Commentaar: Grenzen dicht voor hongerlijders

Grenzen dicht voor hongerlijders

Ze dringen weer de huiskamer binnen, de beelden van uitgehongerde Afrikanen. In Angola en Zimbabwe wordt de situatie met de dag slechter. Een uitgemergelde vrouw vertelt, nota bene met iets van een verlegen glimlach op haar gezicht, dat haar zoontje dat ze op haar arm heeft, al meer dan drie dagen niet heeft gegeten. «Er is hier geen ziekenhuis. Als hij geen medische hulp krijgt zal hij sterven.» Het jongetje houdt zich muisstil; te zwak om te huilen.

Zouden ze die beelden weleens zien, de westerse regeringsleiders? Durven ze het aan om het lijden van de zwaksten der aarde toe te laten tot hun ziel? Zouden ze zich realiseren hoe ver hun macht strekt? Dagelijks sterven 24.000 mensen van de honger. En de rijke wereld kijkt werkeloos toe. Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, had er maandag geen goed woord voor over tijdens de opening van de Wereldvoedseltop in Rome. «Er is geen tekort aan voedsel op onze planeet. In deze wereld van overvloed hebben wij het in onze macht om een einde aan honger te maken. Het falen om dat doel te bereiken moet ons allemaal met schaamte vervullen», zei hij. Volgens de VN worden op dit moment 815 miljoen mensen met de hongerdood bedreigd.

De enige westerse regeringsleiders die op de top verschenen, waren de Italiaanse premier en gastheer Berlusconi en zijn Spaanse collega Aznar, die zich niet kon drukken omdat zijn land het tijdelijke voorzitterschap van de EU bekleedt. De overige EU-leiders hebben het ongetwijfeld te druk met de voorbereidingen van de EU-top in Sevilla, over het dichtspijkeren van de Europese grenzen, bedoeld om hongerenden en vervolgden buiten te houden.

Op topbijeenkomsten waar economisch gewin te halen is, zijn ze er doorgaans allemaal. Juist daar zou iets gedáán kunnen worden aan de honger. De liberalisering van de wereldhandel bevoordeelt slechts de sterken. Ontwikkelingslanden zijn de afgelopen decennia economisch teruggevallen, terwijl het Westen een ongekende economische groei doormaakte. Intussen sloot de Amerikaanse minister van Financiën, Paul O’Neill, de Afrika-reis af die hij maakte met U2-zanger Bono Vox. Hij zag de beelden van de hongerenden, en liet ze op zich inwerken. Volgens O’Neill, die zichzelf «een veranderd man» noemde, is er geen enkel excuus meer voor het uitblijven van hulp. Vooral waar het schoon drinkwater betreft. «Als we het net zo aanpakken als in de strijd tegen het fascisme in de Tweede Wereldoorlog, kunnen we in twee tot drie jaar tijd al deze mensen schoon water brengen», zei hij. Zijn woorden werden nauwelijks opgepikt. Wel de opmerkingen tezelfdertijd geuit door de Amerikaanse minister van Landbouw, Ann Veneman, op de voedseltop. Schaamteloos verdedigde ze de Amerikaanse landbouwsubsidies en peperde ze de aanwezigen in dat honger slechts met biotechnologie bestreden kan worden. Ontwikkelingslanden als experimentele markt voor genetisch gemanipuleerde Amerikaanse producten: nog even en ze hebben geen keus meer.