Gre knetemann vrouw van gerrie knetemann

‘Gerrie fietste en ik fietste. Ik was drieëntwintig, werkte in mijn vaders slagerij. Op de fiets bij klanten langs, mand met bestellingen achterop. Gerrie was toen amateur. Hij stuurde kaartjes uit het buitenland. Toen ik zelf een buitenlandse wedstrijd had, dacht ik: als jij kaartjes kan sturen, kan ik het ook. Zo is het eigenlijk begonnen.

Tijdens een kampioenschap reed ik lek. Bij het wisselen van mijn wiel zag Gerrie dat ik Shimano-remmen had. “Dat gedonder moet af wezen”, zei hij, “ik haal de Campagnolo’s van mijn reservefiets af en zet ze er bij jou op.” Typisch Gerrie, altijd geven. Want geld om nieuwe te kopen, had hij niet.
Eigenlijk wist ik meteen dat híj het was. Na ons trouwen werd Gerrie beroeps. We verschilden wel ’s van opvatting. Bij het wereldkampioenschap trok hij de sprint aan. Ik had het vanuit de tweede positie gedaan. Maar ja, hij won. En de winnaar heeft altijd gelijk!
Ik ben met fietsen gestopt toen ik in verwachting was. Dat ging vanzelf. Nu zeg ik wel ’s: er had méér in gezeten. Maar je moet er niet te veel bij stilstaan, dan ga je het nog geloven ook. Ik heb wereldkampioenschappen gereden, veel bereikt, maar Gerrie was gewoon beter!
Het zou me ook zwaar zijn tegengevallen om alles voor de sport op te offeren, denk ik. Want het is afzien, hoor.
De keerzijde is dat híj nu bekende Nederlander is. Maar ík heb dan weer het geluk dat ik overal met Gerrie mee naartoe mag.
We hebben al drie keer meegelopen met de Marathon van New York. Vorig jaar kreeg ik last van mijn knie. Het was wel zuur toen ik al die mensen zag in dat T-shirt dat je na afloop krijgt. Ik had Gerries T-shirt direct aangemogen, maar ja, dat is niet hetzelfde hè.
Soms heb ik er moeite mee, als mensen zich onvriendelijk opstellen. Dan zeggen journalisten je amper gedag, maar ze nemen wel bezit van je huis en verlangen ook nog een kopje drinken. Dan zeg ik tegen Gerrie: “Dat zie jij toch, dat ik genegeerd word!”
Nu denk ik: er zijn ergere dingen. Maar dat zie je dan niet, dan ben je echt kwaad.
Dat we het zo lang met elkaar uithouden is een kwestie van geven en nemen. Gerrie zegt altijd: als jij geeft, dan neem ik. Maar Gerrie is een grappenmaker.’