Gristenstrijders: weg met de yoga-dominees

Nederland is voor de helft buitenkerkelijk geworden, meldt het Sociaal Cultureel Planbureau. Bij ongewijzigd beleid zal dat in het jaar 2020 zijn opgelopen tot driekwart. Moeten de kerken de mystieke santekraam van de New Age omarmen, zoals de synoden der hervormden, gereformeerden en lutheranen voorstellen? Of ligt de verlossing juist bij de stoere christenstrijders van RPF, GPV en SGP?

Op 28 en 29 januari jongstleden brak in het Gelderse Lunteren een nieuwe tijd aan voor de protestants-christelijke kerken in Nederland. Een krappe meerderheid van 76 van de 139 vertegenwoordigers van de Nederlands HervormdeKerk, de Gereformeerde Kerken en de synode van de Evangelisch Lutherse Kerk gaf na een intens en somtijds emotioneel debat haar zegen aan een uiterst controversieel rapport genaamd De kerken hebben hun geheim tussen oud en nieuw.
Het rapport, geschreven door de Raad voor de zaken van Kerk en Theologie der Nederlands Hervormde Kerken en de Deputaten Kerk en Theologie der Gereformeerde Kerken in Nederland, is bedoeld als een ‘handreiking’ naar de explosief groeiende aanhang van de psychedelisch-religieuze New Age-beweging.
Terwijl de reguliere kerken in ras tempo leeglopen, storten steeds meer Nederlanders zich op spiritisme, psychosynthese, reincarnatie, engelverering en andere takken van de New Age, zo had de 'triosynode’ der hervormden, gereformeerden en lutheranen al eerder met zorg geconstateerd. Aan ds. A.W. Berkhof, secretaris van de Raad voor de Zaken van Kerk en Theologie van de Nederlandse Hervormde Kerk, was nu de vraag voorgelegd hoe de kerken met de New Age moesten omgaan. Het resultaat was niet minder dan een omarming van de New Age.
'Al geruime tijd is er een proces van kerkverlating gaande in Nederland’, zo meldt De kerken hebben hun geheim. 'De kerken zijn inmiddels tot minderheid in onze samenleving geworden. Toch betekent deze uittocht bepaald geen groeiende onverschilligheid voor religieuze waarden. Het vragen naar de zin van ons bestaan is vaak in andere verbanden voortgezet. Veel van wat daar gaande is wordt aangeduid met de begrippen New Age-beweging of Nieuwe Tijds-denken. Een opvallend symptoom van deze verschuiving is het aanbod in boekhandels onder het hoofdje “Bijbel en theologie”. Daar troffen we nog niet zo lang geleden de joodse godsgeleerde Pinchas Lapide en de rooms-katholieke theoloog Schillebeeckx aan. Nu vinden we daar, aangeduid als religie of esoterica, allerlei New Age-literatuur: van geschriften over communicatie met overledenen via de zeggingskracht van de sterren tot psychosynthese, yoga en de onvergankelijkheid van de geest. Ook zich bewust tot de christelijke kerk rekenende auteurs vinden hier een plaats: Joanne Klink en Hans Stolp, Aleid Schilder en Karel Douven, met hun geschriften over jeugdherinneringen, engelen, karma en groei naar het licht. Sommigen zien in deze verschuiving een ernstige bedreiging voor het joods-christelijke erfgoed. Soms zelfs zo sterk dat ze hier “de duivel” aan het werk zien. Voor anderen gaat het om een verwoording van waar het in het christelijk geloven altijd al om ging. Velen zitten daar ergens tussenin, en spreken van “onbetaalde rekening” of “uitdaging en impuls”, of hebben geen behoefte er een oordeel over te vormen.’
De opstellers van het rapport toonden zich nadrukkelijk zeer gecharmeerd van de New Age, alle beschuldigingen over satanische invloeden ten spijt. Hoofdopsteller Berkhof: 'Juist vanuit de kringen waar het meest wordt gehamerd op de gevaren van de New Age, zie je tegenwoordig allerlei profetessen en zieners oprijzen. Kijk maar eens naar de enorme aanhang van zieneres Sonja op het Friese platteland. Dus die verwijten zijn nogal dubbelzinnig getint. Als christenen moeten we accepteren dat we niet meer de zekerheden van vroeger hebben. In de marge van de kerk vind je al genoeg goede kerkmensen die vertellen over bijna-doodervaringen, reincarnatie en visioenen van engelen. Dat kunnen en moeten we niet langer negeren. Vroeger hebben we ook geprobeerd om het marxisme en het existentialisme te incorporeren in de houding van de kerken. De New Age is onze nieuwe uitdaging.’
In het rapport wordt de groei van de New Age-aanhang zelfs in verband gebracht met het falen der kerken. 'We hebben het er vaak zelf naar gemaakt dat anderen hun heil elders gingen zoeken’, zo luidt de trieste constatering. 'Doordat we uit elkaar hielden wat bijeen hoort: zonde en genade, heden en toekomst, mens en wereld, mannelijk en vrouwelijk, lichaam en geest, God en mens, buiten en in mij. Veel kritische opmerkingen keren naar onszelf terug. Zij dwingen ons om taal en engagement weer nieuw en goed op elkaar te betrekken (…). Dat de mensen van de New Age, buiten en binnen onze gemeenten en praochies, ons uitdagen tot die wezenlijke vragen is van groot belang.
Op zijn minst kunnen gesprekken met New Age ons helpen aan de winst onbevangener en intiemer over God te durven spreken.’
Dat het de hoogste tijd is voor nieuwe impulsen voor het kerkbezoek werd duidelijk toen het Sociaal en Cultureel Planbureau verleden week de studie Secularisatie in Nederland 1966-1991 presenteerde. Kille cijfers tonen daarin een ware exodus uit de kerkbanken aan. Was eind jaren vijftig nog driekwart van de Nederlandse bevolking ingeschreven bij een kerkgenootschap, thans is dat nog slechts 57 procent. Tegen het jaar 2020 zal driekwart van de bevolking ontkerkelijkt zijn. Nog slechts 43 procent van de bevolking waagt zich minimaal een keer in de twee weken aan een kerkbezoek.
Daarmee behoort Nederland in internationaal verband tot een absolute uitschieter. Toch heeft het atheisme nog niet geheel wortel geschoten. Slechts 16 procent van de Nederlanders verklaart zich onvoorwaardelijk goddeloos. Nog altijd 35 procent prefereert onderwijs op religieuze leest, 22 procent tekent voor een confessionele politieke partij, terwijl 5 procent slechts wenst te voet- of korfballen als daar een religieuze vlag boven wappert. Met andere woorden: het religieuze bewustzijn is nog wel intact, maar de officiele kerken weten dat steeds minder te kanaliseren.
'De hervormde en de gereformeerde kerken hebben de kracht van de mystiek en het ritueel misschien te lang buiten de deur gehouden’, zo licht Berkhof toe. 'Alleen maar preken is misschien wel een beetje te kaal. Want terwijl onze kerken leeglopen, neemt de aanhang van bijvoorbeeld de Pinkstergemeente snel toe. De mensen komen af op al dat extatische gedans en zo. De laatste jaren is de mens op de limieten van het maakbare gestuit, en in het verlengde daarvan is er een verlangen naar het bovenmenselijke en de mystiek gekomen. Hoe ver we daar als kerk in moeten meegaan weet ik niet precies. Misschien moeten we maar eens beginnen met wat meer kaarsjes branden.’
Lang niet alle aanwezigen op de bijeenkomst in Lunteren toonden zich gelukkig met de bevindingen. Dominee R.S.E. Vissinga uit Kampen bijvoorbeeld haastte zich met het indienen van een amendement om in het rapport tenminste een alinea op te nemen waarin 'de uniciteit van Christus’ onomwonden zou worden beklemtoond. Had de oermoeder van de New Age, de Russische mystica Madame Blavatsky, immers niet het goddeloze inzicht verkondigd dat Jezus van Nazareth de reincarnatie was van de hindoe-lustgod Krishna? Moest tenminste niet deze dwaling een halt worden toegeroepen? Maar zelfs dat voorstel mocht het niet halen op de triosynode. De samenstellers van het rapport legden uit dat er bewust was gekozen om de uniciteit van de Heiland enigszins onder het tapijt te vegen, 'om het gesprek met andersdenkenden niet bij voorbaat onmogelijk te maken’. Dominee Vissinga wenst zich daar niet bij neer te leggen. 'Het rapport moet nog door de afzonderlijke synoden worden goedgekeurd’, zo vertelt hij. 'De gereformeerde doet dat op 8 mei. Ik zal dan zeker nog met een voorstel komen om de tekst aan te scherpen.’
Inmiddels komt uit de hoek van de fundamentalistischer gestemde christenen zware kritiek op de orientaalse dwaalwegen van de triosynode. De Evangelische Omroep bijvoorbeeld voert al jarenlang een kruistocht tegen de duivelse invloeden van de New Age. Zo ook de kleine christelijke partijen RPF, GPV en SGP. 'Christendom en New Age zijn water en vuur, absoluut onverenigbaar’, zo verzekert Leen van Dijke, opvolger van Meindert Leerling als lijsttrekker voor de kamerverkiezingen van de Reformatorische Politieke Federatie. De 38-jarige handelaar in bouwmaterialen uit Middelharnis reageert als door een wesp gestoken als hem vlak voor de start van een RPF- manifestatie in zaal De Bron in het Zuidhollandse Rijsoord wordt gevraagd naar zijn mening over de historische stap van de triosynode. 'Het is niet de eerste keer dat de synode een scheve schaats rijdt’, zegt hij in een onvervalst Zeeuwse tongval. 'Maar wie de uniciteit van Christus niet erkent is geen christen meer.’
Zijn de synoden dan op weg een instrument van de duivel te worden, wil ik weten. Zo ver wil Van Dijke nog niet gaan, maar zijn zorgelijk opgetrokken wenkbrauwen en licht panische blik verraden dat een hartstochtelijk 'ja’ maar ternauwernood kan worden onderdrukt.
Terwijl de protestantse kerken zich op de nieuwlichterij van de New Age hebben geworpen, maken de fundi’s van de RPF op dit moment een ongekende bloeitijd door. De partij staat in de enquetes ingeroosterd voor maar liefst drie kamerzetels, terwijl het ledenaantal het afgelopen jaar is geklommen van 8500 naar tienduizend. Dit alles met een boodschap die alle dwaalwegen inclusief die van het CDA-verwerpt. Andries van Dijk, vice-voorzitter van de RPF, is zelf van het CDA naar het RPF overgezwaaid. 'Binnen het CDA hebben modernisme en pragmatisme het gewonnen van het evangelie’, zo meent hij. 'Daar is het nu zelfs zo ver gekomen dat een moslim of een hindoe de partij kan vertegenwoordigen in de politiek, of dat de partij een monster als de wet op de gelijke behandeling omarmt. En als iemand als Hans Hille een pleidooi houdt voor het traditionele gezin, wordt hij gelijk teruggefloten door zijn eigen partij. Ook van de NCRV moeten we het niet meer hebben. Die wil nu zelfs de blasfemische film The Last Temptation of Christ uitzenden. Daar zeggen ze doodleuk dat de orthodoxe achterban niet groter is dan twaalf of dertien procent, en dat er met zo'n kleine groep geen rekening meer kan worden gehouden.’
Leen van Dijke sluit zich daar bij aan. 'Bij het CDA van Brinkman gaat het alleen nog maar om de muntjes’, zegt hij. 'Onze strijd wordt daar niet meer gestreden.’ Van Dijke voorspelt een ware leegloop van het CDA richting de drie kleine christelijke partijen. Het begrip 'klein rechts’ wijst hij fel van de hand: 'Op tal van punten zijn wij veel linkser dan het CDA. Zie ons veel radicaler milieubeleid, onze pleidooien voor meer ontwikkelingshulp, ons veel gastvrijer vreemdelingenbeleid.’ De leegloop van het CDA kan nog verder worden gestimuleerd indien de RPF, het GPV en de SGP zich naar een oude wens van Meindert Leerling eindelijk eens schikken in een gefuseerd verband. Van Dijke: 'Die samenwerking is wel wat bemoeilijkt nu de SGP zich heeft uitgesproken tegen politieke functies van de vrouw, maar met het GPV moet het nu toch echt lukken. Ik heb al een afspraak met Schutte om direct na de verkiezingen eindelijk eens tot samenwerking te komen. Programmatisch lijken onze partijen inmiddels zo veel op elkaar dat er geen enkel bezwaar meer te bedenken is.’
Zo is er dan eindelijk een orthodoxe zuil in oprichting in het geseculariseerde Nederland. Die zal de komende tijd een zware strijd moeten leveren, enerzijds tegen de yoga-dominees van de New Age-christenen, anderzijds tegen het 'heilloze materialisme’ van Elco Brinkman en de zijnen. Maar ze hebben er zin in.