Groeistuipen

De grove toon die in de Kamer wordt aangeslagen is niet taboedoorbrekend. Juist die toon maakt het bespreken van gevoelige kwesties een nog hachelijkere taak.

Misschien moeten we het zien als een hoogtepunt in de democratie: dat het volk middels brieven en e-mails aan de Kamervoorzitter de parlementariërs oproept om hun toon in het politieke debat te matigen. Deze positieve draai aan wat er tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen gebeurde, moet echter wel uit mijn tenen komen. Want ik vind het verontrustend dat Kamervoorzitter Khadija Arib blijkbaar niet meer weet hoe ze moet ingrijpen als Kamerleden elkaar het land uit schelden of opmerkingen maken die onder de gordel zijn. Zoals het ook zorgen baart dat Kamerleden zich niet weten te beheersen, al is het waarschijnlijker dat ze hun grove uitlatingen bewust doen, uit effectbejag.

Die zorgen zijn overigens niet nieuw. Het politieke debat is al jaren grof van toon. Er wordt daardoor wel gezegd dat er geen taboes meer zijn. Maar de toon zorgt er juist voor dat politici sommige onderwerpen niet durven aan te snijden.

Vorige week lag zo’n taboe-onderwerp toch ineens op tafel in het parlement: de groei van de bevolking in de komende decennia. Met dank aan de essaybundel Regie over migratie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Het lijkt zo vanzelfsprekend. Als de overheid nadenkt over de gevolgen van de vergrijzing voor onder meer de zorg en de aow, als na veel politieke discussie de overheid probeert te anticiperen op de klimaatverandering en de gevolgen daarvan voor de kustverdediging, de bouw van huizen en de energievoorziening, zou de overheid dan niet ook moeten nadenken over hoeveel mensen er over een aantal decennia in Nederland zouden kunnen wonen? Zich dan niet moeten afvragen of daar invloed op is uit te oefenen? En vervolgens beleid moeten maken voor wederom de zorg, de woningbouw, de sociale zekerheid en nog veel meer?

Dat het onderwerp bevolkingsgroei lange tijd taboe was, heeft te maken met de migratie uit met name islamitische landen en de toon die het debat daarover heeft gekregen. Dat ging van ‘kopvoddentaks’ naar ‘rot op’. Telkens een toon hoger en harder. Daardoor loopt een politicus als hij zegt dat de Nederlandse bevolking de laatste twintig jaar is gegroeid met anderhalf miljoen mensen, waarvan 86 procent het gevolg is van migratie, de kans direct te worden weggezet als anti-islam en antimigratie. Terwijl het puur de groeicijfers zijn. Cijfers die dan wel om interpretatie vragen, zoals hoogleraar demografie en voormalig medewerker van het Centraal Bureau voor de Statistiek Jan Latten graag benadrukt.

Wat mensen bezighoudt is: wie zijn ‘wij’ eigenlijk, zijn wij straks vreemden in ons eigen land?

Die interpretatie hoeft niet die van de pvv te zijn: grenzen dicht, debat gesloten. Juist de politicus die voor open grenzen is dan wel voor geleide migratie moet daar open het debat over aangaan. Want migratie, in welke mate dan ook, vraagt om overheidsbeleid. Zoals bevolkingskrimp overigens ook.

Het gaat niet alleen om beleid als gevolg van de komst van migranten, zoals al dan niet een inburgeringscursus of het verplicht leren van de Nederlandse taal. De grote politiek gevoelige vraag is of het mogelijk en zo ja wenselijk is regie te voeren op de komst van migranten, op waar ze vandaan komen en welke opleidingsachtergrond ze hebben. De reactie van de voorstanders van migratie op Wilders’ ‘grenzen dicht’ – dat de migranten toch wel komen of we willen of niet – is daarbij koren op de molen van de pvv. Het versterkt het gevoel van machteloosheid dat mensen richting Wilders drijft. Omdat het voorbijgaat aan wat mensen bezighoudt: wie zijn ‘wij’ eigenlijk, zijn wij straks vreemden in ons eigen land?

Dus nu niet meteen schieten. Maar discussiëren over de vraag of arbeidsmigratie vanuit Afrika in de hand te houden is, of daarbij samengewerkt kan worden met dictatoriale regimes, of de westerse wereld niet juist de meest kansrijke mensen weghaalt uit landen die hen zelf goed zouden kunnen gebruiken, wat voor soort verblijfsvergunning deze migranten dan krijgen? Ook de migratie binnen Europa kan politiek debat gebruiken. In Polen dreigt krimp en vergrijzing van de bevolking, veel jonge Polen trekken naar West-Europese landen waar ze vaak werken met contracten die niet deugen. Is dat fair tegenover Nederlandse werknemers, welk belang wordt hier gediend en ondergraaft die migratie mogelijk de Europese Unie?

vvd-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff was vorige week een van de pleitbezorgers van een inmiddels door het kabinet toegezegd onderzoek naar verschillende scenario’s voor de bevolkingsgroei. Maar vervolgens droeg hij zelf met zijn pleidooi voor ‘postcodestrafrecht’, zoals Denk-fractievoorzitter Tunahan Kuzu het direct noemde, bij aan het taboe om te praten over de gevolgen van migratie.

Dijkhoff stelde voor een delict gepleegd in probleemwijken zwaarder te straffen dan hetzelfde delict in een andere wijk. Het leidde de aandacht af van de nog steeds broodnodige discussie over wijken waar lage inkomens, weinig opleiding, hoge werkloosheid, veel criminaliteit, een groot aantal verschillende nationaliteiten en talen, en verschillende waarden en normen zorgen voor problemen. Want juist die wijken had Dijkhoff voor ogen. Als hij de mensen daar werkelijk wil ‘verheffen’ en ‘bevrijden’, zoals hij beweerde, dan was dit een gemiste kans. Nu werd hoon zijn deel.

Wanneer de scenario’s voor bevolkingsgroei er straks liggen, dan zal het politieke debat over het gewenste scenario en de gevolgen ervan vast en zeker hard zijn. Hopelijk alleen hard op de inhoud. Zodat gescheld en getier niet kunnen verhullen dat menig politicus volstrekt onvoldoende heeft nagedacht over wat groei óf krimp kan betekenen voor de bevolking van Nederland.