De witte boorden onder de klimaatactivisten

Groen is bon ton

Steeds vaker is duurzaamheid voor vooraanstaande leiders het sluitstuk van een topcarrière. Met stille diplomatie maken zij het milieuvraagstuk salonfähig.

Medium ecoelite

2010 WAS EEN GOED JAAR voor Peter Blom, chief executive officer van de Triodos Bank. Vanwege zijn verdiensten op het gebied van duurzaam bankieren mocht hij lid worden van de Club van Rome, een van ’s werelds meest invloedrijke denktanks over het klimaat, schone energie, voedselschaarste en andere zaken die passen onder het label ‘duurzame ontwikkeling’. Hij begeeft zich in goed gezelschap, want veel leden van de internationale elite, van de Tsjechische ex-president Václav Havel tot Juan Carlos I van Spanje, weten de weg te vinden naar het kantoor van de Club van Rome in Winterthur, een pittoresk bergdorpje vlakbij Zürich.

Ook Ruud Lubbers en de socioloog Saskia Sassen staan op de ledenlijst van de Club van Rome, die wel omschreven wordt als 'de groene Rotary’. De Nederlander met de meeste lidmaatschapsjaren is echter Wouter van Dieren, directeur van het Instituut voor Milieu- en Systeemanalyse, de wat stijve naam van het Amsterdamse adviesbureau voor duurzaamheid. Van Dieren is vanaf de jaren zeventig actief lid van de Club van Rome. Hij zorgde ervoor dat Nederland kennismaakte met De grenzen aan de groei, het revolutionaire rapport uit 1972 waarin de Club groot alarm sloeg over de gevolgen van ongebreidelde economische groei. Van Dierens cv bevat een lijst van commissariaten en adviesfuncties bij meer dan veertig 'groene’ ngo’s, denktanks en adviesbureaus. Tussen de bedrijven door is hij actief bij het comité dat pleit voor een Nobelprijs voor duurzaamheid.

Blom, Van Dieren, Lubbers en Sassen zijn slechts enkele vertegenwoordigers van de 'eco-elite’: een internationaal netwerk van bestuurders, wetenschappers, CEO’s en duurzame ondernemers die de zorg delen dat de aarde naar de verdoemenis gaat. Zij staan veelal hoog in de Duurzame 100, de lijst van groene prominenten die dagblad Trouw jaarlijks publiceert. De ranglijst maakt duidelijk dat de echte klimaatactivisten eerder aan de vergadertafel zitten dan op de barricades staan. Hoewel de invloed van actiegroepen - van dierenactivisten tot antiglobalisten - niet onderschat moet worden, zorgt het gezag van de 'witte boorden’ ervoor dat het milieuvraagstuk salonfähig is geworden. Daarmee trekken zij de milieuagenda uit de marge van een subcultuur waaraan een clichébeeld kleeft van alternatieve types die een vegetarisch dieet combineren met een flinke dosis wantrouwen tegen 'de macht’.

De duurzame elite maakt juist deel uit van de gevestigde orde. Haar profiel verschilt dan ook weinig van iedere andere machtselite: het merendeel is autochtoon, man, vijftigplus, keurig en sinds jaren toenemend actief in de hoogste echelons van de wetenschap, de politiek en het bedrijfsleven. Voor veel van hen is 'groen’ het sluitstuk van een topcarrière. Neem Bill Clinton die zich met zijn Clinton Climate Initiative heeft gestort op het promoten van schone energie. Of Anthony Giddens, de eminente Britse socioloog die zich, na zijn afscheid als dean van de London School of Economics, verdiepte in klimaatverandering en The Politics of Climate Changeschreef. Ook zijn landgenoot prins Charles heeft het groene licht gezien. Hij is bezig met een green tour door Groot-Brittannië om het Britse volk ervan te overtuigen dat ze hun steentje moeten bijdragen aan een beter klimaat. ’

DAT GROEN BON TON IS, wist ons koningshuis ook al lang. Beatrix is erelid van de Club van Rome. Haar zus prinses Irene van Lippe-Biesterfeld maakt er zelfs haar levenswerk van. Ooit werd ze excentriek gevonden met haar boek over bomen knuffelen, maar inmiddels biedt ze via haar in 2000 opgerichte Stichting Lippe-Biesterfeld NatuurCollege podium aan cursussen en projecten op het gebied van natuur en spiritualiteit. Onlangs was ze nog in het nieuws vanwege haar protest tegen Shell die van plan is om gas te gaan boren in een natuurgebied van zo'n zevenduizend hectare in Karoo in Zuid-Afrika. Uitgerekend in het gebied waar zij een bezinningsoord heeft! Ze schroomde niet om haar titel in te zetten als middel van protest: 'Ik kan me niet vóórstellen dat je zo'n ongelóóflijk mooi oerlandschap openbreekt met als mogelijk gevolg dat het water wordt vergiftigd.’ Deze eco-variant van een radical chic heeft een stevige basis. De prinses wordt gesteund door een groot aantal wetenschappers.

Iemand die zeker heeft gekozen voor een groene après-topcarrière is Herman Wijffels (1942). In de Duurzame 100 heeft hij Pieter Winsemius van de troon gestoten en hij geldt als de pleitbezorger van duurzaamheid. Ook zijn cv laat zien hoe hij na een lange loopbaan in de harde economie (hij was onder andere voorzitter van de hoofddirectie van Rabobank Nederland, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad en Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbank in Washington) een switch heeft gemaakt. Geen congres, workshop of internationale top over milieu of Wijffels verschijnt daar als een bevlogen keynote speaker. Momenteel is hij co-voorzitter van Worldconnectors en hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijke verandering aan de Universiteit Utrecht.

Volgens emeritus hoogleraar economie Arnold Heertje, zelf op de 91ste plaats in de Trouw-ranglijst, is zijn verdienste voor 'de goede zaak’ enorm. Heertje: 'Wijffels heeft als geen ander duurzaamheid boven alle andere thematiek uitgetild. Vijftien jaar geleden zat dit thema nog in geïsoleerde activistische groepen met beperkte aandacht en vaak een radicale opvatting over de macht. Het “activisme” heeft een ander karakter gekregen. Het staat nu hoog op de agenda bij Merkel en Sarkozy, maar ook bij de politieke leiders van China.’

Net als Wijffels maakt Heertje deel uit van een groep economen die stelling neemt tegen de onvoorwaardelijke omarming van consumentisme en financiële groei. Het economisch speelveld gaat volgens hem ook om andere waarden, namelijk natuur, leefbaarheid en het gevoel van welzijn. Heertje pleit dan ook voor 'aangepaste soberheid’. Hij toont zich optimistisch over een groeiende sence of urgency dat ecologie en economie samen moeten gaan. Heertje: 'Het thema wordt nu nog geagendeerd door een beperkt aantal mensen. Wat daar gebeurt heeft een onzichtbare impact. Het levert geen koppen in de kranten op, maar sijpelt door in de samenleving en beïnvloedt de meningsvorming. Laatst gaf ik een lezing voor de stichting Natuurmonumenten in Zeeland. Het zaaltje zat afgeladen vol met mensen die me vroegen “wat kan ik doen?” Niet alles hoeft door de overheid opgelost te worden; er is een enorme potentie aan burgers die betrokken zijn bij het milieu. Natuurlijk is natuur geen luxe, zoals mensen als VNO-NCW-voorzitter Wientjes lijken te denken. Hij pleit voor bouwen en nog eens bouwen. De tegenwerking komt van mensen die eenzijdig aan geld verdienen denken. Dat is niet te kwader trouw, maar eerder het gevolg van een intellectueel gebrek. Het gaat om langetermijndenken, anders komen we aan de rand van een échte crisis. Het gaat om het overleven van de mensheid.’

Heertje spreekt over een gezaghebbende groep die het voortouw neemt. Maar hij spreekt niet over één groep. 'Wat ons in alle verscheidenheid en onderlinge politieke verschillen bindt is het besef van het belang van de natuur.’ Volgens Pieter Winsemius, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en nummer twee in de Duurzame 100, is het idee van een 'groene elite’ inderdaad wat vergezocht. Winsemius: 'Dit type bestuurder is gewoon onderdeel van het algemene bestuursnetwerk. Zo werkt de top van het Wereld Natuur Fonds goed samen met bijvoorbeeld Unilever. Wie is van de twee partijen dan de groene elite?’ Het bestaan van een specifiek groene elite mag dan twijfelachtig zijn, de groene burger bestaat volgens Winsemius wel degelijk. 'Nederland is een enorm ngo-land. Nergens ter wereld is zo'n groot deel van de bevolking lid van natuur- en milieuverenigingen. Ik vraag me wel eens af of het momenteel niet andersom is: een bevolking die “groen” belangrijk vindt en een bestuurselite die daar weinig om lijkt te malen. De twee huidige regeringspartijen tonen tot mijn spijt bijzonder weinig interesse voor natuur en milieu.’

'Als er al zoiets is als een eco-elite dan is die voor het grote publiek vaak onzichtbaar’, meent de voormalig voorzitter van Natuurmonumenten en oud-minister van VROM. 'Wie kan de voorzitters van het Wereld Natuur Fonds, de Waddenverenging en de Vogelbescherming uit zijn hoofd opnoemen?’ Als voorbeeld van stille groene bestuurders wijst Winsemius op zijn partijgenoten, de VVD'ers Stef Blok (zit in de raad van bestuur van de Stichting Het Zuid-Hollands Landschap) en René Leegte (tot kort geleden voorzitter van de Waddenvereniging). Volgens Winsemius overigens het bewijs dat 'groen’ niet enkel een linkse hobby is.

Bedrijven groene bestuurders het liefst stille diplomatie? Het zijn in ieder geval geen mannen en vrouwen die al te luidruchtig de publiciteit opzoeken en zich op hun activiteiten voorstaan. Misschien is dit wel het noblesse oblige van de 21ste eeuw. Pathetisch gesteld: het volk verheffen tot duurzame burgers in het belang van de mensheid - zonder jezelf daarbij op de borst te kloppen. Wat telt zijn de klassieke deugden van de elite: spaarzaamheid en soberheid.

Dat de groene upper class niet al te opzichtig opereert is ook logisch. In tegenstelling tot een schilderij in het MoMa kun je aan een schone lucht geen sponsorplaatje hangen. Daarvoor in de plaats heeft deze klasse zo zijn eigen tradities. Zo zijn er speciale onderscheidingen. Wie zijn sporen heeft verdiend door goed te doen voor mens en aarde komt in aanmerking voor de Rachel Carson-medaille (vernoemd naar de auteur van de milieubewegingsbijbel Silent Spring) of voor de Sicco Mansholtprijs (vernoemd naar de oud-minister van Landbouw die duurzaam boeren op de kaart zette). Er zijn aparte ontmoetingsplekken. Behalve bij congressen georganiseerd door de Club van Rome treft de groene elite elkaar op de Wereld Klimaatconferenties van de Verenigde Naties of, ietwat bescheidener, op duurzame events zoals het Springtij Festival op Terschelling. Ook populair: op een private veiling voor gefortuneerden het regenwoud redden - door voor minimaal twintigduizend euro een stukje te adopteren.

Inmiddels lijkt zich een proces voor te doen dat de socioloog Pierre Bourdieu omschreef als 'distinctie’: het idee dat een elite zich op subtiele wijze onderscheidt door een eigen smaak en een verzameling aan gebruiken. De middenklasse, statusgevoelig als ze is, kopieert het elitegedrag maar al te graag om te laten zien dat ook zij over de juiste smaak beschikt. Dit levert vaak komische taferelen op, zoals een elite die hardnekkig 'plee’ blijft zeggen om te laten zien dat ze anders is dan het gewone volk dat het quasi-chique woord 'toilet’ verkiest. In het geval van duurzaamheid zou dit wel eens gunstig kunnen uitpakken. Nu al koopt de hippe jonge stedelijke bevolking het liefst biologische groenten en rijdt het als het even kan een Toyota Prius. Bram Van den Bergh, marketingpsycholoog aan de Erasmus Universiteit, publiceerde onlangs het artikel Going Green to Be Seen, een onderzoek naar de motieven om groene producten te kopen. Milieubewustzijn bleek secundair. Status, dat is waar het de eco-consument om gaat. Kortom, geen betere manier om de wereld te redden dan te doen alsof het een voorrecht van de hoogste klasse is. Dat heeft de groene elite verdomd goed begrepen.

Thomas Schlijper/HH