Populisme als signaal

Gratis zilver

Trumps populisme is geen nieuw verschijnsel in de Amerikaanse politiek. Al anderhalve eeuw spreken zowel Republikeinen als Democraten ‘namens het volk’. Volgens politiek journalist John B. Judis moeten we hun verhaal telkens serieus nemen.

Medium hh 58963740

‘Iedereen zegt over het populistische programma van Trump dat zoiets “nog nooit eerder is voorgekomen”. Dat is onjuist. Zijn campagne past in een traditie van Amerikaans populisme die dateert uit de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Als je kijkt naar de geschiedenis, dan geven populistische tendensen telkens een signaal af dat het standaard wereldbeeld aan het afbrokkelen is.’

Aan het woord is John B. Judis, Amerikaans politiek journalist, schrijver van politieke essays en boeken en van het recentelijk verschenen The Populist Explosion: How the Great Recession Transformed American and European Politics. Ik spreek hem in een café naast zijn hotel in New York, waar hij een paar dagen verblijft voor de promotie van zijn nieuwe boek.

Judis springt tijdens ons gesprek met gemak van de opkomst van het rechts-populisme in Denemarken naar de samenstelling van het parlement in Finland, via Podemos en Syriza, langs Bernie Sanders, en dan weer terug naar Trump. Hij is duidelijk een allround politiek journalist die de grote lijnen ziet, maar opvallend genoeg moest hij zijn uitgever er vorig jaar nog van overtuigen om dit boek óók over Amerikaans populisme te laten gaan.

‘Toen ik in mei 2015 kwam met dit voorstel had je wel de Tea Party. Maar Occupy was eigenlijk doodgebloed en het leek erop dat toch het meeste gebeurde in Europa. Aan de linkerzijde in Griekenland, Spanje en Italië. En het rechts-populisme groeide vooral in Noord-Europa.’

In augustus ging Judis met zijn vrouw naar een rally van Trump in New Hampshire. ‘Er stond een enorm lange rij; het was duidelijk dat hier iets aan de hand was. Uiteraard sprak Trump over thema’s als immigratie, maar ook hoorde ik hem praten over hoe een fabriek van Ford was verhuisd naar Mexico, over het verlies van Amerikaanse banen door globalisering, over handelsverdragen, Nafta, China en Japan. Ik kreeg er hetzelfde gevoel van als wat Ross Perot opriep in 1992 en Pat Buchanan in 1996. Dat populistische, nationalistische element. Het was allemaal erg vergelijkbaar.’

Hoewel Judis erop wijst dat er net zo veel definities bestaan van populisme als van socialisme of liberalisme is de gemene deler telkens dat het gaat om een vorm van politiek denken (‘géén ideologie’) die zegt ‘het volk’ te vertegenwoordigen. Die groep is echter niet vastomlijnd: het kan gaan om de ‘werkende man’, de ‘zwijgende meerderheid’ of de ‘man op straat’.

Judis onderscheidt twee vormen. Linkse populisten organiseren ‘het volk’ tegen ‘de elite’ of ‘het establishment’; een simpele verticale lijn van een onder- en middenlaag die vecht tegen een top. Dit populisme is ‘dyadisch’, want het onderscheidt twee partijen die diametraal tegenover elkaar staan. Rechts-populisme vecht ook tegen een elite, maar beschuldigt die elite er tegelijk van een derde groep voor te trekken of te veel ruimte te geven. Denk aan immigranten, moslims of African Americans. Het rechts-populisme is ‘triadisch’, want het omvat drie partijen: er is een groep tegen wie het zich verzet, maar er is ook een groep waarop wordt neergekeken. Die twee of drie partijen zijn telkens duidelijk terug te vinden in elke populistische agenda. Slechts de groepen die eronder vallen verschillen.

Een volgend belangrijk kenmerk van populisme is dat eisen worden gesteld die niet realistisch zijn, of in ieder geval niet binnen het heersende regime kunnen worden ingewilligd. ‘Populisten geloven dat hun eisen belangrijk en gerechtvaardigd zijn, maar ze verwachten niet dat het establishment die eisen zal honoreren.’ Het eisen van bijvoorbeeld een muur die door Mexico moet worden betaald (Trump) of van Medicare voor iedereen (Sanders) is binnen de huidige politieke verhoudingen niet haalbaar. Judis begrijpt goed dat medische hulp voor iedereen in principe best valt te organiseren. Kijk maar naar Canada of sommige landen in Europa. ‘Maar’, zegt hij, ‘in de Amerikaanse context moet je daarvoor het hele systeem omgooien. En dus is het in die context revolutionair.’

Overigens is dit ook de reden dat populistische partijen vaak ‘floreren in de oppositie’ maar dat ze, eenmaal toegetreden tot het bestel, vaak terechtkomen in een ‘identiteitscrisis’. Dit is vooral in Europa, dat niet gehinderd wordt door het tweepartijenstelsel (waardoor populistische partijen dus sneller daadwerkelijk kunnen worden gekozen), vaak terug te zien. Het is nu eenmaal makkelijker om te roepen wat er allemaal fout is dan om daadwerkelijk zelf verandering te bewerkstelligen.

Medium portret 20judis 2cjohn c parks 2cchristopher

Judis begint zijn historisch overzicht bij de boerenallianties die eind jaren tachtig van de negentiende eeuw in de Verenigde Staten in opstand kwamen. De Plains, de grote vlakten in het Midwesten en het zuiden, zagen hun prijzen in de periode 1870-1890 met tweederde dalen. Eind negentiende eeuw werden deze Plains geteisterd door een droogte die hen ruïneerde. Meedogenloze treinmaatschappijen, die een monopoliepositie genoten, verhoogden in die tijd ook nog eens de transportkosten. Veel boerderijen konden amper nog quitte spelen. Tegelijkertijd stonden de lonen onder druk door goedkope arbeid van Chinese immigranten. Een recept voor grote onvrede.

In 1892 werd door onder meer deze boerenallianties de People’s Party opgericht, een partij die eiste dat de spoorwegen zouden worden genationaliseerd, dat iedereen vrije toegang zou krijgen tot gratis zilver en dat boerenschulden zouden worden verlaagd. Hoewel Chinezen in een pamflet van de People’s Party werden omschreven als ‘morele en sociale leprozen’ en in een ander pamflet werd gesproken van een ‘Mongoolse golf’ van immigranten richtte de woede zich toch vooral omhoog, tegen de ‘laissez-faire consensus van het establishment’.

De People’s Party was weliswaar geen lang leven beschoren, toch hebben de populisten uit die tijd volgens Judis een belangrijk effect gehad op de Amerikaanse, Latijns-Amerikaanse en Europese politiek. ‘Zij ontwikkelden de logica van het populisme, van een “volk” tegenover een “elite” die weigert de noodzakelijke hervormingen door te voeren. In de Amerikaanse context vormden zij het eerste signaal van de tekortkomingen van het tweepartijenstelsel. De populisten waren de eersten die de overheid vroegen om regulering en zelfs nationalisatie van industrieën die essentieel waren voor de economie. Ze wilden dat de overheid de economische ongelijkheid, die het kapitalisme tot gevolg had, zou opheffen. En ze wilden dat bedrijven minder macht zouden hebben in het bepalen van de verkiezingsuitslagen. Dit populisme had een directe impact op progressieve Democraten, zoals William Jennings Bryan, en zelfs op Republikeinen zoals Theodore Roosevelt en Robert La Follette. Uiteindelijk werd een groot deel van de populistische agenda geïncorporeerd in de New Deal.’

Chinezen werden in een pamflet van de People’s Party omschreven als ‘morele en sociale ­leprozen’

Vervolgens beschrijft Judis de populistische voorstellen van Huey Long, een politicus uit Louisiana die in 1930 werd gekozen in de Senaat. In 1932 steunde hij Franklin Roosevelt nog bij de presidentsverkiezingen, maar al snel daarna keerde hij zich tegen hem. In 1934 kondigde hij in een radioprogramma de oprichting van de Share Our Wealth Society aan. Het idee was om door middel van belastingen het inkomen per familie te limiteren tot één miljoen dollar en het vermogen per familie tot vijf miljoen. Op die manier zou elke familie in Amerika een household estate krijgen: voldoende voor ‘een huis, een auto, een radio en andere vanzelfsprekende gemakken’. Bovendien zou elke familie zowel een gegarandeerd jaarlijks inkomen hebben, ‘voldoende om een familie comfort te bieden’, als een gegarandeerd pensioen.

Long werd in de mainstream media belachelijk gemaakt. Zijn voorgestelde maatregelen waren draconisch en radicaal, maar uiteindelijk leidden Longs eisen van meer economische gelijkheid er wel toe dat Franklin Roosevelt zich zette aan de tweede New Deal, het begin van de moderne welvaartsstaat. En uiteindelijk zijn het de ideeën van Long die het links-populistische framework vormden dat uiteindelijk door Bernie Sanders werd overgenomen. Sanders’ ideeën en voorstellen passen in een lange lijn van de Amerikaanse populistische traditie: van de People’s Party tot Huey Long, van Ross Perot tot Occupy Wall Street.

Sanders’ campagne heeft nu op haar beurt weer belangrijke invloed op de Democratische Partij. Hillary Clinton heeft zich gedistantieerd van het marktliberalisme (in Europa meestal neoliberalisme genoemd) en heeft aangekondigd dat ze ‘oneerlijke handelsovereenkomsten’ afwijst. Ze heeft beloofd dat ze zal ‘opstaan tegen China’ en straffen zal uitdelen aan bedrijven die hun ‘banen overzee verplaatsen’. Toch gelooft Judis niet dat Hillary de facties in de partij zal kunnen verenigen, omdat de aanhangers van Hillary een deel van het electoraat niet serieus hebben genomen. ‘Trumps kiezers verwerpelijk noemen? Nou ja, dat vat het toch wel zo’n beetje samen, denk ik’, zegt Judis. Ook van Sanders zelf verwacht hij weinig invloed na de verkiezingen. Wel ziet hij een belangrijke rol weggelegd voor andere prominente Democraten zoals Elizabeth Warren en Sherrod Brown.

Een vergelijkbare lijn trekt Judis van het populisme van George Wallace in de jaren zestig naar de kandidatuur van Pat Buchanan en Donald Trump. Hoewel de jaren zestig vooral bekendstaan als een linkse periode was dit ook de tijd waarin de radicaal rechtse populist Wallace veel volgers kreeg. Wallace was fel gekant tegen raciale integratie. Zijn slogan was: ‘Segregatie gisteren, segregatie vandaag, segregatie morgen.’ Dit was de kern van zijn boodschap, maar hij goot die in de vorm van een verzet van de ‘kleine man’ tegen de tirannie van de bureaucratische macht van Washington. Hij was vooral populair onder wat later de Middle American Radicals werd genoemd: een mix van links en rechts die gemeen hadden dat ze het gevoel hadden dat de middenklasse ernstig werd genegeerd.

Uiteindelijk namen de Republikeinen de ideeën over de rol van de regering en de rechten van staten van Wallace over, tezamen met zijn populistische anti-elitaire (anti-Washington) politiek. Toen echter Pat Buchanan in zijn campagnes van 1992 en 1996 en Trump in zijn campagne van 2016 opnieuw tapten uit het onstuimige populisme van Wallace en zijn Middle American Radicals-volgelingen mobiliseerden zij die woede inmiddels juist tégen de meer traditionele Republikeinse aanhang.

Dat populisme door sommigen toch vooral met rechts wordt geassocieerd, vindt Judis niet vreemd. ‘De eerste populistische Europese partijen waren immers rechts. Ze gaven de elite de schuld van immigratie, misbruik van de welvaartsstaat et cetera. Daarom is in Europa de term veelal beschuldigend gebruikt door politici en academici aan de linker- en centrumzijde van het politieke spectrum. Toch zijn in Europa de laatste tijd ook veel links-populistische partijen opgestaan die hun woede richten tegen de overheid van hun land en vooral ook tegen Brussel.’

Daarbij wijst Judis erop dat er een groot verschil bestaat tussen Amerikaans en Europees populisme. Dat verschil zit met name in het meerpartijensysteem van Europese landen. ‘Veel landen kennen een systeem van proportionele representatie dat kleine partijen in staat stelt toch een stem te hebben, zelfs als je maar een klein percentage stemmers hebt.’

Overigens is Judis’ inschatting dat Trump zal verliezen en dat Amerika de komende tien jaar op deze voet zal doorgaan, oftewel zonder een fundamentele verandering van het heersende wereldbeeld (dit gesprek vond plaats vóór de bekendmaking van de seksistische tapes van Trump). Daarvoor verwijst hij naar de economie, die daarin volgens hem doorslaggevend is. ‘Onze positie in de wereldeconomie is nog steeds vrij sterk. We hebben nog steeds erg veel flexibiliteit doordat de dollar fungeert als internationale munteenheid.’

Europa maakt veel meer kans om de komende tien jaar een ‘cataclysmische verandering’ door te maken, denkt hij: ‘Dat komt door de euro. Die maakt het heel moeilijk voor Zuid-Europese landen om uit de recessie te komen.’ Uiteindelijk zal het systeem in de VS ook niet houdbaar blijken, maar voorlopig ziet Judis die omslag nog niet komen. ‘Wij zitten in een symbiotische relatie met Azië als je kijkt naar handelstekorten en -surplussen. Als die relatie ooit serieus wordt bedreigd, dan zijn wíj echt in de problemen.’

Wat Judis stoort in discussies over zowel het Europese als het Amerikaanse populisme is de hardnekkige vergelijking met het fascisme uit de jaren dertig van de vorige eeuw. ‘Continu die vergelijking met Hitler en Mussolini; dat is echt een verkeerde manier om hierover na te denken.’ Hij begrijpt best dat mensen bang zijn en natuurlijk kunnen er ‘slechte dingen gebeuren’, maar de omstandigheden zijn totaal verschillend. De fascisten hadden een enorme expansiedrift en een imperialistische agenda. ‘Trump wil helemaal niet Mexico overnemen of binnenvallen. Hij wil dat er geen Mexicanen binnenkomen. Dat is iets totaal anders. Ook in Europa willen de populisten zich juist afsluiten van de wereld in plaats van zich uitbreiden.’

De morele verontwaardiging waarmee dergelijke onjuiste historische vergelijkingen worden gemaakt, zorgt ervoor dat het nog moeilijker wordt om uit te zoeken waaróm bepaalde populistische stromingen zo resoneren bij het publiek en hoe ze wijzen op échte problemen. De populistische eisen van dit moment, in zowel Europa als de VS, worden niet altijd even netjes geformuleerd. Ze getuigen vaak van onwetendheid en soms stellen ze zelfs democratische normen ter discussie. ‘Toch laten ze scheuren zien in het kleed van geaccepteerde politieke wijsheid.’

Judis schrijft in zijn boek: ‘Misschien zag de People’s Party gratis zilver onterecht als panacee voor alle problemen, maar de groep had gelijk met het verwerpen van ongereguleerde financiën, groeiende ongelijkheid en een corrupt en ondemocratisch politiek systeem. Misschien klopten de berekeningen van het Share Our Wealth-plan van Huey Long niet, maar ze zorgden er wel voor dat Roosevelt aandacht ging besteden aan de verdeling van rijkdom. Misschien zouden Sanders’ plannen voor gratis gezondheidszorg en gratis onderwijs moeten worden aangepast, maar de kern van die plannen bestaat wel uit belangrijke doelen die tegemoet komen aan de angsten van veel Amerikanen. Misschien hamert Trump veel te veel op zijn dreigementen tegen China of tegen bedrijven die hun fabrieken willen verplaatsen naar Mexico, maar hij heeft gelijk dat er een probleem is met de Amerikaanse handel met China en met ongestoord wereldwijd verkeer van kapitaal.’

Judis toont aan hoe belangrijk het is om de politieke geschiedenis van het populisme intensief te bestuderen. Want telkens heeft het populisme een belangrijk signaal afgegeven. En in plaats van dit signaal arrogant te negeren, of boos terzijde te schuiven, wat nu vaak gebeurt, zouden we er juist ruimschoots aandacht aan moeten geven. Populisme schetst wellicht eerder het probleem dan dat het een oplossing voor dat probleem biedt. Het vraagt aandacht voor misstanden en onvrede zonder direct een helder alternatief aan te dragen. Maar uiteindelijk leert de geschiedenis dat de ideeën van de populistische groepen telkens op de lange termijn worden geïncorporeerd in een fundamenteel nieuw wereldbeeld. Judis’ historische en vergelijkende analyse van het populisme laat dit duidelijk zien. ‘Met mijn boek probeer ik de toekomst te begrijpen in historische termen.’


Beeld: (1) 19 augustus 2016, Central, Louisiana. Donald Trump bij een bene etbijeenkomst (William Widmer / The New York Times / HH); (2) ‘Ook in Europa willen de populisten zich juist afsluiten van de wereld in plaats van zich uitbreiden’ (Christopher Parks / Bostonglobe.com)