Griekenland is niet Europa’s paard van Troje

Vier jaar geleden – want zo lang, en langer nog, heeft de Griekse crisis gesudderd – organiseerde ik er in Groningen een publiekslezing over met Yanis Varoufakis. ‘Is Griekenland Europa’s paard van Troje?’ luidde de door mij bedachte titel.

Dat leek me de heersende opinie goed weer te geven. Voor de slechte verstaander legde ik ook uit waarom dit niet het geval is. Varoufakis deed dat uiteraard nog eens welbespraakt over, maar dan met veel Marx. Hij toerde in die tijd rond om zijn investeringsplan voor Zuid-Europa te propageren – in grote lijnen hetzelfde plan dat in 2014 breed bekend werd als het Juncker-Plan, toen de Luxemburger een afgeslankte versie voorstelde. Het gaat er natuurlijk ook om wie het zegt.

Terwijl ik dit schrijf is het gesudder net voorbij en wachten we op de klap. Het is maandagmorgen. Tsipras heeft het Trojka-aanbod afgewezen, Dijsselbloem is beteuterd en verbolgen op tv geweest, het Griekse financiële systeem is in vrije val. Een goed moment om de metafoor nog eens van stal te halen. Want als Griekenland inderdaad een paard van Troje is, dan lost het buitensluiten van dit destructieve bouwsel het probleem op. Nu snel de Europese poorten goed op slot en rust en orde zijn hersteld. Zou het?

Nee, want er is altijd een nieuw ‘Griekenland’. Er zullen in de eurozone steeds opnieuw één of meer landen zijn die meer uitgeven dan ze verdienen. We kunnen simpelweg niet allemaal een exportoverschot hebben. Het tekortland moet lenen om het verschil tussen uitgaven en inkomsten te overbruggen. Dit kan lang duren, want omvorming van de economie zodat de exporten de importen gaan overtreffen is een zaak van lange adem. Tenzij je het op de drieste manier aanpakt, door met draconische bezuinigingen de binnenlandse vraag en de importen radicaal in te perken. Dit gaat ten koste van de exporten en groei van één of meer andere eurolanden. Het tekort duikt vervolgens ergens anders op. Passen de Europese economieën dit beleid om beurten toe, dan krimpt de eurozone. Komt bekend voor, nietwaar?

Het is beter om niet de importen te beperken door bezuinigingen, maar exporten over en weer te stimuleren door te investeren. Maar dan moet je op korte termijn niet moeilijk doen over tekorten. Doe je dat wel – maximaal drie procent jaarlijkse tekorten, staatsschuld niet hoger dan zestig procent van het bbp – dan creëer je een nieuw Griekenland.

Het is beter om niet de importen te beperken door bezuinigingen, maar exporten over en weer te stimuleren door te investeren.

Natuurlijk zijn de Grieken zelf ook debet aan hun jarenlange overmatige importen en schulden. Het land heeft (met uitzondering van vorig jaar) sinds 1948 geen exportoverschot gehad. Maar dat is het punt niet. Hoe keurig alle eurolidstaten de regels ook trachten na te leven, er zal altijd een land zijn met een tekort op de lopende rekening dat niet binnen afzienbare tijd in een overschot is om te buigen. En dan ligt het draaiboek 2010-2015 klaar om zo’n land te ruïneren door het keurig toepassen van de regels. Griekenland is niet het paard van Troje. Dat zijn de Europese begrotingsregels.

Een trojan, zo leert ons Wikipedia, is ‘een malware-programma met schadelijke code die, indien in werking gesteld, acties uitvoert in overeenstemming met de aard van de trojan, meestal met verlies of diefstal van data tot gevolg, en mogelijk systeemfalen’. Moet ik nog meer zeggen? Zo werken de euro-afspraken. Je kunt natuurlijk, nadat zo’n trojan zijn werk heeft gedaan, het onderdeel van je computer waar de schade zichtbaar werd eruit slopen. Dat is vast heel bevredigend. Maar het is wachten op de volgende aanval.

Vorige week stond het paard, blauw-wit beschilderd, toch weer als cartoon in dit blad. Griekenland als Het Gevaar. Waarom spreekt de metafoor zo aan? Omdat de Trojanen zich lieten bedotten door de Grieken. Wij ook, door de Griekse staatsfinanciën voor zoete koek aan te nemen. We stonken er allemaal in.

Maar waar stonken we eigenlijk in? In de Griekse list? Of in onze eigen, blinde drang de euro in te voeren en uit te breiden? In onze malligheid van regels en kwantitatieve doelstellingen – drie procent en zestig procent en dat soort dingen meer? Als de Trojanen van Homerus niet zo bijgelovig waren geweest, hadden ze dat paard nooit binnengehaald. Als onze politici wel Europees gezind maar niet zo gek eurofiel hadden gedacht, bezat Griekenland nog de drachme.

We hebben het echt samen gedaan. De vraag is nu hoe we samen verder gaan. Ik ken niemand die het weet. Voor een plan-Varoufakis/Juncker lijkt het definitief te laat.