Grenzen dicht voor olijfkakkers en balkanboeren

De Amerikaanse roep om meer veiligheid (en minder vrijheid) na 9/11 was een herhaling van een historische episode van vlak na de Eerste Wereldoorlog.

Weinigen weten nog dat Amerika in 1919 de zogenaamde Riot Act invoerde, een wettelijke overdosis tegen de toen heersende ‘red scare’: lokale bestuurders konden bijeenkomsten van meer dan twaalf mensen onrechtmatig verklaren, en dat dankzij een oude Britse wet die lijnrecht tegen de vrijheid van vergadering inging. In 1917 hadden Lenins bolsjewieken de macht in Rusland overgenomen, Duitsland was net ontsnapt aan een communistische coup en zelfs in Nederland had Troelstra in een onbewaakt ogenblik de socialistische revolutie uitgeroepen, waarna massale oranjedemonstraties hem meteen de mond snoerden.

En Amerika, die bakermat van de democratie? Het land zat omhoog met de honderdduizenden werkloze WO I-soldaten. Een stakingsgolf overspoelde vele staten, gepaard met een reeks bomaanslagen op burgemeesters, rechters en andere autoriteiten. Volgens een zekere J. Edgar Hoover, later fbi-chef, was het zonneklaar dat veel immigranten communistisch én terroristisch waren: een meedogenloze jacht op die vreemde allochtonen was gelegitimeerd.

Zonder dat Sinclair Lewis het zo expliciet zegt, is dit de politieke achtergrond van Babbitt, een roman uit 1922 die hem acht jaar later de Nobelprijs opleverde, als eerste Amerikaanse schrijver. De 46-jarige George F. Babbitt is makelaar, niet in koffie maar in huizen. Speculatieneigingen, gesjoemel en geritsel zijn hem niet vreemd. En hij is heel goed in het verkopen van een huis ‘aan mensen die het eigenlijk niet kunnen betalen’. Maar hij lijkt wel een familieman, al heeft hij een terugkerende droom over een elfenmeisje. Hij woont in het verzonnen Zenith – een typische middelgrote stad in het Midden-Westen – en heeft zijn schaapjes op het droge. En toch, en toch: ‘De man die als jongetje heel gretig in het leven had gestaan, was niet meer nieuwsgierig naar alle mogelijke en onwaarschijnlijke avonturen die de nieuwe dag zou kunnen brengen.’ En dan is er ook nog de Drooglegging, waardoor het drinken van een glas whisky een onderneming wordt.

Medium boomsma

Wat nog altijd opvallend modern aan Babbitt is, is de aandacht voor de public relations. Die reclametaal, die de ijdelheid en de hebzucht en de status van de potentiële klant streelt, is bij Babbitt in goede handen, niet in de laatste plaats omdat zijn geweten een al te soepel orgaan is. Hij heeft een hekel aan oplichters, zelf is hij ‘niet te onredelijk eerlijk’. Als de geest zwijgt, spreekt het geld wel. Babbitts gedachten worden gedomineerd door materialistische verlangens, als het geen sigarenpijpje is dan wel een fles drank of het vooruitzicht van een nieuwe auto. En de democratie? Ach, een ‘stevig gezond bestuur van zakenlieden’ brengt de maatschappij sneller vooruit dan dat tolerante geklets. Het is mooi dat de assembly in New York wetten heeft aangenomen zodat de socialisten geen rechten meer hebben.

Als tijdsbeeld van de Roaring Twenties of de Jazz Age en als beknopt pr-handboek blijft Babbitt interessant

Maar natuurlijk komt er een persoonlijke crisis in Babbitt. Hij weet dat hij niet van het kaliber van de machtige bankier J.P. Morgan is. Helaas hoort hij ook niet tot de elite van Zenith. Zijn redenaarstalent brengt hem verder, en toch ook weer niet ver genoeg. De principes van het blanke Amerikanisme moeten natuurlijk door de buitenlanders omhelsd worden, anders moeten de grenzen dicht voor die ‘olijfkakkers en balkanboeren’. De zwarten zijn alleen acceptabel als ze dociel en meegaand zijn.

In een toespraak verwoordt Babbitt zijn eigen paranoïde mentaliteit: ‘Het grootste gevaar voor een gezonde overheid vormen niet de zich openlijk uitsprekende socialisten maar de vele lafaards die in het geniep hun werk doen – de langharige heren die zich liberalen, radicalen, partijlozen of intelligentsia noemen.’ Kunst is in wezen overbodig en de linkse hoogleraren zijn ‘ratten die verdelgd moeten worden’. Het is van dik hout zaagt men planken in deze roman. En het was toen al dik hout. De reactionair Babbitt, middelmatige makelaar en middelmatige materialist, slaapt geestelijk of heeft een leeg hoofd. Wie of wat schudt hem wakker? Een vistochtje naar Maine met zijn vriend, die handelsreiziger in dakbedekking is maar eigenlijk violist wilde worden? Een gesprek met een vakbondsadvocaat? Een bangelijk seksueel avontuurtje met een surrogaatengel wanneer zijn vrouw (‘seksloos als een dorre non’) een paar weken buiten de stad is? Hoewel het psychologisch volstrekt ongeloofwaardig blijft, ontpopt Babbitt zich heel even als een zogenaamde gematigde liberaal, totdat de zakenlui van de stad hem weer in het reactionaire denkgelid schoppen. Dat gaat heel eenvoudig: zijn makelaardij krijgt geen opdrachten meer.

Babbitt is psychologisch een tekortschietende roman maar als tijdsbeeld van de Roaring Twenties of de Jazz Age en als beknopt pr-handboek blijft het boek interessant. Het intimideren en onderdrukken van stakingen, vakbonden en iedereen die ‘links’ was, was in 1922 al een vanzelfsprekend onderdeel van het Amerikanisme. Het socialisme is nooit echt van de grond gekomen in de VS. Sinclair Lewis probeert hier en daar dan wel los te komen van zijn hoofdpersoon en andere perspectieven te kiezen, een caleidoscopisch boek wordt Babbitt nergens, ook niet als hij via het herhaalde zinsfragment ‘Precies op dat moment…’ de blik probeert te verruimen en een zwakke poging tot stadsroman doet. Lewis is veel te verknocht aan zijn doorsnee-antiheld om andere vertelperspectieven aan bod te laten komen, zodat de lezer Zenith vanuit wisselende hoogten en diepten had kunnen bekijken.

Achteraf is het niet zo verwonderlijk dat Lewis, bestsellerauteur in de jaren twintig, in 1930 de Nobelprijs kreeg en bijvoorbeeld niet John Dos Passos, die in 1925 een stadsroman schreef die Babbitt in de schaduw stelt: Manhattan Transfer. Lewis was gematigd op alle fronten, Dos Passos was anarchist op alle fronten, inclusief de Spaanse Burgeroorlog. Te betrokken en maatschappelijk te gevaarlijk voor een Nobelprijs in die tijd. Het is goed dat Babbitt weer vertaald is, maar Dos Passos schreef veel overtuigender en vanuit een bredere visie over Amerika als wurgdemocratie. Manhattan Transfer was prikkelende avant-garde met een anarchistische mentaliteit, waardoor iemand kon zeggen: ‘Macht is niet echt; het is een illusie. De arbeider maakt dat allemaal zelf omdat hij het gelooft. De dag dat we ophouden in geld en eigendom te geloven zal het net een droom zijn als wij ontwaken. Dan hebben we geen bommen en barricaden meer nodig… Iedereen moet rondgaan en tegen de mensen zeggen: Ontwaakt!’ In Babbitt staan zulke provocerende zinnen niet, want George Babbitt is helaas vleesgeworden bangelijkheid, behoudzucht en behoedzaamheid beschermd door de wonderwet die Riot Act heette.


Beeld: (1) Sinclair Lewis was gematigd op alle fronten (Bettmann/Corbis/HH)