingt. Hoe om te gaan met de buren. En ook: hoe breek je een rolluik open? Hoe vervang je een slot?

In Vrankrijk wordt nog steeds wekelijks een kraakspreekuur gehouden, maar Arthur ziet geen toename van studenten. Volgens hem is het een bepaald type mensen dat kraakt. «In de jaren tachtig was het veel normaler om te gaan kraken. Die stap is nu wat groter. Mensen die toch gaan kraken, zijn politieker dan vroeger. Tegen het fascisme, tegen het kapitalisme. Het dierenactivisme wordt ook steeds belangrijker. We zijn met minder dan in 1980, maar op 2 februari 2002 stonden we er allemaal.»

Maar de handvol activisten die tijdens het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima op het Koningsplein stond, vormt niet de grootste aantrekkingskracht voor studenten. Want als er al sprake is van een heropleving van het kraken, dan zijn het juist krakers-in-engere-zin. Niet per se geïnteresseerd in anarchie en legerkisten, wel in gratis woonruimte. Douwe, van het SKSU: «Kraken wordt altijd geassocieerd met punk, antiglobalisten, noem maar op. Wij zijn juist heel laagdrempelig. Je hoeft echt geen veganist te zijn, of tegen de EU, om te kraken. Natuurlijk zit in elke kraker wel een beetje een wereldverbeteraar. Maar het is een heel divers soort mensen dat bij ons komt: ook keurige meisjes, opgemaakt en al. Het lijkt me fantastisch als we straks ook VVD’ers en het prototype bal aan woonruimte gaan helpen. Je hoeft maar één ideaal te hebben: betaalbare woonruimte voor studenten.»

Joris Maussen is eerstejaars student aan de Toneelschool, en kan geen betaalbare woonruimte vinden. Hij zag het briefje van het SKSU hangen, en vestigt daar nu zijn hoop op. Hoewel hij er niets op tegen heeft, voelt hij zich niet speciaal aangesproken door de krakerscultuur: «Het liefst zou ik alle voor delen van het kraken hebben: goedkoop wonen, vrijheid om te doen wat je wilt, maar dan met een groep mensen die mij ligt.»

Kraker Jop is wel een «echte». Hij staat achter de bar van kraakcafé Ratjetoe, waar het kraakspreekuur voor Amsterdam-West wordt gehouden. Hij draagt zwarte kleren en heeft wat hij zelf noemt een «kale knar». Hij is niet oud genoeg om de kraakrellen in de jaren tachtig te hebben meegemaakt, maar volgens Jop is de subcultuur van activisme alleen maar belangrijker geworden. «De totale beweging is veel kleiner dan vroeger, maar het aandeel politieke krakers daarbinnen is naar verhouding nu heel groot. Ik heb in een kraakpand gewoond op nog geen honderd meter van het huis van mijn moeder. Ik had zó haar souterrain kunnen krijgen. Maar kraken, dat hoorde bij die hele scene, bij de mensen met wie ik omging. Ik heb een tijd bij allerlei milieubewegingen gezeten, bij Groenfront! ook. Op mijn veertiende ging ik al uit in panden waar ik mijn muziek kon horen.»

Toch vindt Jop niet dat de kraakbeweging haar core business heeft verloochend. Ook woningzoekenden die niet uit de scene komen, en geen kraakervaring hebben, kunnen er terecht. Kraakspreekuur West trekt er gemiddeld één keer per week op uit om leegstand «open te trappen». Maar als krakers onterecht worden ontruimd, verzetten ze zich zelden. Jop: «Als je ergens jarenlang hebt gewoond, en je weet dat de eigenaar aan alle kanten fout zit, dan wil je zelf wel het dak op met wat verfbommen. Maar je krijgt de straat niet vol. Het is ook linker dan vroeger, want achter de ME staat twintig man arrestatie team. Voor één verfbom word je gepakt. In de rechtszaal kom je weer vrij, maar dan heb je al gezeten. Daar hebben de meeste krakers gewoon geen tijd voor. Waarom denk je dat we altijd op zondag kraken? Dan kan tenminste iedereen.»

De laatste grote ontruiming in Amsterdam, waar de ME met traangas tegen over brandende barricades en antivoertuigconstructies stond, was de slag om de Kalenderpanden in 2000. Voorafgaand aan de ontruiming schreef het actieblad Ravage!: «Ons [wordt] meermaals verweten dat in het pers beleid van de Kalenderpanden het thema ‹cultuur› te veel de boventoon voert, terwijl kraken in de eerste plaats een woonstrijd is. Laat dat hier dan rechtgezet worden: ook volgens ons gaat kraken over het opeisen van het recht om in primaire levensbehoeften te kunnen voorzien, waarbij wonen de belangrijkste is.»

Het is tekenend voor het karakter van de kraakbeweging in de laatste tien jaar. Activis me is maar één onderdeel van de subcultuur. Bij «fascisme» en «dictatuur van het kapitaal» steekt «leegstand» bovendien bleekjes af. De «oude» kraakbeweging heeft geen invloed op woningbouwbeleid. Haar acties zijn alleen nog een bevestiging van de karikatuur: krakers kraken nu eenmaal, en verder zijn ze nog tegen een hoop andere dingen. De Kalenderpanden zaten vol concertzalen, ateliers en repetitieruimtes waar krakers en kunstenaars onbeperkt konden experimenteren. Er waren veganistische restaurants, informatieavonden over Eta, en een benefietconcert voor de Animal Defense League. De Kalenderpanden zouden daarom als «broedplaats» een onmisbare culturele waarde hebben. Het protest was nauwelijks gericht op het bestrijden van woningnood. Volgens de website woonden er in de Kalenderpanden vijftien mensen. Wel heeft Amsterdam sinds een aantal jaar een heus broedplaatsenbeleid, dat moet voor komen dat de stad «aangeharkt en gefatsoeneerd» wordt.

Het SKSU heeft andere prioriteiten dan het beschermen van een subcultuur. De studenten hebben wel goede banden met de «gevestigde orde» binnen de kraakbeweging. Elke wijk in Amsterdam heeft zijn eigen kraakspreekuur, dus zodra de plannen voor een kraak concreet worden, werkt het SKSU nauw met de «echte» krakers samen.

Maar zelfs buiten het SKSU om slaan studenten aan het kraken. Student Emile kwam een half jaar geleden op straat te staan. Hij was niet bekend met kraken, maar had wel gezien dat aan de Brouwersgracht een pakhuis leeg stond. Emile: «Er hing een waarschuwing voor asbest, met de naam van een asbestruimingsbedrijf. Dat bedrijf heb ik gebeld. Ik deed me voor als bezorgde buurtbewoner. De directeur zei: ‹Maakt u zich geen zorgen, meneer, dat bord hangt er alleen maar om krakers af te schrikken›.»

Het SKSU was in die tijd nog in oprichting, dus ging Emile zelf naar Vrankrijk voor een «kraakhandleiding». Drie medestudenten waren snel voor het plan te porren. Ze hebben hard moeten verbouwen, maar hun enthousiasme voor kraken is er alleen maar groter op geworden. De gemeenschappelijke keuken is niet veel viezer dan die in een willekeurig ander studentenhuis. Alles is aangesloten, er is zelfs een internetverbinding. Als het mooi weer is, schuiven de bewoners het grote glazen raam open en drinken ze koffie in de zon, aan de Brouwersgracht. Met de buren hebben ze, op een enkele uitzondering na, goed contact. «We hadden een brief aan alle buurtbewoners gestuurd, om uit te leggen waarom we hier zitten», vertelt Emile. «Er stond ook in: ‹Wij zijn niet het prototype militante krakers.› Daar kregen we nogal kritiek op. Van prototype militante krakers dus.»

Alle vier zijn ze het erover eens dat de «echte» kraakbeweging goed werk doet. «Ze helpen je echt, daar zijn we heel dankbaar voor. Maar ik kan me niet met de beweging identificeren, ze heeft ideologieën die ik niet deel. Hoewel: als je gaat kraken, word je vanzelf steeds linkser. Zeker wat woonbeleid betreft», zegt Emile. Guido voegt daaraan toe: «Het stereotiepe beeld van kraken schrikt studenten af, dat is jammer. Wat mij betreft spreekt het SKSU dat vooroordeel nog niet genoeg tegen. Het gebruikt bijvoorbeeld nog steeds het kraakteken, en heeft op zijn poster iemand met een bivakmuts op. Daar moet juist een heel gewoon iemand staan. Tekst: ‹Voor nul euro aan de Brouwersgracht›. Dan bereik je echt die grote groep woningzoekenden.»

De politie laat desgevraagd weten dat ze zich nog geen zorgen maakt om studentenkrakers: «Er zijn nu ongeveer 175 kraakpanden in Amsterdam, waarvan we er af en toe een paar ontruimen. Het kan ons niet zo veel schelen met welke reden mensen kraken. De laatste jaren hebben we nauwelijks last bij ontruimingen.»

Douwe van het SKSU sluit niet uit dat studenten hun duur veroverde woonruimte zullen verdedigen: «Tot nu toe gaat het allemaal heel gemoedelijk. Maar soms denken mensen dat we hier voor onze lol zitten. Kraken is geen luxe. Dus als er rellen van zouden komen, dan is dat omdat we aandacht willen voor ons probleem. Bij onze laatste kraak kwamen twee dienders langs, die hadden nog nooit een kraak meegemaakt. Niet alleen studenten moeten weer even wennen aan het kraken, de politie ook.»