Griezelvallei

Op internet circuleert een foto van Donald Trump, waarbij zijn ogen zijn vervangen door twee miniversies van zijn eigen mond. De grap is dat je nauwelijks het verschil ziet met het origineel.

Zijn dichtgeknepen oogjes lijken precies op zijn (bij uitzondering) dichtgeknepen mond. Het is een viezig, vlezig plaatje, maar dat is eigenlijk elk plaatje van The Donald, en al maanden lukt het me niet om weg te kijken.

Op één vriendin na, die een gezonde afkeer heeft van de informatieoverdaad van het internet en een bewonderenswaardige desinteresse voor alles wat de Amerikaanse presidentsverkiezingen betreft, ken ik niemand die zich niet al griezelend laaft aan het spektakel dat zich als een soort anti-House of Cards voor onze ogen ontvouwt. Niet alleen Trump is obsceen (‘I love the poorly educated!’ schreeuwde hij na zijn overwinning in Nevada – een hele dystopie in vijf woorden), alles aan de miljarden kostende, maandenlang uitgerekte, nieuwsvretende campagnes is even misselijkmakend als een Bossche bol na een patatje oorlog.

Mijn guilty midnight snack bestaat uit Trumps familiefoto’s, die veel weg hebben van kiekjes uit Madame Tussaud’s: zijn zoons Eric en Donald Jr. die eruitzien als twee wassen beelden met achterovergekamd haar en slecht zittende pakken; zijn dochter Ivanka met twee siliconentieten stevig aan haar lichaam verklonken; zijn vrouw Melania wier gezichtshuid een paar centimeter hoger is getrokken dan haar gelaatstrekken; de schoondochters, blond, hooggehakt en vruchtbaar als Venussen. Als ik even doorklik kom ik uit bij een geretoucheerde selfie van Donalds jongste dochter Tiffany op Instagram, waarop ze eruitziet als een barbiepop met rigor mortis. En als ik nog verder doorklik tref ik Eric en Donald Jr. in safari-outfits, trots poserend met een dood luipaard in hun armen en een buffel onder hun voet.

Iets zegt me dat de Trumps een kastje hebben in plaats van een hart, een klein apparaatje dat in het diepste geheim werd ontworpen door een even briljante als kwaadaardige roboticaprofessor. Ze lijken wel op mensen, maar net niet helemaal. Je ziet het aan de manier waarop hun kleren om hun lichaam vallen, hun gebaren, hun gezichtsuitdrukkingen (op Donald heeft de ontwerper zich, vanzelfsprekend, het meest uitgeleefd). Al met al bevinden de Trumps zich diep in mijn uncanny valley, mijn griezelvallei, die verder vol ligt met realistische babypoppen, clowns en David Lynch-films.

Over poppen gesproken: dit weekend zag ik Anomalisa, een film waarop ik me al tijden had verheugd omdat ik Charlie Kaufman (die eerder scenario’s schreef van onder meer Being John Malkovich en Adaptation, en regisseur was van Synecdoche New York) een ronduit geniale filmmaker vind.

Trump heeft een wereld voor ogen waarin alle verschillen worden uitgepoetst

Anomalisa is een stop-motion animatiefilm. Dat betekent dat alles wat je ziet echt gemaakt is, in miniatuur, en dat iedere beweging in werkelijkheid bestaat uit honderden frames, elk een fractie van elkaar verschillend. Om een idee te geven van het monnikenwerk dat tot deze anderhalf uur durende film heeft geleid: om een vloeiend beeld te krijgen, heb je 24 frames per seconde nodig. De makers van Anomalisa konden zo’n 48 frames per dag maken: twee seconden film. Iedere beweging is dus met de grootste aandacht en precisie in scène gezet, alles – elke minieme frons, ieder voorzichtig glimlachje – doet ertoe. Dit alleen al beschouw ik als een grote daad van verzet.

Anomalisa gaat over Michael Stone, schrijver van een boek over klantvriendelijkheid. Hij reist van Los Angeles naar Cincinnati om daar te spreken tijdens een conferentie. Michael is, kort gezegd, een sad bastard. Mismoedig staart hij uit het vliegtuigraampje, mismoedig zit hij in een taxi, mismoedig steekt hij een sigaret op. Al na vijf minuten weet je dat de eenzaamheid van deze man onpeilbaar is, zijn crisis totaal.

Aangekomen in zijn hotel belt Michael naar zijn vrouw en kind in LA om door te geven dat hij goed is aangekomen. Kort daarop belt hij een oude geliefde die in Cincinnati woont. En toen pas daagde het me waarom de wereld van deze film, die in feite heel gewoontjes is (subliem gewoontjes!), zo unheimisch aandoet: iedereen, op Michael na, heeft precies dezelfde stem en precies hetzelfde gezicht. Michaels hel is een omkering van die van Sartre: het is een hel zonder anderen.

In lange tijd heb ik geen film gezien die me menselijker voorkwam dan deze. Dat kwam niet doordat de poppen er menselijk uitzagen – ze zien er zelfs vrij opzichtig uit als poppen – maar vooral door Michaels hartverscheurend grote verlangen: naar verscheidenheid, andersheid, differentiatie.

Trump-stemmers kiezen voor Trump omdat ze geloven dat hij een andere stem heeft, een ander gezicht. Ze geloven dat hij het establishment omver kan werpen (ik kan ze voorlopig niet tegenspreken) en dat hij een verschil kan maken. Het tragische is dat Trump een wereld voor ogen heeft waarin verschillen worden uitgepoetst, andersheid wordt afgestraft en gelijkschakeling de grootste triomf is. Ondertussen poseert hij nog maar eens met zijn familieleden. Ze glimlachen hun wassenpoppenglimlach, en wat kan het hun schelen dat ze niet echt zijn? Hun wereld is dat al lang.