Economie

Gratis geld

Op de G20-top in Shanghai afgelopen weekeinde stond de kans op een nieuwe mondiale recessie centraal. Conjunctuur-watchers zijn nerveus.

In China, Rusland en Brazilië is de groei ingezakt, lage olieprijzen en dalende koersen ruïneren kwartaalcijfers met hier en daar een faillissement, miljarden aan investeringswaarde zijn verdampt.

Wat te doen? In Shanghai drong het IMF aan op meer overheidsinvesteringen en het afschrijven van schulden. Merk op hoe het Fonds opschuift. Het IMF was altijd de belangenbehartiger van crediteuren en kritisch op grote overheidsuitgaven; nu stelt het voor schulden weg te strepen en wijst onomwonden op de bezuinigingsschade. Veel helpt het niet. De in Shanghai vergaderende Europese ministers en centrale bankiers voelen zich gebonden aan euroregels uit de jaren negentig die zestig procent van het bbp als schuldplafond voorschrijven. Ook al is dat een willekeurige en intussen anachronistische regel die links en rechts overtreden wordt, ze bepaalt nog altijd de discussie.

Er is een alternatief. Bestedingen kunnen daardoor verruimd worden, zónder hogere staatsschulden: monetaire financiering. Ook wel ‘gratis geld’ genoemd. Het verschil met fiscale verruiming zit in de financiering van overheidsuitgaven. Gebruikelijk is nu dat de overheid schuldbekentenissen uitgeeft aan private investeerders in ruil voor geld. Bij monetaire financiering worden de schuldbekentenissen aan de centrale bank gegeven. De schuld groeit dan niet, want er ontstaan geen extra private claims op de overheid.

Het woord uitspreken wordt als onfatsoenlijk beschouwd in kringen van centrale bankiers en weldenkende politici. Zimbabwe! Weimar! (over anachronismen gesproken). Toch verwacht ik dat het IMF binnenkort weer een stukje verder opschuift en dit idee gaat propageren. Er zijn weinig andere opties meer.

Weet de markt beter dan de overheid wat acceptabel is?

Wat is er tegen? De overheid zou hiermee een gouden regel uit het bedrijfsleven volgen: always cut out the middleman. Door geld, dat toch al van de centrale bank en het banksysteem komt, te betrekken via de omweg van ‘de markten’ gunt de overheid private investeerders mooie marges. Uiteraard op te brengen door de belastingbetaler. Dat verandert dan. In die zin is monetaire financiering inderdaad ‘gratis geld’. Maar dat kan toch niet de reden zijn dat onze politici en centrale bankiers, die altijd zo prudent in het belang van de belastingbetaler handelen, hier tegen zijn?

Een mogelijk bezwaar: de overheid zou op deze manier niet meer door de markt gedisciplineerd worden. Ze zou zomaar kunnen doen wat ze wil, zonder rekening te moeten houden met de bereidheid van ‘de markten’ om haar schuldbekentenissen te kopen. Ik vind dit geen sterk argument. Weet de markt inderdaad beter dan de overheid welke schuldniveaus verantwoord zijn? Dat is een onberispelijk neoliberaal geloofsartikel, maar als feitelijke bewering twijfelachtig. Tijdens de gouden jaren van de euro kon Spanje tegen Duitse rentes van twee tot drie procent lenen; tijdens de eurocrisis werd het zeven procent. Beide extremen waren irrationeel. Zijn zulke schommelingen de discipline van de markt? Of is dit simpel sentiment?

Toch werd de afkeer van monetaire financiering door onze politici vastgelegd in het Verdrag van Lissabon. Artikel 123 zegt dat centrale banken nooit, nooit schulden direct van nationale of lokale overheden mogen kopen. In 2005 werd het Verdrag als ‘Europese grondwet’ per referendum door ons weggestemd. Weinigen zullen daarbij artikel 123 in gedachten hebben gehad, maar ik kan me geen betere reden voorstellen. Het Verdrag werd in 2009 alsnog goedgekeurd, net op tijd om in de eurocrisis die het jaar erop losbarstte een rampzalige rol te spelen. De crisis werd pas bezworen toen Mario Draghi in juli 2012 de befaamde woorden sprak dat hij whatever it takes zou doen om de euro te behouden – en daarbij hoorde het opkopen van staatsobligaties. Direct begonnen de rentes op obligaties van Spanje, Italië en Frankrijk te dalen: private investeerders kregen weer vertrouwen. Als ‘de markten’ maar weten dat er altijd vraag is naar obligaties, omdat er altijd een ‘buyer of last resort’ klaarstaat om ze op te kopen, kalmeert dat. Wie disciplineert hier eigenlijk wie?

De centrale bank is uiteindelijk de market maker voor staatsobligaties. Verzaakt ze die rol conform artikel 123, dan zijn de publieke financiën overgeleverd aan de grillen van de markt, met jaren van stagnatie en crisis als gevolg. Stabiele rentes en meer overheidsinvesteringen, met of zonder de markten gefinancierd, waren een beter antwoord op de laatste recessie geweest. Bij de volgende zal het niet anders zijn.

Houden we dogmatisch aan de zestig-procentnorm vast, dan gaat dat gratis geld er hoe dan ook komen.