Dit artikel is onderdeel van Het Groene Lab.

Het Groene Lab is de kweekvijver van De Groene en publiceert verhalen en essays van jong talent. Iets insturen? Mail ons via lab@groene.nl.

Griekse literatuur en de schuldencrisis

Jeroen Dijsselbloem moet Zorbàs de Griek lezen als hij zijn tegenspelers Alexis Tsipras en Yanis Varoufakis beter wil begrijpen.

Terwijl het faillissement van Griekenland dreigt en de Griekse exit uit de Europese Unie bespreekbaar wordt, verscheen bij de Wereldbibliotheek een complete vertaling van Nikos Kazantzakis’ magnum opus Leven en wandel van Zorbàs de Griek uit 1946.

Deze klassieker uit de Griekse literatuur verwierf wereldfaam met de verfilming uit 1964, waarin Anthony Quinn een fantastische Alexis Zorbàs neerzet (de film is op haar beurt weer minder bekend dan de soundtrack, waar de onnavolgbare sirtaki uit is voortgekomen).

Het boek vangt aan in de haven van Piraeus, waar de ik-verteller wacht op de boot naar Kreta. We vernemen dat hij een intellectueel is met een writer’s block, die besloten heeft om een bruinkoolmijn te gaan exploiteren. Onderweg ontmoet hij de eigenaardige Alexis Zorbàs, die prompt besluit mee te reizen. Als man van de wereld heeft hij ervaring als mijnwerker, dus hij wordt voorman. Zorbàs noemt zijn tegenspeler steevast ‘baas’, zijn naam komen we niet te weten. Het werk in de mijn wordt overigens maar zeer terloops beschreven, het is slechts een aanleiding om van omgeving te veranderen. Zorbàs en de baas krijgen direct onenigheid over de mijn, de laatste streeft een socialistische werkwijze na, wat tot groot onbegrip leidt bij zijn voorman: ‘Als een baas week is, nemen ze een loopje met hem en voeren ze niets uit. (…) Wat ben je nou? Kapitalist of dominee? Je moet kiezen.’

Centraal staan de opbloeiende vriendschap, de structuur van een Grieks dorp en bovenal de levenswijze van Zorbàs. Hij stort zich van avontuur in avontuur, zonder al te veel stil te staan bij mogelijke consequenties. Hij kan steevast rekenen op de bewondering van de ik-figuur, die goed uit de verf komt als beroepstobber. Hij probeert van Zorbàs te leren, maar dat wil nooit echt lukken. Het vrolijke nihilisme van Zorbàs voert steevast de boventoon op de sombere bedachtzaamheid van de baas. De stijl van de roman is daarin van groot belang. De verteller schetst aan de hand van fraaie metaforen een beeld van het arcadische Kreta. Dit wordt dan weer afgewisseld door de anekdotische verhalen van Zorbàs, die in korte bewoordingen vertelt hoe hij ooit een heel dorp met Bulgaren uitmoordde.

De kracht van de roman zit in de tegenstelling. Kazantzakis brengt dit in scherpe dialogen naar voren. Beide personages zijn vervreemd van de maatschappij. Alexis Zorbàs is een opportunist, de baas is mislukt als intellectueel en probeert tevergeefs een andere koers in te slaan. Zorbàs leeft naar eigen zeggen alsof hij ieder moment zou kunnen sterven, in tegenstelling tot de verteller, die zijn knopen blijft tellen. Hierop wordt slim geanticipeerd in de verfilming. De baas komt in de film uit Engeland, waarmee de kloof tussen twee werelden groter wordt. Enerzijds de decadente Brit, anderzijds de kloeke mijnwerker die zich over zijn afgestompte vriend verwondert: What kind of a man are you? Don’t you even like dolphins?’

De tegenstelling tussen de West-Europese geleerde en de impulsieve Griek is opnieuw actueel. Juist nu blijkt dat er in de onderlinge verhoudingen in Europa veel meer speelt dan geld. Er is een fundamenteel verschil in hoe de partijen het financiële probleem benaderen. Het in januari opgekomen duo Alexis Tsipras en Yanis Varoufakis neemt de proef op de som door de westerse politici veelvuldig te testen op ruggengraat. De eurogroep probeert, onder leiding van Jeroen Dijsselbloem, de Grieken door middel van argumenten te overtuigen. Kazantzakis leert juist dat argumenten in Griekenland niet voldoende zijn.

Niet verwonderlijk is het wederzijds onbegrip tussen twee totaal verschillende culturen. De branie waarmee de Grieken de Europese top benaderen wordt dagelijks in de kranten benadrukt. Het impulsieve optimisme en de ongeremdheid waarmee ze Dijsselbloem en de zijnen te lijf gaan, doet denken aan de leefwijze van Zorbàs.

De tegenstelling tussen de West-Europese geleerde en de impulsieve Griek is opnieuw actueel

Dijsselbloem symboliseert de stijfheid en rechtlijnigheid van de intellectueel zonder humor. Daartegenover staat Varoufakis, met zijn leren jack en brommer, met de mentaliteit van een straatvechter en levensgenieter. De fotoreportage bij de minister van Financiën thuis bevestigt dit. In West-Europa zou niemand het in zijn hoofd halen, maar Varoufakis gaat met uitzicht op de Akropolis achter de piano zitten.

Griekenland is duidelijk een land waar andere principes gelden dan in bijvoorbeeld Nederland. In het dorp waar de roman zich afspeelt wordt nog op een rustieke manier geleefd, waarin er nog een dorpsoudste is die de dienst uitmaakt. Hoogtepunt van barbaarsheid is de moord op de knappe dorpsweduwe. Gelukkig gebeurt dit pas nadat ze het bed heeft gedeeld met de verteller. Die laatste is hier overigens niet erg rouwig om: het hoort nu eenmaal bij de mores van een Grieks dorp. Het moge duidelijk zijn dat de twintigste eeuw haar intrede nog niet had gedaan.

Een afspraak maken met een Griek is een vak apart, zo stelt Kazantzakis. Of afspraken nagekomen worden is sterk afhankelijk van de relatie die de twee partijen hebben. Als Zorbàs naar de stad vertrekt om kabels te kopen voor zijn kabelbaan voelt zijn baas de bui al hangen. Zorbàs komt terecht in een bordeel, waar hij champagne bestelt om indruk te maken op een meisje, dat hem steevast papouli noemt (Grieks voor opaatje). Uiteindelijk komt hij toch terug, met de beloofde bevoorrading. Zorbàs en zijn compagnon zijn erg aan elkaar gehecht, zoveel is zeker.

De crux in het boek is dat de ik-figuur meer op Alexis Zorbàs wil gaan lijken, maar dit lukt hem niet. Dat is niet verwonderlijk: het vergt een totaal ander wereldbeeld. Zorbàs concludeert dat zijn vriend te veel boeken gelezen heeft. Op dit moment is het omgekeerde aan de hand: het lukt de Grieken om wat voor reden dan ook niet om het West-Europese voorbeeld te volgen. Er is in West-Europa, met name in Nederland en Duitsland, een begrotingsideaal waar de Grieken totaal geen boodschap aan hebben.

De poging om door middel van begrotingsdiscipline het land radicaal te veranderen heeft tot nog toe geleid tot een tegenreactie, waarin een radicaal-linkse premier zijn best doet om gezichtsverlies te vermijden. Dit kan nooit de bedoeling geweest zijn van de Europese Unie. Het is maar de vraag of de gewenste verandering er ooit zal komen, en zo ja, of dat op tijd zal zijn.


Berend Sommer (1990) is historicus


Beeld: Anthony Quinn als Alexis Zorbàs in de verfilming uit 1964