Grenzen aan de militaire loyaliteit

Dat er ‘grenzen zijn aan de loyaliteit van het Nederlandse leger’, zoals luitenant-generaal Couzy van de landmacht verleden maand aan politiek Den Haag voorhield, was al langer bekend. Dat bleek onder meer toen Joseph Luns en oud-staatssecretaris van Defensie Bram Stemerdink enkele jaren geleden een boekje opendeden over de vele coupfantasieen die sinds de oorlog binnen de Nederlandse legertop zijn uitgebroed. Tot diep in de jaren zeventig liepen er tot op het bot gefrustreerde majoors, luitenanten, kolonels en generaals b.d. rond met kwaadaardige scenario’s ter omverwerping van de immer dralende democratie. Het waren plannen met een hoog whisky- en zondagnamiddaggehalte, zo werd alras duidelijk, maar de boodschap was duidelijk: de vaderlandse krijgsmacht, hoe suf ook het imago in het buitenland, heeft zijn tanden nog.

Het bleek ook bij het aantreden van het kabinet-Den Uyl in 1973, toen de straaljagers van de Nederlandse luchtmacht bij wijze van protest rakelings over het Binnenhof scheerden. En afgelopen maandag was het weer raak, toen chef-defensiestaf A. van der Vlis, de hoogste militair van het land, uit weerzin tegen de paarse bezuinigingsplannen op het leger (oplopend tot 914 miljoen gulden in 1998) zijn ontslag aanbood.
Het vertrek van Van der Vlis wordt nu niet bepaald gekenmerkt door al te veel martiale heroiek (de 52-jarige generaal zou volgend jaar sowieso afzwaaien naar de vut), maar heeft niettemin toch veel indruk gemaakt. De Haagse politiek reageerde vooral bedremmeld op het vertrek van Van der Vlis. Het meest geintimideerd bleek de VVD, waarvan woordvoerster Annemarie Jorritsma zich gelijk bereid toonde om de militaire bezuinigingspijn te verzachten via extra kortingen op de ontwikkelingshulp. Op die manier kan Relus ter Beeks Prioriteitennota toch onverkort worden doorgevoerd, wist Jorritsma. Die Prioriteitennota gaat er van uit dat de Nederlandse strijdkrachten, eenmaal omgevormd tot een beroepsleger, overal ter wereld inzetbaar moeten zijn ter bestrijding van catastrofes als burgeroorlogen, honger en het oprukkend fundamentalisme - als de eigen Thunderbirds van Ter Beek en Jan Pronk.
Haaks op al deze strijdlust staan de uitlatingen van het Tweede-Kamerlid Mateman (CDA). Hij is diep geroerd door het vertrek van Van der Vlis en is enorm verheugd over het feit dat hoge militairen zich niet langer willen houden aan een Befehl ist Befehl-mentaliteit en ‘ruimte geven aan hun eigen oordeel’. Hetgeen een verrassend inzicht mag heten: zou dat in de ogen van het CDA-kamerlid nu ook gelden voor de Nederlandse dienstplichtigen die in het voormalige Joegoslavie ter behoud van lijf en leden ruimte geven aan hun eigen oordeel en dienstbevelen in de wind slaan? Tot nu toe werd die categorie gelijk in de boeien geslagen en door de krijgsraad veroordeeld tot het cachot. Naarmate het nieuwe, overal inzetbare leger gestalte krijgt, zullen dergelijke gevallen alleen maar toenemen. Het is te hopen dat hun komende lotgenoten op evenveel coulantie van CDA-zijde kunnen rekenen als generaal Van der Vlis nu. Anders moet de generaal alsnog als een budgettaire deserteur in de boeien worden geslagen en afgevoerd naar Nieuwersluis, tussen de weiger-yups en de ontduikers van herhalingsoefeningen. Eerlijk is eerlijk.