Griekse pleinen lopen weer vol

Athene – Dus hier begint Europa, dacht Rahim Zada, hier, op dit plein van treurnis. Net als andere Afghanen stapte hij in Athene uit bij de wijk Viktorias, en lange nachten sliep hij buiten, op de stenen. ‘Dit is geen leven’, verzucht Zada nu, na een vlucht van vier maanden. ‘Liever was ik gedood door de Taliban.’

De intocht van ontheemden is dit jaar vervijfvoudigd, en haast een half miljoen papierloze migranten leven in Griekenland. Weer dreigt Athene overspoeld te raken. Drie à vier jaar geleden verbleven duizenden vluchtelingen op de pleinen, en de extreem-rechtse aanhangers van de Gouden Dageraad staken er tientallen neer. Niemand wil die scènes nogmaals zien.

Evenwel stuurt de Griekse politie alle nieuwkomers naar de hoofdstad, naar de eens chique wijken in volkomen verval – zoals Viktorias, waar alleen Café des Poètes nog aan oude tijden doet herinneren. Even verderop zit Rahim Zada onder een boom, in de schaduw, omringd door een grote groep Afghanen. ‘Hier hoorde ik Farsi’, weet Zada nog, ‘dat troostte me, eerst.’

Een bom ontplofte op het Navo-bureau in Kabul waar hij vertaler was, en met bebloed gezicht beschimpte hij de Taliban op televisie. Zo kwam hij op de dodenlijst, zo kwam hij in Viktorias. ‘Mismoedig voel ik me, steeds beeld ik me in dat iemand me beloert: “Kijk, die vuile vagebond.” Terwijl ik naar de universiteit ging…’

Hij glimlacht aldoor, en dan zijn er toch tranen. ‘Steeds belt mijn moeder, en veins ik dat het prachtig is, in Europa.’ Zada kijkt om zich heen, en mijmert: ‘Ieder van ons draagt een roman in zich.’

Altijd dolen smokkelaars op het plein rond, vlotte Grieken, en Hamed Heidari wimpelt ze af. ‘Vierduizend euro voor een vals paspoort heb ik niet’, zegt de jonge Afghaan, al halfgrijs. Sinds een tijdje betrekt hij een kamer, om de hoek. ‘Met negen anderen lig ik ’s nachts zij aan zij, op de kale grond, tussen het ongedierte.’ Overdag eet hij eenmaal souvlaki. ‘Het idee was om te voet Europa in te trekken’, vervolgt Heidari, ‘over het spoor, weg van hier. Totdat veertien vluchtelingen laatst een tunnel in liepen, tussen Macedonië en Servië, en een trein hen overreed. Dood. Ik kende ze van dit plein, en ben nu bang.’

Dan verschijnen er plots drie Zweedse dames, geschminkt. Zij vliegen de wereld over om in noodgebieden éventjes de lach te brengen. Een halfuur lang staren alle Afghanen naar de Clowns Zonder Grenzen.