Jobrotation in de politiek

Grillige kiezers, grillige vacatures

Politici zijn overgeleverd aan de grillen van de kiezer. Eenmaal gekozen vertrekken ze direct naar Den Haag. Wat laten ze achter?

De verkiezingsavond was spannend voor de jonge fractievoorzitter van de PvdA in Eindhoven. Bij de eerste prognose zat hij in de Kamer, even later niet meer en uiteindelijk toch wel. Hij schrok ervan: «Pas toen 97,5 procent van de stemmen was geteld, geloofde ik het.»

De volgende ochtend zit hij in de trein naar Den Haag. Dan pas dringt het tot hem door: «Het is een enorme eer om opeens volksvertegenwoordiger te zijn.» Om twee uur is de eerste vergadering van de nieuwe PvdA-fractie. Maar eerst foto’s maken voor zijn beveiligingspasje. Van de ene op de andere dag verruilt Martijn van Dam — de «onverkiesbare» nummer 41 van de kandidatenlijst van de PvdA — de gemeenteraad van Eindhoven voor een zetel in de Tweede Kamer.

En dat terwijl Van Dam — nog geen 25 jaar oud — zijn partij om duidelijkheid had gevraagd: hij wilde óf een verkiesbare plaats óf een onverkiesbare plaats, niets er tussen, geen wurgende spanning. De PvdA bood hem deze zekerheid. Op grote winst rekende de partij immers niet. Na het partijcongres accepteerde de ingenieur — vorig jaar afgestudeerd aan de TU Eindhoven — zijn eerste baan: bij Philips Lighting. Na twee maanden neemt hij ontslag.

Van Dam laat meer gaten vallen. De PvdA-fractie in Eindhoven, die hij sinds twee jaar leidde, heeft hem al vervangen. Vice-fractievoorzitter Harry Janssen: «We kozen Van Dam met het oog op de continuïteit. Dat blijkt een misvatting. Natuurlijk hebben we liever iemand die het twee periodes volhoudt. Maar zo gaat dat in de politiek.»

De landelijke politiek vist wel vaker in de lokale politieke vijver. Is dat niet storend voor de afdelingen? Janssen: «Nee hoor. Sterker nog, vroeger deed de PvdA dat te weinig. De regio’s waren sterk ondervertegenwoordigd. Er zaten voornamelijk mensen uit de Randstad in de Tweede Kamer. Dat is nu een beetje rechtgetrokken.» Kan Van Dam nog iets betekenen voor Eindhoven? Janssen: «Misschien kan hij de herindeling van de gemeente Eindhoven weer op de agenda zetten. We zijn er nu al dertien jaar mee bezig en nog steeds is er geen stadsprovincie en geen herannexatie. Dat is een ramp voor de stad.»

Voor onderwijssocioloog Paul Jungbluth was de verkiezingsavond daarentegen een tegenvaller. Hij stond op de tiende plaats bij GroenLinks en ging er bij het opstellen van de lijst vanuit dat hij in de Kamer zou komen. Helaas. Het werden er acht. Gevolg: Jungbluth blijft bij het Nijmeegse Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS). Directeur Jeroen Winkels had Jungbluth de zetel gegund en hield al rekening met het vertrek van de onderzoeker. Onzeker? «Andere medewerkers solliciteren ook weleens elders. Soms gaat de benoeming door, soms niet.»

Het Nijmeegse instituut heeft in het verleden vaker medewerkers de politiek in zien gaan. De oprichter van het ITS, Jos van Kemenade, werd minister van Onderwijs en Wetenschappen in het kabinet van Den Uyl. En vorig jaar nog werd afdelingshoofd Peter Lucassen namens de SP wethouder in Nijmegen. Winkels: «Vaak zijn het oudere, ervaren medewerkers die de overstap naar de politiek maken. Dan moet het instituut goede afspraken maken over de overdracht.»

Diederik Samsom maakt eveneens een turbulente periode door. Vorig jaar viel hij als nummer 33 op de PvdA-lijst — toen een zeer verkiesbare plaats — buiten de boot. Hij werd directeur van Echte Energie, een bedrijf dat handelt in groene energie. Voor Freerk Bisschop, oprichter en mede-eigenaar, is het een tegenvaller dat Samsom is vertrokken: «Zoiets gaat natuurlijk ten koste van de continuïteit van het bedrijf. Nu moet het overdrachtsproces opnieuw. Dat leidt tot onrust binnen het bedrijf, maar ook tot onduidelijkheid voor de omgeving.»

Al bij zijn komst bij Echte Energie was Samsom wel duidelijk: bij de volgende verkiezingen wilde hij een nieuwe poging wagen. Bisschop: «We dachten dat hij anderhalf jaar zou blijven, dat het kabinet dan zou vallen. Voor ons was dat acceptabel.» Spijt heeft Bisschop achteraf niet: «Diederik heeft in korte tijd veel bereikt. Hij is iemand die snel resultaten boekt. Hij heeft meer betekend voor het bedrijf dan dat hij tot last is geweest: we zijn dit jaar vijftien procent groter geworden. Dat is meer dan we geprognosticeerd hadden.»

Op de snelle val van het kabinet kijkt Bisschop met gemengde gevoelens terug: «We waren er niet ongelukkig mee: het milieubeleid was niet goed. Maar we wisten ook dat we Diederik — op z’n Haags gezegd — met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zouden kwijtraken. Onze taxatie was dat hij in de top-twintig van de PvdA-lijst zou komen. Of we nu een afgevaardigde in Den Haag hebben? Nee. Diederik zit er niet om zaken voor ons te regelen. Maar het contact kan waardevol zijn.»