Opheffer

Greed is good

Wat is er eigenlijk tegen hebzucht?
Het wordt altijd gezien als een slechte deugd. Hebzuchtige mensen zouden geen aardige mensen zijn. Die willen namelijk nooit iets delen.

Medium opheffer milo hebzucht

Maar waarom zou je iets delen als je daar geen voordeel bij hebt?
Ik hou heel erg van mijn hond en ik deel wel eens een koekje met haar. Maar zij heeft nooit haar eten met mij gedeeld. Integendeel. Niemand deelt iets in de natuur, tenzij er voordeel mee te behalen valt.
Over hebzucht praat ik tegenwoordig vaak - gewoon, om te horen wat men ervan vindt.
Conclusie: niemand, behalve ik, houdt van hebzucht.
Dan zeg ik: ‘Maar deel jij je vriendin? Zou jij, als je een betere vriendin kon krijgen, de betere vriendin dan laten lopen? Deel jij je geld met je beste vrienden? Deel je al je gedachten met anderen?’
Je komt dan in vreemde discussies terecht.
Hebzucht wordt pas negatief als het over geld gaat, en dan nog boven een bepaald bedrag.
Wanneer iemand een miljard verdiend heeft, dan vindt men het 'best kunnen’ dat zo iemand meer dan zeventig procent belasting betaalt, want dan houdt hij nog genoeg over.
'Genoeg voor wat?’
'Om te leven.’
'Hoe te leven?’
'Goed te leven.’
'Wie bepaalt dan wat goed is?’
Door hebzucht te bestrijden, wil men je in een bepaald moreel kader duwen. Je mag best veel geld verdienen, maar niet 'te’ veel. Maar wie maakt uit wat dat 'te’ is?
Laatst ging ik - op mijn leeftijd - bijna vechten met een Beroemd Acteur, die zei dat wanneer alle Quote 500-miljonairs in Nederland meer belasting gingen betalen er niet bezuinigd hoefde te worden op de kunst. Ik zei toen dat iemand die in die lijst stond al honderden miljoenen belasting betaalde en dus meer financieel bijdroeg aan de kunst dan ik of hij, zonder daaraan enige rechten te kunnen ontlenen. Ik zei dat iemand die driehonderd miljoen belasting betaalde, wat mij betreft, best op de eerste rij van een voorstelling zou mogen zitten. Dat gesprek liep uit de hand. Zeker toen ik meldde dat negentig procent van de inkomstenbelasting in Nederland opgebracht wordt door de hoogste inkomens. (Ik haal dit uit de krant.)
Zonder de hebzucht van de rijken was er helemaal geen subsidie voor de kunst.
Ikzelf heb een gebrek aan sommige hebzuchtigheden. Ik ben bijvoorbeeld slordig met geld geweest. Mijn leven was zeker 'rijker’ geweest als ik me wat hebzuchtiger had gedragen.
Ik leed aan de gemakzucht van een eenvoudig moreel kompas waardoor de zin 'ik haat hebzucht’ je morele status wat glans gaf.
Ik was hebzuchtig op gebieden waarvan ik vermoedde dat het er niets toe deed. Hebzuchtig in de seksualiteit bijvoorbeeld - alles naaide ik wat er te naaien viel. Hebzuchtig als het om boeken ging. (Desnoods stal ik ze.) Hebzuchtig als het om verkoop van mijn antiquarische boeken ging. (Ik heb de mensen wat opgelicht!)
Overal waar ik hebzuchtig was, bevredigde mijn daarmee behaalde succes me.
Maar hebzuchtig met geld was ik niet, en daarvan heb ik nu spijt.
Ik heb daarin ook opvoedingsfouten gemaakt. Want ik, kind van de jaren zestig, meende dat ik mijn kind uit de jaren tachtig wat geleende morele waarden moest meegeven.
'Je moet meer hebzuchtig zijn’, schreeuw ik nu tegen mijn dochter.
'Doe niet zo walgelijk, pap.’
Een bankdirecteur die een bonus krijgt, terwijl zijn bank geld moet lenen van de overheid, vinden we moreel verkeerd - maar we vinden het toch niet verkeerd dat er contracten worden gesloten? Die bank heeft hoogstens verkeerde beslissingen genomen, of de raad van commissarissen die dit heeft toegestaan, maar die bankdirecteur toch niet? Die wil het beste voor hem en zijn kinderen en misschien ook wel het beste voor de samenleving, want hij betaalt ook veel belasting.
Dat wil niet zeggen dat hij niet een schoft kan zijn.
Ik zou, in financieel opzicht, met zo'n schoft best willen ruilen.