Griezel

Prof.dr. H.J.C. van Marle, oud-directeur van de Mesdagkliniek en het Pieter Baancentrum heeft het volgende gezegd: ‘Naar griezelfilms kijken hoort bij het leven, daardoor leer je omgaan met je eigen angst.’

Ik citeer dit ene zinnetje uit een stuk dat over pornofilms ging, omdat het zinnetje me het gehele weekeinde heeft beziggehouden. Ik haat griezelfilms. Een beetje eng en ik houd al op met kijken. Piepende deuren waarachter je iemand vermoedt, dreigende muziek zodat je weet dat er iets ellendigs staat te gebeuren. Aanzetten tot geweld, ja, kleine prikkels zijn al voldoende om mij vanwege een gevoel van grote griezeligheid en angst te laten stoppen met kijken. En toch ben ik in het werkelijke leven absoluut niet een bang of angstig iemand. Onverschrokken kijk ik achter deuren, moedig ga ik op onderzoek bij geluiden, misschien van een inbreker, ik weersta overvallers die mijn geld willen, ik kan tegen dreigingen, gevaren, ellendige berichten, kommer en kwel. Zit ik verkeerd in elkaar? Of heb ik zo vroeg leren omgaan met mijn eigen angst dat ik me niet meer kan herinneren dat ik griezelde? Moet ik alsnog griezelfilms gaan kijken? Voor spookverhalen was ik nooit bang, herinner ik me, maar voor gevisualiseerde engheid ga ik opzij. Ben ik van de voorfilmse generatie? Mijn hart bonkt in mijn lichaam. Ik griezel. Ik deug niet, want ik houd niet van griezelfilms. Hoe kan ik dit nog oplossen. Hoe kan ik mezelf nog tot evenwichtige omgang met mijn eigen angst brengen? Is het al te laat? Mag ik niet spoken als ik dood ben? Ik heb een rot zondag gehad door die Van Marle.