H.J.A. Hofland

Grip op je dip

Waar is onze publieke opinie gebleven? Meer mensen dan ooit tevoren hebben een me ning. Door wetenschappelijke instellingen worden ze op hun mening onderzocht. De uitslagen worden gepubliceerd en daar heeft iedereen dan weer een mening over. Er zijn meer middelen om iedere mening verder te verspreiden. Wie voelt aankomen dat hij meer belangrijke meningen krijgt, sticht een web log en wordt blogger. De kranten bedelen om ieders mening. In iedereen schuilt een columnist. Intussen verdwijnt de publieke opinie als de bron van energie voor de politiek langzaam maar zeker van het toneel.

Er komen wel met regelmaat volksmassa’s op de been, maar dat is voor een evenement. Vorig jaar zijn op initiatief van vakbondsleider Lodewijk de Waal honderdduizenden naar het Museumplein gekomen om te laten weten dat ze het niet pikten. De begrafenis van Pim Fortuyn heeft een grote menigte op de been gebracht. De Dam stond vol bij de herdenking van Theo van Gogh. Dat waren wel manifestaties van de publieke opinie, maar in politiek opzicht niet meer dan eenmalige demonstraties van een malaise, horend tot de categorie van de evenementen. Ze hebben geen duurzame veranderingen teweeggebracht.

Er is een theorie die zegt dat de depolitisering is begonnen toen de arbeiders hun loon per giro kregen. Het vervolg kwam toen de uitslagen van de verkiezingen niet meer op borden aan de gevels van de kranten bekend werden gemaakt, maar het slot van het democratische feest tot een evenement op de televisie werd verwerkt. «In de krantenwijken wordt gevochten», schreef Bertolt Brecht in zijn toneelstuk Trommeln in der Nacht. Krantenwijken zijn er niet meer en als nu voor de televisie wordt gevochten zal dat op z’n hoogst de zorg van de wijkagent zijn.

De straat is gedepolitiseerd. Met iedere vordering van de communicatietechniek is dat verder gegaan. Honderdduizend betogers voor het regeringsgebouw vormen een dringende politieke macht die ieder ogenblik gevaarlijk kan worden. Honderdduizend bloggers die het staatshoofd uitschelden zijn niet meer dan een getal van zes cijfers.

Een halve eeuw geleden is het einde van de door overheden en bedrijfsleven in het zuiden van de Ver enigde Staten gepraktiseerde rassenscheiding geforceerd door acties van studenten, de sit-ins van het Congres for Racial Equality. In de jaren van de Vietnamese oorlog is de publieke opinie op den duur een van de beslissende factoren geweest. Daarin had de onbelemmerd verslaggevende televisie een stimulerende rol. Maar de publieke opinie liet zich gelden op straat, in optochten, teach-ins. Op de campus van Kent State University werden bij een demonstratie vier studenten doodgeschoten. We hebben de oorlog op de campus verloren, heeft Richard Nixon zich later laten ontvallen. De publieke opinie was geïnternationaliseerd. In Amsterdam, in de Beurs, werd een teach-in gehouden toen de Amerikaanse ambassadeur en mr. G.B.J. Hiltermann tot de geëerde sprekers hoorden.

In de jaren negentig, het tijdperk van het Einde van de Geschiedenis en de eeuwig doorgroeiende Nieuwe Economie, werd de politieke publieke opinie vervangen door die van de consument. De aanval van 11 september veroorzaakte een storm van vaderlandsliefde. Verwar die niet met publieke opinie. Pas in de laatste weken voor de oorlog in Irak begon, leek de publieke opinie als politieke macht een wedergeboorte te beleven. «Mensen die denken dat er maar één wereldmacht is, vergissen zich», schreef The New York Times. «De andere is de mondiale publieke opinie.»

Ouderwets gedacht. Wel waren ze allemaal tegen de oorlog – de paus, Chirac, Schröder en nog een groot gezelschap wereldleiders, maar op het denken van George W. Bush hadden ze geen invloed. In sommige belangrijke hoofdsteden van het Westen werden nog grote optochten gehouden, maar ook die mochten niet baten en de deelnemers gingen thuis naar de tv kijken, naar het wonder van het shock and awe. Daar zitten ze, tweeënhalf jaar en zo’n vijftigduizend doden later, nog.

Nu begint de publieke opinie in Amerika zich weer massaal te roeren. Het is deze zomer begonnen met de actie van Cindy Sheehan, moeder van een in Irak gesneuvelde soldaat. Kamperend bij de boerderij van de president vestigde ze de aandacht weer op Irak. Maar er was een orkaan en het daarop volgende wanbeheer voor nodig om de publieke opinie duidelijk te maken dat deze president niet alleen met Irak maar met zijn hele beleid de natie in grote moeilijkheden heeft gebracht. Afgelopen weekeinde zijn in Washington voor het eerst na alle rampen weer honderdduizend mensen de straat op gegaan. Hoe duurzaam is deze oppositie van de straat?

In Nederland beleven we op kleine nationale schaal een enigszins vergelijkbaar drama. Zelden zal er een kabinet zijn geweest dat zoveel onvrede, kritiek en afkeer heeft veroorzaakt als dat van Balkenende. Ik kan me niet herinneren dat de stemming in het land moedelozer, treuriger is geweest dan in de afgelopen drie jaar. Meer mensen dan ooit tevoren geven uitdrukking aan hun gevoel van dagelijkse ergernis tot permanente uitzichtloosheid. De kanalen van de politiek zijn verstopt. Ze schrijven brieven naar de kranten om zich te beklagen, ze putten zich uit in verbittering of scheldpartijen op een weblog. En toch willen al die duizenden opinies bij elkaar niet tot een publieke opinie worden.

In de Volkskrant van 23 september las ik dat tachtig duizend jongens en meisjes tussen de 18 en 25 lijden aan een depressie. Daar moet iets aan gedaan worden. Het Trimbos Instituut heeft met nog drie instellingen een groeps cursus voor depressieve jongeren ontwikkeld. Op internet. Grip op je dip online. Een depressie is heel erg. Maar stel je die tachtigduizend voor terwijl ze aan hun computer grip op hun dip zitten te krijgen, en je weet waar de publieke opinie is gebleven.