Agota Kristof, Gisteren. Vertaald door Mirjam de Veth, uitgeverij Van Gennep, 111 blz., f34,90
Het is riskant om Gisteren, de nieuwste roman van de Hongaarse, in Zwitserland levende en in het Frans schrijvende auteur Agota Kristof samen te vatten. Voor je het weet vertel je een melodrama: Line - die getrouwd is met een etter - weet helemaal niet dat Tobias, de man door wie ze gekust en begeerd wordt, haar halfbroer is. Ze verkeert in de waan dat hij in een ander land haar beste vriend was voor hij vijftien jaar geleden plots verdween.

Gisteren is een en al grimmigheid. Tobias is de zoon van de dorpshoer Esther en de onderwijzer, een getrouwd man die bij zijn eigen vrouw een dochter heeft die Line heet. Tobias was amper twaalf jaar toen hij een mes in de rug plofte van zijn vader, de enige ‘die de deur dichtdeed als hij mijn moeder neukte’. Tobias wou zijn vader vermoorden omdat deze op het punt stond zijn hoer te verlaten. In de waan dat hij zijn vader heeft gedood, vlucht Tobias naar een westers land, waar hij in een horlogefabriek werkt. Hij leidt er een doelloos leven, doet een halfslachtige zelfmoordpoging en maakt aantekeningen in een schrift. Tobias is ongelukkig, onder meer omdat hij Line niet kan vergeten. Hoe onwaarschijnlijk ook, op een dag kruisen hun wegen elkaar in het vreemde land. Line is getrouwd met een fysicus en heeft een dochter. Tobias is meteen weer verliefd op zijn halfzuster en wil met haar trouwen, maar wil niet verklappen dat ze dezelfde vader hebben.
In essentie is dit boek, zoals overigens alle boeken van Kristof, een verhaal over de fundamentele eenzaamheid van ieder mens en diens onvermogen om zelfs in de liefde onbaatzuchtig te zijn. Iedereen wordt gedreven door een dof eigenbelang en de schrijfster ontmaskert de samenleving als een jungle waarin opportunisme en berekening een centrale rol spelen in het najagen van psychisch comfort.
Kristofs migrantenpersonages gaan kapot aan hun eenzaamheid. 'Robert heeft zijn polsen doorgesneden en op tafel een briefje achtergelaten in onze taal: Krijg allemaal de klere. Magda heeft aardappels geschild en worteltjes geschrapt, daarna is ze op de grond gaan zitten, heeft het gas opengedraaid en haar hoofd in de oven gestoken. De vierde keer dat we geld inzamelden zei de ober: Jullie buitenlanders halen de hele tijd geld op voor rouwkransen, jullie gaan om de haverklap naar een begrafenis.’
Het lijkt of de radicale niet-betrokkenheid het stilistische watermerk van Kristofs talent is. Maar precies in de emotionele kilte die opstijgt uit de onopgesmukte zinnen, schuilt de stilistische kracht die de lezer emotioneel zo diep kan raken. In de details sluimert het drama: de zelfmoord van Magda kan alleen maar verbijstering uitlokken omdat ze even tevoren gewoon worteltjes zat te schrappen.
Line wordt uiteindelijk het grote slachtoffer van Tobias’ passie. Ze verliest alles, tot haar kinderen toe. Aan het slot is Tobias weer de gevoelskoude mens die hij was voor de komst van Line. Hij trouwt met Yolande, over wie hij in het begin van de roman zei dat haar gevoelens hem niet interesseerden. Zijn ingebeelde afscheid van Line is gemeen: 'In mijn hoofd zeg ik nog tegen haar: In onze jeugd was je al lelijk en gemeen. Ik dacht dat ik van je hield. Ik heb me vergist. O nee, Line, ik hou niet van je. Niet van jou, van niemand, van niets, ook niet van het leven.’