Beeldende kunst James Turrell in Museum De Pont

Greet the Light

James Turrell is de kunstenaar van het licht. Hij slaat een volmaakte brug tussen het aardse en het sublieme.

Medium turrel1

Quakers hebben iets met licht. Hun aartsvader George Fox (1624-1691), die in de roerige revolutiejaren van Cromwells Republiek de dissenters tot een eigen sekte formeerde, kon er in zijn geschriften maar niet over ophouden. In Concerning the Light (1656) hamerde hij erop dat iedereen die in verbond met God leefde in het licht zou staan: ‘Now mark, here is light that shines out of darkness. God had commanded it to shine out of darkness. What? Was it not there before? Now it has come forth (…) God has commanded it to shine out of darkness.’

Fox’ volgelingen noemden zich aanvankelijk ‘Kinderen van het Licht’, daarna ‘Vrienden van de Waarheid’, en uiteindelijk gewoon ‘Vrienden’. Zij koesterden flinke achterdocht tegen religieuze instituten en reglementen. God woonde ‘in de harten van gehoorzame mensen’ en hun religieuze ervaring was niet gebonden aan een gebouw, je kon net zo goed bijeenkomen in een boomgaard of een weiland. Het is begrijpelijk dat de bestaande instituten en reglementen op hun beurt grote achterdocht tegen Fox koesterden en het de Vrienden buitengewoon lastig maakten. Veel van hen namen daarop de boot, naar de Nederlanden of, beter nog, naar Amerika. U weet misschien dat de staat Pennsylvania oorspronkelijk een Quaker-kolonie was.

Die relatie met licht speelt in het Quaker-bestaan nog altijd een rol. In een nieuw Quaker-meetinghouse in Philadelphia liet de lokale kring van Vrienden in 2013 een Skyspace bouwen, een werk van de kunstenaar James Turrell (1943). Het is eigenlijk niet veel meer dan een kamer met plaats voor een twintigtal mensen, met een rechthoekig gat in het dak, dat in anderhalve minuut opengaat. Een serie led-lampen rondom het gewelf van de zaal verandert de kleuren die je door het open gat ziet, en werkt als het ware samen met het veranderende licht buiten. Het hele ‘programma’ duurt ongeveer een uur, en kan het best worden genoten tijdens de dageraad of de schemering.

James Turrell is een Amerikaanse kunstenaar met een interessante achtergrond. Zijn ouders waren Quakers, zijn vader was luchtvaartingenieur, zijn moeder arts. De jonge James kreeg op zijn zestiende zijn vliegbrevet en werkte als luchtcartograaf; vervolgens studeerde hij wiskunde, geologie, astronomie en de psychologie van perceptie. Pas daarna koos hij voor een kunstopleiding, in een tijd dat de kunsten werden gedomineerd door de mannen van de grote abstractie – Marc Rothko, Barnett Newman, Donald Judd. Turrell vond zijn eigen niche: de interactie tussen licht, ruimte en tijd, en de verkenning van hoe wij mensen licht en ruimte fysiek en spiritueel ervaren. Hij zou zijn Quakers-vrienden gaandeweg vaarwel zeggen, maar de notie van licht als een spirituele metafoor zou hem nooit verlaten.

De Skyspaces maakte Turrell overigens niet alleen voor Quaker-meetinghouses, ook voor musea en privé-collecties, maar ze zijn wel dragers van die typische Quaker-spiritualiteit: een heldere, strenge weergave van het sublieme. Ze bieden een ervaring van licht waarbij de kijker in alle rust wordt geconfronteerd met de meest fundamentele ervaring van het zien zelf, en in die ervaring wordt de kijker op de essenties van zijn relatie met het hogere teruggeworpen. Als Turrells grootmoeder vroeger met hem naar een bijeenkomst van Vrienden ging, dan zei ze: ‘Go in and greet the light.’

Dit wordt ook van u verwacht als u de tentoonstelling Kleur in het kwadraat in Museum De Pont in Tilburg bezoekt. Deze bestaat uit een aantal lichtkunstwerken van Turrell en een verzameling grote Amish-quilts, kleurige stukken textiel met eenvoudige, robuuste geometrische vormen en uitgesproken kleuren. De quilts zijn tussen 1890 en 1930 ontstaan; ze passen in de oude wolhokken van De Pont, een voormalige spinnerij. De patronen lijken oud, de kleuren zijn fris en lijken modern; dat is opzet, omdat de patronen van de quilts met opzet ‘tijdloos’ waren gedacht, buiten de veranderlijke modes van de gewone maatschappij.

Turrell probeert te laten zien dat licht een volume kan bezitten en een oppervlakte kan krijgen

Nu zijn de Amish bepaald geen Quakers, maar vooruit, ruim genomen zit er een zekere overeenkomst in de religieuze context. Beide groepen zijn bescheiden, introverte, enigszins puriteinse protestanten – puriteins in de zin dat ze zich weinig gelegen laten liggen aan de poeha en omslag van de grote buitenwereld, en zich concentreren op zuivere vormen. Maar ze verschillen sterk: de Amish wijzen de wereldse samenleving af, en isoleren zich; Quakers volgen het idee van ‘in de wereld – maar niet van de wereld’, een terughoudende maar wel degelijk geëngageerde relatie met het alledaagse.

Veel van de quilts tonen een ruit, in het centrum, gevat in een rechthoek. Voor de Amish verbeeldde dat een evenwicht in de verhoudingen van het universum, tussen sterren en planeten, de vier seizoenen, de vier temperamenten. Misschien ligt er een vroeg-zeventiende-eeuws embleem aan ten grondslag dat de ruit-in-het-vierkant zag als de verhouding tussen mens en God, tussen insiders en outsiders, binnen- en buitenwereld, tussen het aardse en het onbevattelijke. Ik weet niet of die vereenvoudiging werkelijk past bij de metafysica van James Turrell, maar een ongerijmde vergelijking is het bepaald niet.

Medium turrell3

De relatie tussen De Pont en James Turrell gaat ver terug. De huidige directeur, Hendrik Driessen, leerde de kunstenaar kennen toen die in 1976 in het Stedelijk Museum Amsterdam het werk Wedgework III (1969) installeerde. Driessen was toen student aan de Rietveld Academie en stond als uitzendkracht de zaal te plamuren. Zij werden vrienden. Toen hij aan het roer kwam te staan van de nieuwe instelling in Tilburg was Turrell de eerste aan wie Driessen dacht om iets met de kolossale ruimte (zesduizend vierkante meter) uit te richten. Een Skyspace werd het niet, omdat je in een museum nu eenmaal niet zo makkelijk een gat in het dak zaagt – hoe moet dat met de regen? en de bewaking? – en dus kocht De Pont datzelfde Wedgework III, toen het enige werk van Turrell in een Nederlandse collectie. Het is sindsdien een vast element in de opstelling. Voor de tentoonstelling is een achttal nieuwe installaties ingericht, waaronder Raethro Green (1968), Sloan Red (1968) en Afrum II Pink (1970).

Wat is nu die fundamentele ervaring, die heldere, strenge weergave van het sublieme? Dat is natuurlijk persoonlijk, je moet er in elk geval even de tijd voor nemen, en je moet misschien het geluk hebben dat de ruimte niet vol staat met een vrolijk kwekkend damesmuseumkransje. Neem Afrum II Pink. Je loopt een grote, half duistere witte ruimte binnen. In de hoek zweeft een helderroze, lichtende kubus. Het is een verschijning. Het duurt even voordat je ziet dat het geen driedimensionaal object is, geen sculptuur, geen lamp, maar een zeshoek van licht, en dan nog weet je niet precies waar je naar kijkt. Een projectie is het niet – achter je staat geen beamer. Staar ernaar, en het roze begint te veranderen. De staafjes en kegeltjes op je netvlies beginnen zachtjes door te draven en het roze te veranderen in andere tinten. Je kúnt bespeuren dat het een gat is in de wand, en dat daarachter licht wordt geprojecteerd – maar ik hoorde hoe iemand dat vergeefs aan iemand anders probeerde uit te leggen. Ze geloofde het niet.

Het is dan ook bedrieglijk. Sloan Red is wél een projectie, zeer vernuftig op een hoek van de ruimte, waardoor het lijkt of er een rode opening in de wand zit. Bij een tentoonstelling in het Whitney Museum in New York, in 1980, dacht iemand tegen zo’n gekleurde muur te kunnen leunen, maar het was alleen maar licht, de bezoekster viel en brak haar arm (en spande een proces aan, dat begrijpt u). Toch gaat het niet om de truc of om de illusie. Turrell probeert te laten zien dat licht een volume kan bezitten, en een oppervlakte kan krijgen, terwijl het tegelijkertijd volstrekt abstract is. Het is een aardse toestand en een bovenaardse tegelijk.

De tentoonstelling in Tilburg is tamelijk beperkt, en dat is onvermijdelijk, omdat de kunstenaar het liefst op een schaal werkt die een eenvoudig fabrieksgebouw ver te boven gaat. U zou kunnen afreizen naar Yucatán, Mexico, waar Turrell in 2012 Agua de Luz installeerde in een Maya-achtige piramide, of naar Colomé, Argentinië, waar de grootste collectie werken te zien is in het James Turrell Museum aldaar. En dan is er zijn magnum opus ultimum, het observatorium in Roden Crater, een vulkaankrater in Arizona waar hij sinds 1975 aan bouwt. In Tilburg geeft een korte film alleen een indruk van de kolossale werken die daar ontstaan. De ene tunnel ligt als in een neolithisch heiligdom exact in lijn met de zomer- en winterzonnewende, een andere toont een projectie van de maan, inclusief kraters, eens in de achttien jaar.

Of u kunt natuurlijk ook naar Den Haag, waar Turrell in de jaren negentig een ‘Hemels Gewelf’ in de duinen bij Kijkduin bouwde. Daar kunt u op uw rug gaan liggen en ervaren hoe de hemel eruitziet als je er een rond kader omheen zet, in een iets majesteitelijker dimensie dan Bloems zolderramen in de Dapperstraat, die de wolken omrandden. Maar het is misschien wel precies dat: de natuur houdt haar wonderen verborgen, tot ze ze opeens toont, in hun hoge staat.

Die dimensie kan De Pont niet bieden: dat gat in het dak is er nooit gekomen. Maar het moet gezegd dat ik mij de werken toch nauwelijks in een betere situatie kan voorstellen. Dat komt doordat men in De Pont het werk van haver tot gort kent en dus in vrijwel volmaakte gedaante kan tonen. Het komt echter vooral doordat men daar die werken met meesterhand paart aan andere. Richard Long, bijvoorbeeld, is een natuurlijke verwant van Turrells werk: zijn grote witte kalkstenen Planet Circle en zijn strakke zwarte Bolivian Coal Line in steenkool zijn ook neolithische machines, en een begrijpelijke voortzetting van Turrells manier van denken en kijken. Daarboven hangt één enkele prent in zwart-wit van Richard Serra, Clara (1984), een elegante donkere curve, zwevend in het niets. ‘Now mark, here is light that shines out of darkness.’


Kleur in het kwadraat, Museum De Pont, Tilburg, t/m 4 oktober; depont.nl. Voor de passages over de relatie tussen James Turrell en Hendrik Driessen dank ik Marlies Merkelbach, die Driessen in 2014 interviewde


Beeld: (1) Anoniem, Floating Diamond / Diamond in a Square_, 1890 (Annette Kradisch / Neues Museum in Nuremberg); (2) James Turrell,_ Afrum II Pink (Solid), 1970 (Courtesy Häusler Contemporary München / Zürich)