Kerstverhaal

Greep

Op de reclameborden langs de A2 staan breed lachende radiopresentatoren met kerstmutsen op, ze heffen een glas champagne. Achter hen is een chique gedekte tafel te zien en daar weer achter, buiten de foto, de grote gele M van de McDrive. Het is precies een jaar geleden dat George Michael overleed. Ralf heeft zin om Wham! op te zetten, even in de stemming komen, maar hij durft niet. Hij kijkt opzij, naar Vincent die zich over het stuur gebogen heeft, en denkt aan de periode waarin ze elkaar nog maar net kenden, avonden lang wijn dronken en steevast halfnaakt boven op elkaar op de vloer eindigden. Toen had Vincent nog geen commentaar op Ralfs muzieksmaak. Maar nu kan Vincent die troep niet meer horen, zegt hij. Nu houdt Vincent van klassiek. Ralf zet de radio aan en de auto vult zich met journaal. Het journaal is veilig, niemand durft te zeggen dat hij niet van het journaal houdt.

Small heimlich op maat

In de keuken van Vincents ouderlijk huis is Isobel, de vrouw van Vincents broer Casper, het voorgerecht aan het bereiden. Ralf weet hoezeer ze rond deze tijd van het jaar haar Colombiaanse familie mist. Hij kijkt naar haar. Een paar jaar geleden barstte ze in huilen uit boven de pavlova, sindsdien wordt het onderwerp gemeden en is de pavlova van het menu verdwenen. Haar lange blond geverfde haren heeft ze in een theedoek geknoopt, ze haalt de pit uit een avocado.

‘Kan iemand me misschien even de balsamicoazijn aangeven?’ roept Isobel naar de woonkamer.

‘Kan Shakira misschien even haar mond houden?’ zegt Vincent in de woonkamer tegen Britta, Casper en Isobels enige dochter. Britta lacht. Sinds een paar jaar vindt Britta alles wat haar moeder doet irritant en Vincent weet altijd goed uiting aan dat gevoel te geven. Haar eigen geblondeerde haren heeft ze met glitterschuifjes vastgemaakt, haar strapless galajurk duwt haar borsten richting haar bolle gezicht: een en al rondingen rond haar nek, die zich nog maar nauwelijks als nek weet te manifesteren. Het is de reden dat ze doorgaans alleen veel te grote hoodies draagt, al zal ze zeggen dat ze die gewoon lekker vindt zitten als je ernaar vraagt. Vincents moeder zet een wijnkoeler op tafel. Boven de tafel hangt een antieke kroonluchter met moderne lampjes in verschillende kleuren.

Britta heeft voor het eerst een vriendje meegenomen, een jongen die ze kent van een hockeyfeest. Hij heeft zijn pas volgroeide lijf in een veel te krap pak gestopt, het knoopje van zijn broek staat nu al op springen en er is nog geen gang geserveerd. Hij heeft veel gel in zijn haar. Ralf kent dit soort jongens wel, ze komen bij bosjes stage lopen bij het entertainmentbedrijf waar hij werkt, maar voelen zich te goed om de koffie te halen. Hij ziet dat de jongen zweetplekken onder zijn oksels heeft. Hij heeft al een paar keer geprobeerd iets te zeggen, maar Britta valt hem steeds in de rede.

Als Ralf niet bij het entertainmentbedrijf was gaan werken, had hij iets praktisch willen doen. Met praktisch bedoelt hij: in de buitenlucht, want productiewerk is natuurlijk ook best praktisch. Iets op zee misschien, iets zwaars: hard werk met je gezicht in de gierende Noordzee-wind, zoveel reuzenkrabben, kreeften, schollen en oesters verslepen dat je de kou niet meer zou voelen.

‘Met die scharminkelige armen van jou? Ik denk niet dat jij daar sterk genoeg voor bent.’ Vincents stem zit tegenwoordig in Ralfs hoofd, veel van wat hij denkt hoeft hij niet eens meer uit te spreken om het antwoord van Vincent te kunnen horen. De stem heeft gelijk, hij heeft weinig kracht in zijn lijf. Hij voelt zijn armen slap langs zijn romp hangen. Zelf gaat Vincent, sinds hij een rol in een bekende tv-serie heeft gekregen, steeds vaker naar de sportschool, zijn biceps lijken in iedere aflevering gegroeid. Volgens de casting director die hem de rol bezorgde heeft hij zo meer kans op nóg een grote rol. Minstens twee keer per week haalt de director hem op om met dumbells en corebags aan zijn carrière te werken.

Zwijgend werkt de vader van Vincent en Casper zich op de bank door de liflafjes, die de eerste twee gangen vormen, heen. Het valt Ralf op hoezeer Vincent, Casper en hun vader op elkaar lijken. Alle drie te brede schouders voor een hoofd dat toch echt aan de kleine kant is, alle drie donkere krulletjes. ‘Niet te veel drinken’, zegt de moeder. Het is niet duidelijk tegen wie ze het zegt, tegen zichzelf misschien, ze zit al aan haar derde glas sherry. Ralf likt wat mozzarellaschuim van zijn bovenlip.

Niemand heeft de gevulde avocado van Isobel helemaal opgegeten, Ralf heeft zo veel mogelijk van de zijne tegen de bovenkant van zijn lepel geprakt en de rest onder een stukje brood geschoven. Hij schenkt zichzelf nog wat wijn in.

‘Ben jij eigenlijk wel eens met een vrouw naar bed geweest?’ vraagt Britta aan Vincent terwijl ze de salade doorgeeft. ‘Ben je daar niet stiekem heel erg nieuwsgierig naar?’ Ze kijkt nu naar hen allebei. Er zit een veeg mascara op haar rechter ooglid.

‘Het ruikt daar beneden naar gebakken kibbeling’, antwoordt Vincent. Hij trekt zijn mondhoeken in walging omlaag, de pezen van zijn hals spannen zich aan. ‘Dat doe ik mezelf niet aan.’ Ralf wil zeggen dat hij best wat gebakken kibbeling zou lusten, de gerookte forel is droog en zit vol graten. Maar kibbeling is ordinair, aldus Vincent die sinds hij een bekend acteur is elk weekend visseneitjes mee naar huis neemt.

Stel je voor dat Leonardo DiCaprio opeens de heimlich­manoeuvre bij Kate Winslet had uitgevoerd

‘Is jouw vriendje niet stiekem heel erg nieuwsgierig naar seks met een man?’ vraagt Vincent.

De vader begint te hoesten en stoot de zoutmolen om, zout hagelt op de grond. Hij wijst naar een van de graten op zijn bord. Casper reikt hem een glas water aan, hij wappert het weg met zijn servet.

‘Iemand nog aardappels?’ Isobel kijkt de tafel rond. Het rood van een van de kroonluchterlampjes weerspiegelt in haar ogen, alsof ze op een slechte kleurenfoto staat.

De vader blijft hoesten en zit nu dubbel geklapt op zijn stoel, horizontaal hoest hij tegen het broodmandje aan. De kat is aan komen lopen, likt aan het zout.

‘Doe iets’, zegt Vincents moeder.

Ralf denkt aan de heimlichmanoeuvre die hij in de tweede klas van de middelbare school leerde tijdens een blok ehbo-lessen op vrijdagmiddag. Maar hoe ging die ook alweer? Je moest iemand van achter omhelzen en dan naar je toe trekken. Hij ziet voor zich hoe hij naar Vincents vader loopt, zijn armen om hem heen slaat en het middenrif naar zich toe rukt. Eén hand tot vuist gebald. Zoiets. Maar was het het middenrif of moest je lager zijn? Hij durft de greep niet uit te voeren, het is te lang geleden. In gedachten knakt hij de ruggengraat van Vincents vader zo in twee stukken, als een stukje gedroogd riet.

Casper heeft 112 gebeld. Daarna heeft hij de telefoon aan Isobel gegeven en nu probeert hij zijn vader opnieuw water te laten drinken. Het maakt het hoesten alleen maar erger. Isobel loopt driftig heen en weer en roept in de telefoon dat ze moeten opschieten. Onder de armen van Britta’s vriend groeien de zweetplekken, Vincent is opgestaan en kijkt vanaf een afstandje naar wat er zich voor zijn ogen afspeelt. Voor het eerst in tijden weet hij niet wat hij moet zeggen. Zijn vaders gezicht begint paars te worden.

Ralfs gedachten zweven verder. Hoewel de heimlichgreep tot inwendige bloedingen kan leiden, heeft de greep iets vriendelijks, iets intiems, vindt hij. Het is toch een beetje alsof je een geliefde van achter omhelst: de voorste persoon moet de achterste volledig vertrouwen. Een onderdanig en een dominant persoon. Hij denkt aan de beroemde scène op de voorsteven in de film Titanic. Stel je voor dat Leonardo DiCaprio opeens de heimlichmanoeuvre bij Kate Winslet had uitgevoerd, vuist hard tegen haar maag geduwd. Wat was er uit haar luchtpijp gekomen? En uit de kelen van de miljoenen geliefden die de scène in de loop van de jaren naspeelden? Wat als de greep naast stukjes eten ook woorden los kon rammelen? Eén onverwacht, onvoorbereid woord, het woord dat je je geliefde het liefste zou zeggen, maar dat je al die jaren je strot niet uit kreeg. Ralfs woord voor Vincent: stop.

De persoon aan de andere kant van de lijn probeert Isobel te vertellen waar precies ze op haar schoonvaders rug moet slaan. Casper tilt zijn vader tien centimeter omhoog uit de stoel, Isobel slaat zo hard ze kan tussen de schouderbladen. Er ligt ondertussen meer bestek op de grond dan op tafel.

Hoe zou zo’n heimlichgreep eigenlijk ontdekt zijn? Had je daar heel veel anatomische kennis voor nodig, of vooral een flinke dosis geluk? En in allebei de gevallen: waarom duurde het tot 1974 eer iemand, om precies te zijn Henry Heimlich, de greep bedacht? Al die tienduizenden jaren dat er mensen stikten in hun eten – en een kleine ingreep had hen kunnen redden. Dodelijke keizerlijke banketten, noodlottige hosti’s, fatale galgenmalen – er bestond zelfs al Lego nog voordat men een goede manier kende een ingeslikt stukje plastic uit de luchtpijp van een kleuter te krijgen.

Isobel zit op haar knieën en slaat een kruis. Haar schoonvader, onderuitgezakt op zijn stoel, de ogen gesloten, rochelt nog maar een heel klein beetje. Er loopt slijm, dat mogelijk meer snot dan slijm is, over zijn kin. Vincents moeder huilt zo hard dat ze de ambulance pas horen als hij de oprit op rijdt. Britta’s vriendje doet open. Een drietal mensen stormt naar binnen. Ralf weet niet waarom, maar hij begint de tafel af te ruimen. Vincent heeft zich opgesloten op de wc.

Ronald Reagan werd wel door de heimlichgreep gered, net als Ed Koch, Elizabeth Taylor, Carrie Fisher en Cher

Tennessee Williams had misschien wel gered kunnen worden door de heimlichgreep als die in zijn tijd al bestaan had, net als Jimi Hendrix, die in 1970 stikte in zijn eigen braaksel nadat hij wijn met slaappillen had gecombineerd. Zouden er omstanders geweest zijn die uitriepen: ‘Hij stikt! Wat moeten we doen?!’ En zouden die dan vier jaar later geroepen hebben: ‘Hij stikt! Doe de heimlichgreep!’?

Het ambulancepersoneel laat brokken modder achter op het parket, ze buigen zich over de vader heen en scheuren zijn overhemd van zijn lijf. Na een seconde of tien lijkt er eindelijk iets los te komen. Maar bij bewustzijn is hij niet meer. Een van de vrouwen in geelgroen pak knijpt tevergeefs hard in de monnikskapspier. Ze kijkt naar haar collega.

Ronald Reagan werd wel door de heimlichgreep gered, net als Ed Koch, Elizabeth Taylor, Carrie Fisher en Cher.

God, Cher. Die mag Ralf ook niet meer luisteren van Vincent.

De vader wordt op een brancard gehesen, zijn opengescheurde overhemd hangt in flarden om hem heen, zijn bierbuik puilt over zijn broeksriem heen. Razendsnel rollen ze hem naar de ambulance. De moeder en Britta hebben de armen om elkaar heen geslagen, hun lippenstift is het enige in hun gezicht dat nog kleur heeft. Ralf haalt Vincent van de wc, die zegt dat hij heeft moeten overgeven. De ambulance zakt weg in het grind van de oprit, de steentjes kletteren tegen de cabriolet van Vincents moeder wanneer de rijdende broeder gas geeft. Wat geeft het, ze rijdt er zelden in.

Op 96-jarige leeftijd redde Henry Heimlich eindelijk zelf iemand met zijn manoeuvre, zijn eigen vrouw om precies te zijn. Nog geen jaar later overleed hij aan een hartaanval. Wanneer zou de hartmassage eigenlijk ontdekt zijn? Of zou er een andere, betere maar nu nog onontdekte techniek zijn om mensen te redden na een hartaanval? Ralf vraagt zich af wat hij zou doen als Vincent zou overlijden. Do you believe in life after love?

Isobel rijdt met iedereen in haar stationcar achter de ambulance aan, maar verliest hem al snel uit het oog. Achter de ramen van de huizen zijn kerstbomen te zien, soms met silhouetten van families eromheen. Ralf zit dicht tegen Britta’s vriend aan en kan zijn zweet nu voor het eerst ruiken. Angstzweet. Ralf wil hem geruststellen, zijn naam zeggen, maar hij is hem vergeten. Het was iets korts met een B. Ben of Boy, Bas misschien.

De vader wordt aangesloten op een netwerk van slangetjes, zijn lichaam is bedekt met bloeduitstortingen. De verpleegkundige heeft het over mogelijke hersenschade, maar ze zullen moeten wachten tot hij bijkomt, als hij bijkomt. Ze stuurt de familie naar een automaat met koffie en thee. Er komt een miezerig straaltje uit.

‘Wil er iemand een kransje?’ vraagt Isobel terwijl ze een zak chocolaatjes uit haar handtas haalt. ‘Of de Cosmopolitan?’ Ze wijst naar de tafel met tijdschriften. Britta zucht en zoekt de ogen van Vincent, maar Vincent kijkt naar beneden, houdt zijn hoofd in zijn handen.

De moeder heeft van een dokter op een andere afdeling diazepam gekregen, Casper heeft haar met een taxi naar huis gebracht. Isobel is met Britta en haar vriend mee naar huis gegaan. Nu zitten alleen Vincent en Ralf nog aan het bed van de vader, houden al uren de wacht. Het is er donker. In de kamers naast hen liggen de andere seizoengebonden zieken: een bejaarde die is uitgegleden over de nachtvorst in zijn kelder, een beroemde schaatser die hard ten val is gekomen en een ijzer in zijn gezicht heeft gekregen, twee vroege vuurwerkslachtoffers. Ralf loopt terug naar de koffieautomaat. Hij houdt van de geur van ontsmettingsmiddel op de gang, snuift hem een paar keer diep op. Door het hele gebouw hangen slingers van goudlokkige kerstengelen. Het doet hem denken aan de keer dat hij als kind een kerstengel speelde in het kerstspel op de kleuterschool. Eigenlijk had hij Jozef mogen zijn, maar hij was zo bang geweest voor de jaloezie van de andere jongens, die allemaal ook Jozef wilden zijn, dat hij twee dagen van tevoren huilend had gesmeekt om een andere rol. En dus speelde hij net als tien andere kinderen die geen herder of herbergier waren dat jaar een kerstengel, in de oude eerste communie-jurk van zijn moeder. Blij met zijn rol op de achtergrond, tevreden als de eeuwige tweede die hij de rest van zijn leven zou zijn. Hij trapt hard tegen de koffieautomaat, die zijn 50 cent heeft ingeslikt zonder in actie te komen. Het helpt, de machine maakt een raspend geluid.

Ralf staat met twee plastic bekertjes in zijn handen in de deuropening en ziet Vincent aan het voeteneinde van het bed. Hij heeft zijn schouders hoog opgetrokken en klemt een tissue in zijn hand. Hij trilt. Vlak voor hem gaat de borstkas van zijn vader sputterend op en neer, iets wat altijd zo natuurlijk en vanzelfsprekend was, is onder invloed van de kap op zijn mond mechanisch geworden. Vincent krijgt het er zelf benauwd van, hij probeert diep adem te halen, maar er lijkt geen zuurstof in de lucht te zitten. Radeloos kijkt hij naar Ralf.

Ralf doet een paar passen naar voren, zet de bekertjes op het nachtkastje, rolt de mouwen van zijn overhemd op. Hij gaat achter Vincent staan, drukt zijn mond tegen de nek van zijn vriend en houdt hem voorzichtig in zijn armen. Hij wurmt zijn armen onder de oksels van zijn vriend door en voelt zijn ribben, daaronder de buikspieren waar hij zo hard op getraind heeft. Wat lijkt zijn haar dun van zo dichtbij, kalend haast. De huid van zijn hals is warm en klam, Ralf laat zijn lippen eroverheen gaan, proeft het zweet dan met zijn tong. Vincent ontspant zich, ademt diep uit. Met één hand maakt Ralf een vuist.

‘Het komt goed’, fluistert hij en trekt de vuist met een krachtige beweging zo hard hij kan naar zich toe. ‘Vertrouw mij maar.’


Lieke Marsman is dichter en schrijver. Dit jaar verscheen haar roman Het tegenovergestelde van een mens bij uitgeverij Atlas Contact