Griekse fascisten herwinnen zelfvertrouwen

Athene – Een oudere vrouw knielt neer bij een zwerfhond op het parlementsplein. Ze streelt de droevige kop. Om haar heen zwaaien duizenden van haar geestverwanten met Griekse vlaggen in naam van de Gouden Dageraad, steken fakkels aan, marcheren in camouflagekleding. Ze heffen hun knuppels in de lucht om de ‘politieke gevangenen’ vrij te pleiten: de drie parlementariërs die in voorarrest zitten.

De neonazistische partij hervindt haar zelfvertrouwen, bleek ook afgelopen zaterdag. Nadat in september de campagne tegen de Gouden Dageraad aanving na de moord op rapper Pavlos Fyssas, stijgt haar erkenning deze weken weer naar tien procent in de opiniepeilingen. Wederom vanwege moord: ditmaal op twee Gouden Dageraad-leden, begin november. Een nieuwe guerrillagroep eiste de daad op: ‘Dit is slechts het begin.’ Niemand weet welke personen er achter de woorden schuilgaan.

In de samenleving sluimert de vrees dat het geweld escaleert. De polarisatie is voelbaar, veel Grieken wantrouwen instituties. Nu justitie jaagt op de Gouden Dageraad kan het moreel wegzakken, maar evengoed bestaat de kans op wraak, van een kat in het nauw. In zogenoemde anarchistische wijken lees je leuzen over het doden van nazi’s op de muren – vorige week werd in zo’n buurt, Exarchia, een Albanees vanaf een motor met een kalasjnikov doodgeschoten.

Zaterdag. Voor de universiteit komen ‘antifascisten’ bijeen als tegenbetoging, opgezweept door de rapmuziek van Fyssas. ‘De armoede en wanhoop maken steeds meer Grieken vatbaar voor oproepen van de Gouden Dageraad’, meent een betoger. ‘Niet allen zijn nazi’s, maar hun geweld is er niet milder door.’ De schemering valt en de mars begint, op de trottoirs gaan de rolluiken neer. Politiebussen en agenten blokkeren de doorgang richting het parlement. ‘We bevechten altijd twee groepen’, zegt een betoger, ‘aangezien het politiekorps grotendeels de Gouden Dageraad aanhangt.’ Hij keert huiswaarts.

Terug bij de Gouden Dageraad. ‘Ik ben dertig jaar, academisch geschoold en ik heb honger’, verzucht Maria, een blondine. Ze verdient vijfhonderd euro per maand. ‘Ik wil Europa niet. De drachme zal niets ten goede keren, maar Duitsland is dan tenminste van onze nek af.’ Maria kijkt naar het spandoek van de drie vastgezette ‘nationalisten’. Nikos Michaloliakos, de partijleider, die zijn artikelen met ‘Heil Hitler’ ondertekende en hommages aan Rudolf Höss schreef. Yiannis Lagos, die volgens de geheime dienst vrouwen en wapens verhandelt, witwast, chanteert en pedoseksuele neigingen vertoont. En Christos Pappas, die verweerde SS-helmen en wijnflessen met Hitlers portret verzamelt. ‘Velen beweren dat onze politici nazi’s zijn, maar dat is onzinnig’, zegt Maria. ‘Ach, bij Syriza is iedereen atheïst – wie heb je liever?’