Verkiezingen in Griekenland

Grieks vuur

Grieken geven altijd de politieke tegenstander de schuld van ieder leed, en dus ook van de dodelijke bosbranden van de afgelopen weken. Op 16 september zijn er verkiezingen. De werkelijke oorzaken van de branden spelen geen rol in de campagne.

Enkele dagen voor de verkiezingen maakt Griekenland de balans op van de hevige branden die grote delen van het schiereiland Peloponnesus teisterden, net als de omgeving van Athene, de eilanden Corfu, Kefalonia en Andros en de schiereilanden Evia en Pelion. De branden hebben tot dusver aan 65 mensen het leven gekost en er wordt nog een aantal mensen vermist. Economisch is de schade enorm te noemen. Complete dorpen zijn vernietigd, grote aantallen vee zijn in de vlammen omgekomen, uitgestrekte olijfgaarden en andere akkers zijn verwoest en de infrastructuur is zwaar beschadigd. Grote delen van de getroffen gebieden bestonden uit bos. Ook beschermde natuurparken, met unieke flora en fauna, gingen in vlammen op.

Buitenlandse verslaggevers probeerden ter plekke de gebeurtenissen te analyseren, het liefst in combinatie met de aankomende verkiezingen van 16 september. De korte interviewtjes vonden doorgaans plaats op straat, met het naderende vuur op de achtergrond. De geïnterviewden bleken vrijwel zonder uitzondering naar de overheid te wijzen; ofwel naar de regering – die laks zou zijn – ofwel naar de oppositie – die de boel zelf in de fik zou hebben gezet. De socialistische Pasok, de grootste oppositiepartij, bestempelde de regering direct als hoofdverantwoordelijke van deze ‘nieuwe nationale ecologische tragedie’. Verwaarlozing van het brandweerapparaat en een volstrekt gebrek aan effectieve organisatie en logistiek zouden volgens partijleider Giorgos Papandreou debet zijn aan het drama. Buiten beschouwing werd gelaten dat diezelfde partij, Pasok, elf jaar lang heeft geregeerd en dus ten minste medeverantwoordelijkheid draagt voor een eventueel falend overheidsapparaat. De conservatieve Nea Demokratia kwam pas drie jaar gelden aan de macht.

Komende zondag gaan de Grieken naar de stembus. Bij de vorige parlementsverkiezingen, in 2004, stemde 45,4 procent op de nu regerende Nea Demokratia, terwijl 40,5 procent van de stemmen naar de Pasok-politici ging. Vorige week leek het er in de peilingen op dat de kiezers de regering zullen afstraffen. Nea Demokratia zal verliezen, de oppositie wint en de extreem rechtse partij Laos zal voor het eerst de kiesdrempel van drie procent halen.

Toch zou het wel eens anders kunnen uitpakken. Mogelijkerwijs kan de manier waarop de kiezers de gebeurtenissen na afloop van de branden beoordelen, zelfs gunstig uitpakken voor regeringsleider Kostas Karamanlis. Want toen de buitenlandse journalisten eenmaal waren verdwenen, zorgde de regering voor een ruimhartige financiële compensatie. Iedereen uit een getroffen dorp kon linea recta naar de bank om direct drieduizend euro te incasseren. Voor ieder verwoest huis kon tienduizend euro worden afgehaald. De overheid liet vol trots weten dat bewust gekozen was voor een ‘bureaucratie-arme’ aanpak. Het lijkt effect te hebben: bij de allerlaatste peilingen ging Karamanlis zelfs op kop, al was het nipt.

De regering zelf verklaarde gedurende de ergste dagen dat brandstichting de oorzaak was van het nationale drama. Het kon geen toeval zijn dat zoveel branden op verschillende plaatsen en tegelijkertijd waren ontstaan, zo beweerde Karamanlis. De premier suggereerde dat er sprake zou zijn van criminelen die volgens een vooropgezet plan werken. Beloningen tot een miljoen euro werden uitgeloofd voor tips die leidden tot arrestatie van brandstichters. Vyron Polydoras, minister van Openbare Orde, voegde daaraan toe dat er sprake was van een ‘asymmetrische dreiging’. Dat het, met andere woorden, ging om terroristische aanslagen. Minister van Werkgelegenheid Gerasimos Yakoumatos ging een stap verder. Hij vroeg zich eerder deze zomer hardop af, in een interview met het Griekse radiostation Flash 96, of de Pasok de branden zou hebben aangestoken. ‘Branden ontstaan niet vanzelf en worden niet door God aangestoken. Ze zijn partijpolitiek van aard. Het groen (verwijzend naar de kleur van het logo van Pasok – fl) vernietigt het groen.’

Theorieën over de aanstichters buitelen over elkaar heen. Gefrustreerde brandweerlieden zouden in sommige gevallen de dader zijn, ziekelijke pyromanen passeerden de revue, herders zouden bos verbranden om nieuwe weidegronden voor hun kuddes te laten ontstaan, en ook de grondbezitters zelf werden genoemd. In Griekenland mag namelijk niet worden gebouwd in bosgebied. Is het bos eenmaal verdwenen, bijvoorbeeld door een brand, dan vervalt de beschermde status van het terrein en kunnen de eigenaren en projectontwikkelaars hun gang gaan. Andere complottheorieën zochten de veroorzaker buiten de landsgrenzen: Turkije zou achter het drama zitten om de toeristenindustrie te schaden, de traditionele zondebokken zoals ‘de Albanees’ en ‘de zigeuner’ werden weer van stal gehaald en zelfs al-Qaeda werd genoemd.

De situatie van de afgelopen weken is niet uniek. Griekenland heeft net als andere Zuid-Europese landen iedere zomer te kampen met grote bosbranden. De opeenvolgende hittegolven met de extreme droogte worden vaak aan het einde van de zomer gevolgd door een sterke wind. Deze uit het noorden komende meltemi houdt vaak dagen achtereen aan en blies ook afgelopen weken met windkracht acht over het zuiden van Griekenland. Ideale omstandigheden voor het ontstaan en de snelle verspreiding van branden.

Toch is er meer aan de hand dan alleen een samenloop van natuurlijke omstandigheden. Een groot deel van de getroffen gebieden in Griekenland bestaat uit onherbergzaam, bergachtig gebied, dat op de Peloponnesus tot meer dan tweeduizend meter hoogte reikt. Door een gebrek aan werkgelegenheid zijn bewoners weggetrokken, naar de stad of naar het buitenland. Vele dorpen zijn alleen in de zomermaanden bewoond. Onverharde wegen, voetpaden en zeker het terrein eromheen worden niet meer benut en raken door woekerend struikgewas en omgevallen bomen in een paar jaar tijd ontoegankelijk.

De ontvolking heeft ook tot gevolg dat de kennis over het terrein steeds gebrekkiger wordt. De ouderen met die kennis sterven uit. De meeste jonge Grieken zetten vrijwel nooit een stap in de natuur. Van de dienstdoende brandweerman, boswachter en politieagent valt al helemaal weinig te verwachten, want met de huidige schaarste worden die meestal geïmporteerd uit andere gebieden. Verouderd kaartmateriaal verergert dit probleem. Het Griekse kadaster is onvolledig en met name het onbebouwde gebied is niet of slecht in kaart gebracht. Zo is tijdens de ramp gebleken dat negentig procent van het hele oppervlak van de Peloponnesus niet in het landregister is opgenomen.

In dergelijke onherbergzame, slecht geregistreerde gebieden is zowel preventie als bestrijding van branden nagenoeg onbegonnen werk. En natuurlijk is er ook onder de brandweer, het bosbeheer en andere betrokken overheidsdiensten een schrijnend gebrek aan coördinatie, logistieke organisatie, communicatie, mankracht en materieel. De verantwoordelijkheid voor de bosbrandbestrijding is sinds een paar jaar overgeheveld van de Bosdienst (vallend onder het ministerie van Landbouw) naar de brandweer (die ressorteert onder het ministerie van Openbare Orde). De coördinatie tussen beide diensten liet al te wensen over, en deze omslag heeft de onderlinge competitiestrijd alleen maar verergerd.

Maar er is meer aan de hand. Ondanks de ontvolking en de toenemende ontoegankelijkheid van de gebieden gaat het niet louter om prachtige, woeste natuurgebieden. Overal waar je kijkt ligt namelijk afval. In het hele land wordt op grote schaal vuilnis gedumpt, op kleine hopen, op grotere illegale stortplaatsen, in beken en ravijnen of gewoon op straat. Langs iedere weg liggen linten van uit de auto gegooide koffiebekertjes, frisdrankblikjes, sigarettenpakjes en snoeppapiertjes. Al die legale en illegale stortplaatsen, afvalhopen en al dat zwerfvuil zijn vaak de oorzaak van brand, met name ten tijde van extreem droog weer. Een stukje glas kan door de straling van de zon een hele stortplaats in brand doen vliegen.

Vreemd genoeg lijkt het overgrote deel van de bevolking zich niet druk te maken om de gevolgen van het afvalprobleem. De eurobarometer The Attitudes of European Citizens towards Environment die in april 2005 werd gepubliceerd, liet zien dat de Grieken van alle onderdanen van de Europese lidstaten het minst bezorgd waren over de groeiende afvalberg in hun land.

Niet de samenzweringen van de politieke tegenstander maar de onachtzaamheid, onvoorzichtigheid en het egoïstisch gedrag van de burger zelf vormen de belangrijkste oorzaak van de talloze branden. Iets als algemeen belang – een onontbeerlijk element voor milieubewustzijn – speelt in de Griekse cultuur geen grote rol. Dit uit zich ook op andere manieren. Het verbranden van afval in de eigen achtertuin is volstrekt normaal. Brandende sigaretten worden uit de auto gegooid, ongeacht of de automobilist zich midden in de stad of in een bos bevindt. De vele panigyri (de aan heiligen gewijde feesten die met name in de maand augustus worden gevierd) gaan gepaard met grote eet- en drinkgelagen met bijbehorende barbecues in de buitenlucht. Dergelijke feesten zijn met name op dagen met harde wind in een sterk verdroogde omgeving niet zonder gevaar. Nikos Margaris, hoogleraar milieukunde, benoemt het probleem in zijn boek Around Greece with a Skeptical Environmentalist. ‘Iedere zomer’, schrijft hij, ‘veroorzaken de bosbranden een storm aan protesten jegens de staat, alsof de staat als entiteit ongerelateerd is aan de burgers.’ Onverschilligheid is het probleem, zo luidt zijn analyse. Want hoeveel mensen nemen werkelijk preventieve maatregelen, hoeveel mensen bekommeren zich daadwerkelijk om herbebossing?

Vanzelfsprekend speelt dit gebrek aan collectief verantwoordelijkheidsgevoel ook na afloop van de branden een rol. De aandacht richt zich nu op de schadevergoeding die getroffenen al dan niet bij de overheid kunnen claimen. Waarschijnlijk zal er nog lang moeten worden gewacht op de schoonmaak van niet getroffen bossen, het opruimen van afval, initiatieven tot herbebossing en het nemen van andere preventieve maatregelen voor het komende brandseizoen.

Dat is opmerkelijk. Want hoewel het drama dit jaar groter was dan voorgaande jaren, iedere zomer wordt een nagenoeg identiek verhaal genoteerd. De bevolking wijst naar de falende overheid en de regering geeft de brandstichters de schuld. In beide verhalen zit een kern van waarheid. Er worden vast en zeker branden moedwillig aangestoken door ziekelijke pyromanen, gefrustreerde brandweermannen, vandalen, jaloerse boeren en op geld beluste projectontwikkelaars. En de aanpak van de overheid laat ook duidelijk te wensen over. Maar een schuldige overheid mag geen alibi vormen voor de burger – het ontlast hem niet van zijn verantwoordelijkheid. Op naar een volgend brandseizoen.