Overwinteren aan de Spaanse kust

Grijze golven

Het zijn geen tobbers, de leden van de «stille generatie» die massaal overwinteren aan de Spaanse Costa’s. Alleen nog maar genieten, is het credo. «Ursul de Geer heeft een karikatuur van ons gemaakt.»

Carla’s Trefpunt, Benidorm. Het is middernacht en duo For You and Me zingt Blue Velvet. Een deel van de bejaarde toeschouwers knikkebolt, naast het podium streelt een paars besje haar twee grijze poedels. Dan schalt plotseling luide oriëntaalse muziek, wordt het licht gedempt en gaan de gordijnen open. Sticky Vicky, koningin der travestieten van de Costa Blanca, staat poedelnaakt tussen de Nederlandse bejaarden. Ze moet ruim in de vijftig zijn en is dus jong voor Benidormse maatstaven. In een half uur tijd tovert ze uit diverse lichaamsholten gloeilampen, scheermesjes, vlaggen, bloemen en kaarsen tevoorschijn, verbouwereerd aangestaard door de grijze toeschouwers. Als ze van de schrik zijn bekomen, is Sticky Vicky alweer op weg naar een volgend optreden, nu voor Engelsen. Wij zingen nog even mee met André Hazes en begeven ons blijmoedig tussen de «cruisende» bejaarden op de boulevard.

Benidorm is geen plek voor gerontofoben. De zogeheten «stille generatie» is oorverdovend aanwezig. We zien en horen ze in de supermarkt, bij de kapper, op de winkelstraten, in de tapasbars, bij de benzinestations, op de markten, in de restaurants en vooral op het strand, waar ze elke ochtend om elf uur met honderden tegelijk staan te heilgymnastieken op de tonen van Britney Spears. Iedere verloren veertiger met een minderwaardigheidscomplex moet beslist naar Benidorm komen: een rondje over de Playa de Poniente en hij of zij voelt zich een jonge god in de permanente parade van lillend vlees, flubberbillen en hangtieten. Tot eind mei — als het te heet wordt en de «snowbirds» weer naar het noorden trekken en een eindeloze stoet charters op de nabije luchthaven van Alicante hitsige pubers uitbraakt — is Benidorm in handen van de «stille generatie». De dertigduizend landgenoten in Benidorm hebben hun eigen, veilige universum geschapen. Een leger Nederlandse medici waakt over hun gezondheid: ruim twintig artsen, tien tandartsen, fysiotherapeuten, chiropractors, oogartsen, urologen, reumatologen, plastisch chirurgen en allergologen hebben zich permanent aan de Costa Blanca gevestigd. Voor geestelijke bijstand is er een Nederlandse kerk, een loge van de vrijmetselarij en ook een synagoge, al zijn matses in Benidorm vooralsnog moeilijker te verkrijgen dan xtc-pillen.

Mona, het voormalige boegbeeld van het weekblad Story, is ook in Benidorm neergestreken en lost in haar rubriek in het Nederlandstalige weekblad Hallo problemen van lezers op. Ook is er een afdeling van de Anonieme Alcoholisten en een psychotherapeut adverteert: «Wanneer uw leven in de knoop zit, u relatieproblemen hebt, u zich alleen voelt, angstig, depressief en verslaafd, kan u geholpen worden!»

Verder zijn er Nederlandse hondenkapsalons en dierenpensions, en de Nederlandse pensionado’s hoeven geen dag zonder hun geliefde boodschappen te zitten. In hetzelfde gebouw als het Nederlandse consulaat is een Hollandse slagerij gevestigd waar je paardenrookvlees, slavinken, zure zult, boerekop, bami goreng, shoarmavlees, belegen komijnekaas en erwtensoep kunt kopen. Op de menu’s van de talrijke Nederlandse restaurants staat als lokker: «Koude jenever geschonken», of «Wij bakken in boter».

We worden meegenomen naar de villa van een steenrijk paar. Hij is bijna tachtig, zij is twintig jaar jonger. Nee, vertelt onze gastheer, die buren daar, die zijn pas echt schathemeltjerijk. De voormalige captain of industry vertelt uitgebreid over zijn laatste operatie en laat en passant wat littekens zien. Hij is in Spanje onder het mes gegaan, want het particuliere ziekenhuis in de buurt is voortreffelijk. Er werken trouwens vrijwel alleen Nederlanders. Ook de versleten hond die aan het zwembad ligt te puffen, heeft al voor een vermogen aan chirurgische ingrepen achter de rug.

Terwijl wij grote schoonmaak houden in de wijnkelder van de heer des huizes, vertelt de vrouw dat haar man (haar tweede, zijn derde huwelijk) een enorme krent is en zij eigenlijk veel en veel rijker is. Zij is twintig jaar geleden aan de Costa komen wonen, in het voetspoor van haar ouders die er al een huis hadden. Al tien jaar is ze niet naar Holland terug geweest; ze heeft er niets meer te zoeken. Beiden zijn sinds een tijdje aan een nieuwe hobby begonnen. Buiten onder de pergola hangt een schilderij van haar, terwijl beneden in de wijnkelder zijn werk staat te drogen. Gelukkig hoeven ze niet van de kunst te leven.

Op het terras voor de Nederlandse bibliotheek ontmoeten we Corry Bouts-Baan, een vrolijke zestiger die al twintig jaar in Benidorm woont. Ze is bij alle mogelijke Nederlandse activiteiten betrokken. Van de astma die haar dwong haar baan als lerares in Rotterdam op te geven, heeft ze sinds haar emigratie geen last meer. Corry: «Nee, ik mis Nederland niet, de grijze luchten, de korte dagen. Benidorm wordt al vijftig jaar het paradijs van Spanje genoemd en dat is het ook.» Ze laat haar fotoalbum zien en vertelt over de talloze uitstapjes die ze maakt, over haar yogagroep en over bomen die energie uitstralen: «Jazeker, het boek van Irene ligt ook in onze bibliotheek, hoor. In Nederland wordt nogal eens laatdunkend gedacht over Benidorm, maar men vergeet dat wij hier gelukkig zijn en dat onze levensverwachting hier aanzienlijk gestegen is. Niet lang geleden was die Ursul de Geer hier, met dat vreselijke programma Het is hier gezellig. Hij heeft zich overal naar binnen geslijmd, mocht overal filmen maar uiteindelijk heeft hij een karikatuur van ons gemaakt, alsof wij allemaal met een aardappel in de keel praten.»

Dertigduizend Nederlanders kunnen geen ongelijk hebben. Benidorm heeft een van de mooiste stranden van Europa, een indrukwekkende boulevard met wuivende palmbomen en een skyline die doet denken aan New York en Rio de Janeiro. Tegelijkertijd lijkt het alsof je in een enorm decor loopt, als in de film The Truman Show, en is Benidorm een façade waarachter leed, dood en verdriet zijn weggemoffeld. Even ten zuiden van Benidorm, op de weg naar Alicante, zien we een grote Egyptische tempel staan, opgetrokken uit okergele bakstenen. Het smaakvol tussen palmen en bougainville neergevlijde gebouw blijkt het lokale mega-crematorium te zijn.

Corry Bouts-Baan: «Natuurlijk zijn er overwinteraars die hun kinderen missen, die Nederland missen. Maar nooit vergeet ik het verhaal van het bejaarde stel dat met de kerst naar Nederland ging om hun kinderen te verrassen. Bij aankomst bleken de kinderen op het punt te staan om met de wintersport te gaan. Of de ouders maar even op het huis wilden passen! Sommige kinderen verwijten hun ouders in het buitenland te wonen, ver van hun kleinkinderen. Maar al met al denk ik dat wij hier beter af zijn dan in Nederland, veel beter.»

Naast ons op het terras zit een echtpaar uit Den Haag. Gisteravond zijn ze naar de bingo geweest. Thuis zouden ze er niet over piekeren om te bingoën, maar hier is het leuk, met de getallen die zowel in het Nederlands als in rap Spaans door de zaal vliegen. Ze hebben net drie weken vakantie achter de rug. Hij gaat volgend jaar met de vut en dan willen ze de stap naar Benidorm wagen. Eerst een huis huren om te zien hoe het bevalt aan de Playa de Poniente, en dan zien ze wel. Zij: «Mijn moeder woonde hier, dus ik kwam hier al wat langer. Hij wilde nooit mee, het leek hem niks met al die hoge flats.» Hij: «Ik ben nou voor het eerst meegegaan. Ik vind het hier wel gezellig. Heel anders dan ik had gedacht.»

Benidorm in de vroege ochtend. De Strip achter de Playa Levante is nog steeds bomvol met halfnaakte Britten. Tongend rollen ze, opgegeild door de boomboomboom’s van de Venga Boys, met hun verbrande lichamen door perkjes en parkjes. De eerste bejaarden begeven zich naar het strand voor heilgymnastiek of een ochtendwandeling, al dan niet ondersteund door stokken, krukken of loopkarretjes. Om twaalf uur ’s middags, als de Costa-pubers in coma liggen, hebben ze de macht overgenomen. Tegen tweeën dansen honderden Spaanse bejaarden — voormalige gastarbeiders die zwaar gesubsidieerd door de Spaanse regering van een welverdiende oude dag kunnen genieten — chachacha’s in de met palmbomen versierde tenten aan het strand.

Vanaf begin juni wordt het bejaardenparadijs voor vier maanden opgeheven. Al eerder zijn veel overwinteraars aan hun grote trek naar het noorden begonnen. Zij moeten vaak eind maart al hun appartementjes uit. De meeste permanente bewoners wordt het in de zomer te heet en te druk in Benidorm. Corry Bouts-Baan: «Ik geniet van de levendigheid hier, daar gaat het niet om. Maar ik denk dat ik naar Nederland ga. Ik woon midden in het centrum en ’s nachts trekken dan duizenden jongeren door de straten, stijf van de drugs en drank, die het heerlijk vinden om te schreeuwen omdat het zo lekker galmt tussen al die flats.» Tot eind september heerst de chaos aan de Costa Blanca; daarna nemen de pensionado’s met zachte drang het bewind weer over.