Kunst

Greenaways vingertje

Kunst: Fort Asperen Ark

Een van de suppoosten laat buiten een kikkertje vrij. Sinds Peter Greenaway voor zijn spektakel Fort Asperen Ark, a Peter Greenaway Flood Warning de kelder van het fort onder water zette, is het er goed toeven voor de beestjes. Al bijna vijfduizend paar laarzen waadden door de kelder. «En het is zonde als ze worden vertrapt.»

Het twee eeuwen oude Fort Asperen, gelegen in het Gelderse Acquoy, is een zogenoemd torenfort, vroeger deel van de Hollandse Waterlinie. Tweejaarlijks trekt de stichting Fort Asperen een kunstenaar aan om een multimediale manifestatie in het monument te realiseren. Om aandacht te vragen voor de locatie en architectuur van het fort, maar ook om geld in het laatje te brengen, want de vesting raakt steeds verder in verval.

Peter Greenaway is vooral bekend als controversieel cineast. Eerder stelde hij in Nederland de tentoonstelling The Physical Self samen uit de collectie van museum Boijmans Van Beuningen. Als uitgangspunt voor de manifestatie in Fort Asperen gebruikte Greenaway een fictief scenario, waarin Nederland binnen tien jaar zal overstromen. «De ijskap smelt, de zee stijgt; Amerikaanse deskundigen hebben de zakenwereld gewaarschuwd niet in Nederlandse ondernemingen te investeren», zo schrijft hij. Greenaway en zijn team, The Kasander Film Company, plaatsten dit scenario in een bijbelse context. Zij maakten het fort tot de heilige berg Ararat, het veilige hoge punt in de zondvloed.

De tocht door het fort begint in de ondergelopen kelder; op de begane grond staat de komst van het water centraal. De kunstenaar richtte de ruimten op deze verdieping in als een survivalpakket, met attributen om de zondvloed te overleven. Een verdieping hoger toont Greenaway de hoop na de zondvloed. Op glazen platen wordt een regenboog geprojecteerd en in de kamers staan telescopen, plattegronden en codeboeken. Boven op het fort ten slotte bevindt zich een gesimplificeerde ark.

Greenaway en zijn team hebben hun scenario prachtig vormgegeven en veel oog gehad voor de mogelijkheden van het fort als expositieruimte. De donkere krochten maakt Greenaway extra mysterieus en soms zelfs eng door ze in nevel te hullen en er geluiden van kletterende golven te laten klinken. Hij hing knipperende gloeilampen op, alsof de stroom bijna uit zal vallen.

Het overlevingsmateriaal is uitgestald in koffers. Op de begane grond is een koffer met flesjes alcohol opgehangen aan het plafond. Niet om dronken te worden, maar wel om wonden schoon te maken en, voor wie het nodig heeft, te helpen vergeten. Onder de koffer liggen tientallen porseleinen hondjes. De middelste nog heel, maar die aan de rand verbrijzeld. Dit beeld geeft de tendens van de expositie goed weer. Greenaway kan 46 ruimtes volstoppen met spullen zonder te vervelen.

Toch voelt het alsof hij met een geheven wijsvingertje achter je staat. «I’m not a preacher», zei Greenaway toen hij zelf in Acquoy bezoekers rondleidde en vragen beantwoordde. Maar ideeën uitwisselen, daar houdt hij wel van. Niet te veel alcohol: daar sneuvel je van, net zoals de hondjes. Pas op voor de natte kelder, metafoor voor de hel. Kijk uit naar de veilige ark, symbool voor de hemel. Tot zijn spijt had Greenaway maar 46 kamers. Liever had hij tweemaal zo veel ruimtes tot zijn beschikking gehad, 92 is immers het atoomnummer van uranium. Want kernenergie zal de wereld nog eens verwoesten zoals de zondvloed ooit deed.

Fort Asperen Ark heeft geen tekort aan diepgang, eerder een overdaad aan tekens en verwijzingen. Ook een varken hoort thuis in het overlevingspakket, omdat ieder lichaamsdeel wel ergens voor te gebruiken is. Het beest drijft dood op z’n zij in een laag water in een van de voormalige officierenkamers, omgeven door wat objecten en in zijn eigen ontlasting. Dat Greenaway belerend kan overkomen, zij hem vergeven. Hij verpakt zijn ideeën in fascinerende beelden.

Tot 24 september. Fort Asperen, Langendijk 60, Acquoy