Grieks extreem-rechts. Al denk je het te weten, het blijkt nog erger

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: documentaire Golden dawn girls, over de Griekse extreem-rechtse partij Gouden Dageraad.

Medium 755397be a96f 4ccd bd6a 73065aed9aef
Golden dawn girls

Vanwaar toch die fascinatie met het Absolute Kwaad? Toch ook deels doordat mijn moeder op haar zestiende Duitsland verliet om dienstbode in Amsterdam te worden om mei 1940, 31 jaar oud, achterhaald te worden door ‘Lieb Vaterland’? Wie was ze geworden als ze gebleven was (Weimar, Thüringen, massa-aanhang voor de NSDAP al voor de machtsovername)? In 1937 ging ze mijn aanstaande vader aan mijn dito oma voorstellen (‘niet mee trouwen, kind, hij heeft rood haar: dat is het kwaad’). Het jonge stel wandelde met nichtje naar de Markt, waar toevallig Hoog Bezoek was. Alle handen schuin omhoog, ook die van nichtje. Ze pakten haar zwijgend bij de hand. Thuisgekomen zei nichtje: ‘Ik mag van oom en tante geen Heil Hitler zeggen.’ Pijnlijk zwijgen. Maar wie was mijn moeder dus geworden in kleinburgerlijk Weimar en zonder letterlijk en figuurlijk rooie vrijer? Wie was ik geworden, behalve dat ik niet geboren was? Waarschijnlijk als mijn nichtje, door de overtuiging en/of angst van ouders (lees of zie Brechts toneelscènes Furcht und Elend des Dritten Reiches).

Hoe dan ook, ik heb bovenmodaal over fascisme, nationaal-socialisme en naoorlogs rechts-populisme gelezen en zag ontelbare documentaires (misschien ook wel een generatieding: vrienden zonder Teutoonse roots delen mijn fascinatie). De meest recente op het Idfa: Golden Dawn Girls van de Noorse regisseur Håvard Bustnes, over drie vrouwen die actief zijn in de Griekse extreem-rechtse partij Gouden Dageraad. Gruwelijk. Komt nu op de televisie. Voor geïnteresseerden niet te missen: al denk je het te weten, het blijkt nog erger. Dat Bustnes dit heeft kunnen filmen lijkt een mirakel. Bewondering daarvoor, maar soms ook ergernis.

Herhaald zien we in de film, net als op de Markt in Weimar, die schuin geheven handen van mannen in vaak zwarte uniformen, al dan niet staande voor een vlag met (omgekeerd) hakenkruis, al dan niet met fakkels en bijna altijd strijdliederen zingend. Ze noemen zich sociaal-nationalisten: hoe openlijk wil je het hebben? Dan is er een persconferentie, waar een man, qua uiterlijk goed te casten voor elke boevenrol in elke speelfilm, de journalisten toeblaft dat de leider elk ogenblik kan binnenkomen en dat ze dus op moeten staan om respect te tonen. Dreigend loopt hij richting weigerachtigen, waarna de scène plots afbreekt. In archiefbeelden zien we de enige echte leider, Nikolaos Michaloliakos, een kleine vierkante man, een menigte toeschreeuwen: ‘We zijn nazi’s genoemd, één, twee, tien keer. Maar we zijn nooit dieven genoemd. Deze handen mogen soms zó gaan (hij brengt de Hitlergroet) maar het zijn SCHONE HANDEN. Ze hebben nooit iets gestolen.’ Luide toejuichingen en gescandeerd ‘Bloed, Eer, Gouden Dageraad’. Nikolaos: ‘Ons land bloeide onder de junta’ – het kolonelsregime van 1967 tot 1974. Dat ‘dieven’ maakt deel uit van ideologie en strategie van Gouden Dageraad en ze hebben natuurlijk een niet gering punt: een (tot vandaag) stelende politieke en economische kaste, corruptie tot in de vezels. En net als in het nationaal-socialisme is hun propaganda voor een groot deel antikapitalistisch. Zoals veel radicaal rechtse organisaties in Europa (zie de nog altijd informatieve VPRO-documentaire van Rob Schröder uit 1999 Links, rechts, in/uit de maat) hebben ze hun eigen ‘social work’ – voedseluitdeling, medische hulp, uitsluitend bestemd voor Echte Grieken.

Over die Griekse toestanden, van Oude Politiek tot Europese Wurggreep, kom je verder weinig tegen in de film die zich vooral concentreert op de dames. Ze verschijnen kort in de opening van de film, uitgelicht in de studio, en krijgen elk een vraag over het verschil tussen nationalisme en nazisme. Ze ontwijken, vinden het niet relevant, zeggen dat nazi’s Duitse nationalisten zijn, dus hoe kunnen Grieken dat dan zijn? Dan stelt Bustnes ons voor aan Jenny, getrouwd met Georgios Germenis, voormalig bakker en ‘black metal’-basgitarist, nu lid van het Centraal Comité, parlementslid en genoemde dreigende uitsmijter bij de persconferentie. Ze heeft een master in internationale betrekkingen en politiek. Beduidend slimmer dan haar echtgenoot lijkt me. Maar tegelijk oliedom. Zij is het die Bustnes mee het partijbureau binnen loodst (terwijl menig kaderlid diens microfoon en camera het liefst zijn strot in zou rammen, want buitenstaanders moeten ze niet en met fysiek geweld hebben ze geen enkele moeite) en iedereen geruststelt: ‘Hij wil laten zien dat we normale liefhebbende familiemensen zijn.’ Terwijl de regisseur laat weten dat ze hem nooit ook maar één vraag stelde over zijn opvattingen of bedoelingen. ‘Dit komt toch niet op de Griekse tv?’ vraagt een partijbons argwanend. ‘Welnee’, zegt ze, ‘dit zijn Noren.’ Alsof landsgrenzen ertoe doen.

Jenny introduceert hem verder bij Dafni, voormalig ziekenhuisdirecteur en moeder van Panagiotis Iliopoulos, ook Kamerlid en net als Germenis gearresteerd op beschuldiging van het leiden van een criminele organisatie die geweld pleegt tegen immigranten en linkse actievoerders. In haar treffen we een oudere vrouw, die alle samenzweringstheorieën tegen het zuivere Griekse volk door elkaar klutst, geniet als haar kleinkinderen met namaak automatische geweren spelen (hun papa, priester, gooit vrolijk een handgranaatje mee), die haar kleinkinderen leert dat alles in het leven om liefde(!) draait en die liegt dat ze barst over de vreedzaamheid van de milities van Gouden Dageraad (want haar zoon heeft nog nooit iemand aangeraakt).

Ten slotte brengt Jenny de regisseur en daarmee ons bij Ourania Michaloliakos, studente psychologie, dochter en fysiek en ideologisch evenbeeld van de leider. Zij groeit uit tot spil van de film en, nadat de partijleiding in hechtenis is genomen, van de partij. Ongrijpbaar en tegelijk volstrekt doorzichtig in haar onderscheid maken tussen de liefde van een dochter voor haar vader en voor haar opvattingen over zijn ideeën en optreden (die ze evenzeer bemint, wat ze alleen weigert te expliciteren want anders zouden we verkeerd over haar kunnen gaan denken). We zien hoe met het onthoofden van Gouden Dageraad vooral Ourania en Jenny de leiding in de verkiezingsstrijd krijgen; en we zien hoe succesvol ze daarin, mede door de crisis, zijn. In januari 2015 klimmen ze van vijfde naar derde partij met bijna 1,8 miljoen stemmen en zeventien van driehonderd zetels. Vrolijk lacht Ourania dat ze nu de Syriza-aanhangers het land uit moeten zetten en dan alleen de goede Grieken overhouden.

Woedend zijn ze over het komende proces tegen de parlementsleden, die kort daarna vrijkomen omdat voorarrest maar achttien maanden mag duren. De televisie toont zwaar mishandelde mensen die bereid zijn als getuige à charge op te treden. Ourania verraadt zich als ze zegt: ‘Die meid had helemaal niet meer kunnen praten als ze door ons te grazen was genomen.’ Dit is het niveau. Maar hoe hebben deze vrouwen, van wie zeker twee van de drie met hoog IQ, ooit kunnen denken dat ze hier als ‘liefhebbende familiemensen’ uit te voorschijn zouden komen? Hoe achterlijk zijn ze als ze bij lopende camera over Bustnes’ aanhoudende vragen in het Grieks overleggen, omdat hij dat toch niet verstaat; waarbij Dafni tegen Jenny zegt dat ze inzake de mondiale samenzwering tegen het Griekse volk het misschien beter toch niet openlijk kan hebben over de Protocollen van Zion. Waarna alsnog de joden het blijken te hebben gedaan van wie Obama een betaalde knecht was. Oké. Je gelooft ogen en oren niet. Kijk niet, als u walgt. Of juist wel, om te weten en walgen.

Bravo voor Bustnes dus. Maar zijn gesproken commentaar irriteert. Meteen al in het begin, bij beelden van strand en zee, vraagt hij zich af wat er toch met het paradijs uit zijn jonge vakantiejaren is gebeurd. Alsof natuurschoon en verrukkelijk weer niet rijmen met antidemocratische stromingen; alsof er geen Salazar, Franco, Mussolini, Tito, Papadopoulos zijn geweest. Dan zijn naïeve verbazing over het feit dat hoogopgeleide mensen, vrouwen, enge denkbeelden hebben. Zijn bewondering voor het feit dat de vrouwen uit de schaduw van de mannen stapten en de leiding overnamen, alsof het om het doorbreken van het glazen plafond gaat. Zijn teleurstelling over het feit dat ze zich niet van de radicale partij-ideeën distantieerden, alsof de vrouw een zuiverder wezen dan de man is. Zijn teleurstelling als bij vrijlating van de mannen de vrouwen meteen terugtreden, alsof hun noodgedwongen leidinggeven een feministische overwinning was. Alsof je blij zou moeten zijn wanneer de weduwe Rost van Tonningen de leiding van haar man overneemt.

In het slotinterview met Ourania is Bustnes niet boos maar verdrietig, want als humanist had hij gehoopt dat ze zich van haar vader zou distantiëren. Allemachtig. Overigens, het proces tegen de parlementariërs van Gouden Dageraad zal nog jaren duren. En juridisch lijkt het me nog een harde kluif voor het OM. Hebben zij bijvoorbeeld opdracht gegeven voor de moord op een linkse rapper? Die gevolgd werd door de wraakexecutie van twee ‘Helden van Thermopylae’, Spartanen van de Gouden Dageraad-militie (die je op bewakingsbeelden ziet gebeuren). Hun foto’s hangen in Ourania’s huiskamer. Tweemaal Horst Wessel. Enfin, niets had mijn zachtaardige moeder van Dafni. Zijn we toch nog ‘goed’, ook na de oorlog. De fascinatie blijft. En bevalt me eigenlijk niet.


2Doc: Golden dawn girls. Woensdag 7 maart, NPO 2, 22.55