Groen wat?

Lofzangen op Frits Bolkestein, pleidooien voor ‘groen conservatisme’. Na de daverende verkiezingsnederlaag is GroenLinks in grote ideologische verwarring achtergebleven. De partij gaat echt ten onder aan netheid en respectabiliteit.

‘BOLKESTEIN PAART DISTANTIE en ironie aan inzet en bevlogenheid. Hij heeft links verslagen in de strijd om politieke vernieuwing van Nederland. Meer dan zijn progressieve tegenhangers Van Mierlo, Kok en Rosenmoller staat hij in de voetsporen van het emancipatiestreven van de jaren zestig. Hij weet hoe je politieke macht vormt, en doet het ook.’
Het is even schrikken, het jongste nummer van De Helling, een uitgave van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Onder het al knikkende knieen bezorgende kopje 'Leve Bolkestein!’ put hoofdredacteur Henk Krijnen zich daar uit in een jubelzang op de VVD-voorman zoals je die zelfs diep in het hart van Wassenaar of Aerdenhout maar zelden mag beluisteren. Alsof de Messias dan eindelijk is neergedaald in parlementair Nederland, zo ver gaat Krijnens bewondering voor de gewezen Shell-handelsreiziger, die naar eigen zeggen uit afschuw voor de uyliaanse verzorgingsstaat van de vroege jaren zeventig besloot tot een carriere in de vaderlandse politiek.
Lees en huiver: 'Bolkesteins kracht is dat hij op sensibele wijze de huidige maatschappelijke atmosfeer aanvoelt en daarop inspeelt. Hij heeft een stijl ontwikkeld die enerzijds op het zich toeeigenen en vergroten van die sensibiliteit is gericht en die daar anderzijds geraffineerd politieke munt uitslaat. Nu Rottenberg zijn eenzame strijd lijkt te hebben verloren, is Bolkestein de enige politicus die de moed heeft om controversiele onderwerpen zonder schroom openbaar in debat te brengen. (…) Hij speurt naar de gaten en kieren in de politieke meningsvorming. Onvermoeibaar zwengelt hij discussies aan op opiniepagina’s, voert hij op gedurfde en toch vakbekwame wijze kamerdebatten, communiceert hij over de hoofden van toekijkende parlementariers en bewindslieden heen met “het volk”, geeft hij in de populaire media onophoudelijk acte de presence en spreekt hij op half-academische, half-politieke toon congressen toe in binnen- en buitenland. Al doende werkt hij niet alleen aan zijn openbare imago, maar - belangrijker nog - bouwt hij geleidelijk aan argumentaties op, test hij hun politieke schokbestendigheid en kweekt hij sympathie voor zijn - vaak experimenterend tot stand gekomen - politieke denkbeelden’.
Van kritiek op Bolkesteins 'triomfalisme’ wil Krijnen al helemaal niets weten. Dat is slechts 'een hersenspinsel van zijn psychotische tegenstrevers’. Zo wordt de neoliberale cocktail van sociaal-darwinisme, een vleugje vreemdelingenhaat en een oud-Hollandse voorliefde voor de rangen- en standenmaatschappij zoals wijlen Harm van Riel die zo veel beter dan Bolkestein kon bewierroken, opeens verklaard tot zaligmakend recept voor de Nederlandse politiek in de jaren negentig.
Het succes van Bolkestein zit hem natuurlijk in het feit dat hij gewetenloos genoeg is om de algehele maatschappelijke verruwing, die als vanzelf ontstaat in de huidige crisisstemming, politiek te kapitaliseren. Hij is als de man die op het strand staat en doet alsof hij de golfslag reguleert. Bolkestein is in de eerste plaats een acteur. Wie daar uitmuntend politiek leiderschap in ziet, lijdt pas echt aan waanvoorstellingen.
Krijnens bijna hilarische exercitie in GroenLinkse zelfhaat spreekt niettemin boekdelen over hoe povertjes het momenteel gesteld is met de partij van Paul Rosenmoller. Het totale echec bij de laatste kamerverkiezingen, de stampij rond de creatieve boekhoudkunde van kamerlid Tara Oedayraj Singh Varma en de meedogenloze opmars van de proletarische concurrenten van de Socialistische Partij hebben GroenLinks in opperste ideologische verwarring achtergelaten. De ene na de andere zondebok is inmiddels aangewezen en op een lager plan gezet - campagneleider Maarten van Poelgeest, de onfortuinlijke verkiezingstandem Ina Brouwer en Mohamed Rabbae - maar de rust is nog steeds niet teruggekeerd. Alom beginnen verongelijkte vertegenwoordigers van de diverse bloedgroepen van de partij, die van de PPR voorop, te roepen dat ze zich niet langer herkennen in het vijfjarige GroenLinkse zuiltje. De groene en de rode componenten binnen de partij komen steeds hardhandiger tegen elkaar in het geweer.
ZEER ILLUSTRATIEF voor dat laatste is de polemiek die woedt naar aanleiding van een pleidooi van de aspirant-GroenLinks- ideoloog Jan Willem Duyvendak voor programmatische omarming van de behoudendheid. Duyvendak ziet voor GroenLinks vooral een taak weggelegd in een 'conservationistische’ benadering. Zijn argumentatie klinkt tamelijk plausibel: de GroenLinkse politiek is niet langer vernieuwend, maar eerder behoudend gestemd. Het maximaal haalbare voor progressieve politiek zit hem nu bijvoorbeeld in de bescherming van wat rest van de verzorgingsstaat. Ook in ecologisch opzicht ziet Duyvendak vooral toekomst voor een GroenLinks primaat van het behoud. Vandaar zijn voorstel voor de electorale slogan: 'GroenLinks, want we houden het zo.’
Duyvendaks voorgestelde koers is een bittere pil voor de hemelbestormers binnen de partij. Zo keert de voormalige GroenLinks-wethouder in Amsterdam, Jeroen Saris (voorheen CPN) zich in De Helling fel tegen het 'groene conservatisme’, dat zijns insziens alleen maar kan leiden tot nog een 'electoraal debacle’. Saris ziet het er al van komen dat GroenLinks straks in het vaarwater komt van de vermaledijde Groenen, alwaar types als Roel van Duyn en Martin Bierman uit naam van de ecologie zonder blikken of blozen het 'Nederland is vol’-credo belijden en de door Saris in zijn Amsterdamse periode zo vurig gewenste nieuwbouwactiviteiten (en de daaruit voortvloeiende werkgelegenheid) torpedeerden in naam van de gemoedsrust van een paar eenden en kikkers. De polemiek over verstedelijking versus natuurbehoud begint steeds nadrukkelijker een scheidslijn te vormen binnen GroenLinks.
In de ogen van het Club van Rome-lid Wouter van Dieren, sinds jaar en dag een van de meest radicale criticasters van de algehele politieke restauratie in Nederland, mist GroenLinks juist de electorale boot vanwege de hoge mate van aanpassingsbereidheid. In Hervormd Nederland maakte Van Dieren verleden week korte metten met de huidige, op politieke respectabiliteit gerichte koers van de partij. Nu de PvdA zich binnen paars heeft vastgelegd op een 'neo-liberaal en licht reactionair’ programma, liggen er gouden kansen voor een oppositiepartij als GroenLinks, zo meent Van Dieren.
Maar in plaats van daar munt uit te slaan heeft GroenLinks de toevlucht genomen tot politiek conformisme, met als voorlopig dieptepunt de hovaardige wijze waarop de partij haar laatste verkiezingsprogramma op 'economische haalbaarheid’ liet taxeren door de rekenmeesters van het Centraal Planbureau. 'Ze hebben zich dus op dat altaar gelegd om zich vooral te conformeren’, aldus Van Dieren. 'Terwijl ze nu juist de frontale aanval op dat model moeten openen.’
{ BINNEN HET HUIDIGE GroenLinks zijn de temperamenten echter niet geschikt voor dergelijke politieke guerrilla-oorlogen, zo bleek afgelopen zaterdag weer eens tijdens het GroenLinks-partijcongres in de Amersfoortse Flint. Het congres oogde meer als een debating-club voor universitair afgezwaaiden dan als een strijdbaar gezelschap. Ziet men dan niet in dat de onvrede in de samenleving inmiddels zo hoog is opgelopen dat deze juist door links dient te worden gekanaliseerd? Is de vliegensvlugge opmars van de Socialistische Partij niet een teken aan de wand?
Nee, zo meent Peter Lankhorst, de gewezen PPR'er die het onlangs na dertien jaar in de Kamer voor gezien hield en uitweek naar een wethouderschap in de stadsdeelraad van de hoofdstedelijke probleemwijk Bos en Lommer. Hij is inmiddels uitgegroeid tot een van de invloedrijkste GroenLinksers van vandaag de dag. 'De groei van de Socialistische Partij staat helemaal los van GroenLinks’, zo meent hij. 'De SP richt zich op een groep mensen die je bij GroenLinks maar heel mager vertegenwoordigd ziet, uit de hoek van zeg de in de PvdA teleurgestelde arbeiders. Op dat vlak kunnen we niet eens met de SP concurreren. Wij moeten het toch vooral hebben van de beter opgeleiden in de midden- en hogere klassen. Qua politieke concurrentie zit vooral D66 veel meer in ons vaarwater.’
Volgens Lankhorst kwam het verkiezingsdebacle van GroenLinks vooral voort uit de aantrekkingskracht van D66 en PvdA ('Kok en Van Mierlo zijn zo'n beetje de lastigste concurrenten die je je kunt voorstellen’). Daarnaast noemt hij enkele 'onduidelijkheden’ over het duolijsttrekkerschap als mogelijke factoren, maar verder wil hij niet gaan in zijn kritiek op de partij.
Op het congres viel ook verder geen enkel teken van ontluikende zelfkritiek waar te nemen. De dreiging vanuit de SP werd met de benoeming van Ab Harrewijn tot partijvoorzitter deskundig gepareerd geacht. Harrewijn, een voormalige CPN-pastor, wordt in staat geacht de woede aan de onderkant van de samenleving politiek te gelde te kunnen maken voor GroenLinks. Optimisme is iets wat GroenLinks niet ontzegd kan worden. Nu nog het heilige vuur.