Groeneprofiel - rob oudkerk

Hij kwam binnen met stip in de PvdA-fractie. Ongekend hoog voor een nieuwkomer die wel altijd veel meningen maar geen enkele politieke ervaring had. Wat wil de deeltijdhuisarts eigenlijk, de Nipkov-schijf winnen?
TOEN HIJ TWEE jaar geleden aantrad als Tweede-Kamerlid voor de PvdA, stuurde hij een brief. Met tijden en telefoonnummers waar hij voortaan bereikbaar zou zijn. Met een privé-nummer, werknummers in Amsterdam en Den Haag, een 06-nummer en een faxnummer. Er zou deze kabinetsperiode geen moment komen dat hij, kersverse vertegenwoordiger van het volk, niet gebeld zou kunnen worden. Goh, denk je bij het openen van de post: wat correct, en handig. Maar tegelijkertijd: wat een kapsones. De onmisbare dus nimmer onbereikbare Rob Oudkerk.

Rob Oudkerk is inmiddels de onbetwiste aanvoerder van zichzelf profilerende Kamerleden, dat clubje mediagenieke wonderboys als Thom de Graaf en Boris Dittrich. Hij haalt zeker een keer per week het nieuws en mag regelmatig in het achtuurjournaal twee of drie sweeping statements de ether in slingeren. Hij maakt volop gebruik van de opiniepagina’s, heeft in tal van (medische) blaadjes een column en treedt zelfs op als Nationale Huiarts in zijn eigen televisieprogramma Spreekkamer. Hij is dol op televisie, zegt hij. Dat medium ‘intrigeert’ hem. Wat wil die man, vraag je je weleens af - de Nipkov-schijf winnen?
Maar ijdelheid is een goede vriend van de openbaarheid, en journalisten draaien dan ook regelmatig een van zijn telefoonnummers. Oudkerk weet doorgaans waar hij het over heeft en kan dat ook nog aardig brengen. In heldere taal, want hij verafschuwt de Haagse 'krommunicatie’ en 'verdommunicatie’. Zoals vorige week weer bleek, toen Oudkerk voorstelde om de accijns op een pakje sigaretten met een rijksdaalder te verhogen en alle tabaksreclame te verbieden. Toe maar. Drastische maatregelen, naar zijn zeggen als reactie op de 'slappe en onzinnige’ paarse plannetjes om het nicotineverslaafde deel der natie het rookgenot te ontnemen.
'Symboolpolitiek’ noemt Oudkerk het voorstel van minister Borst om de verkoop van tabak (èn alcohol) aan jongeren onder de achttien te verbieden. Dat is onuitvoerbaar, zei hij terecht op het journaal, in de krant, in het praatprogramma Hagens, in Het Capitool. Maar zoveel realistischer is zijn eigen plan niet, want de straffe roker zal zich van die riks extra niet veel aantrekken, en de jongeren die Oudkerk hiermee van het roken denkt af te houden, hebben meer geld te spenderen dan ooit tevoren.
ROB OUDKERK IS een paradepaardje uit de stal van Felix Rottenberg. Hij is een geslaagd voorbeeld van de vernieuwing die de partijvoorzitter voor ogen stond; het lijkt wel of hij bij de PvdA-voorman persoonlijk in de leer is geweest. Beiden beschikken over fikse doses welbespraaktheid, gedrevenheid en sociale vaardigheid. Beiden hebben zelfvertrouwen, lef, overtuigingskracht en zien eruit als het hoofdstedelijke type eeuwige adolescent. Oudkerk werd door Rottenberg dan ook met stip genoteerd op de dertiende plaats van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer; ongekend hoog voor een nieuwkomer die wel altijd veel meningen maar geen enkele politieke ervaring had.
Hij werd zelfs pas lid van de PvdA toen hij al bijna op de lijst stond. Vroeger stemde hij - net als zijn ouders - op de VVD. Later werd dat even de SP en D66, maar de afgelopen twee jaar heeft hij zich het sociaal-democratische gedachtengoed razendsnel eigengemaakt. Hij spreekt van solidariteit en rechtvaardigheid, en waarschuwt voor de tweedeling tussen zieken en gezonden, en tussen arme zieken en rijke zieken.
Hij werd op 20 maart 1955 in Amsterdam geboren als Robert Herman Oudkerk. Een orthodox joods milieu met een beladen verleden, want zijn grootvader was een van de twee voorzitters van de omstreden Joodsche Raad. Na een gymnasiumopleiding ging Oudkerk (huisarts)geneeskunde studeren, waarna hij onder meer werkte in het onderwijs en als wetenschappelijk onderzoeker bij bedrijfskunde aan de universiteit Groningen. In 1986 vestigde hij zich - in deeltijd - als huisarts in Amsterdam en in 1990 werd hij beleidsmaker bij de Landelijke Huisartsenvereniging. Tot hij ontdekt werd door Rottenberg.
Te midden van de brokstukken die Hans Simons had achtergelaten, moest Oudkerk voor de PvdA een geheel nieuwe sociaal-democratische visie op gezondheidszorg ontwikkelen. En dat bleek dezelfde 'riedel’ te zijn die hij ook bij de Landelijke Huisartsenvereniging had laten horen: er wordt nog altijd veel geld over de balk gesmeten in de gezondheidszorg. Er wordt veel te veel onderzocht, opgemeten en gefotografeerd waar we niks wijzer van worden; het kan veel doelmatiger; als we alle onzin schrappen, kan de toegankelijkheid van de zorg recht overeind blijven, voor iedereen.
Gelukkig voor hem was hij in de Kamer niet gebombardeerd tot woordvoerder kunst & cultuur of ontwikkelingssamenwerking, maar gezondheidszorg. Dat gebied kan rekenen op de aandacht van een heel volk van gezondheidsmaniakken; daarover kan hij pittige dingen zeggen, want terwijl daar bijna een miljard gulden bezuinigd moet worden, schat Oudkerk de huidige 'verkwisting’ op vijftien procent van de totale kosten. Dat zou neerkomen op negen miljard per jaar, een veelvoud van wat Els Borst tekort komt. Zijn aanvankelijke loyaliteit met de D66-minister heeft plaats gemaakt voor 'oprechte zorg’ over haar 'daadkracht’. Ze dreigt volgens hem in dezelfde valkuil te vallen als haar voorgangers, durft te weinig drastische maatregelen te nemen en laat het bij lapwerk als eigen bijdragen die in het verleden nog nooit het verwachte geld hebben opgebracht.
OUDKERK HEEFT een goed verhaal dat getuigt van lange-termijndenken, al laat hij zich erg weinig uit over de manier waarop hij een en ander concreet zou kunnen uitvoeren en presenteert hij zijn ideeën soms wat populistisch. De Nederlandse huisarts deugt altijd; de specialist, fysiotherapeut en andere verkwisters moeten het ontgelden. Zo voert hij een ware hetze tegen apothekers, die jaarlijks torenhoge 'kortingen en bonussen’ zouden toucheren, en is veertig procent van het 'aaien en kneden’ bij de fysiotherapeut 'humbug’. De anticonceptiepil wilde hij uit het pakket 'lazeren’ om honderd miljoen te besparen, maar de vergoeding voor de tandarts had overeind moeten blijven, want 'straks loopt een kwart van de bevolking met een rotte bek rond’.
Ook typisch oudkerkiaans is de manier waarop hij voortdurend zijn verschillende petten benoemt. 'Als arts weet ik dat 25 procent van de medische zorg onnodig is’, zegt hij; 'als politicus’ wil hij daar wat aan doen. Verder spreekt hij ook regelmatig 'als parlementariër’, 'als PvdA'er’ en 'als mens’.
Oudkerk wordt niet moe te benadrukken dat hij óók deeltijdhuisarts is, en zodoende 'als politicus’ nog altijd dicht bij de mensen staat. Maar een dag in de week wat aandokteren heeft voor zowel arts als patiënt toch nauwelijks zin? Dat is - met alle respect - natuurlijk vooral voor de show.
De sociaal-democraat Oudkerk maakt zich zorgen om de sociaal-economische gezondheidsverschillen. Hij ziet 'als arts’ dat veel ellende van zijn minder bedeelde patiënten is terug te voeren op hun leefomstandigheden, en pleit daarom voor integraal beleid: 'want huisvesting heeft invloed op gezondheid, uitkeringen op welzijn enzovoort’. In de Kamer trekt hij dan ook veel op met PvdA-woordvoerder Volkshuisvesting Adri Duivesteyn en met het economische wonderkind Rick van der Ploeg, die Oudkerks plannetjes op financiële haalbaarheid mag doorrekenen.
Maar hoe denkt Oudkerk zijn boodschap te verkopen aan de burger èn aan al die werknemers in de gezondheidszorg die hij in hun portemonnee wil raken? In zijn visie moeten alle Nederlanders minder makkelijk een beroep doen op de gezondheidszorg. Drempels moeten hoger, en niet iedereen heeft nog automatisch en 'gratis’ recht op al die mooie verworvenheden in onze gezondheidsstaat. Het zijn ideeën die haaks staan op het sociaal-democratische gedachtengoed. Nu al klinkt er gemor dat hij de 'arbeider’ zijn 'rokertje’ wil afnemen.
Neem het gesoebat rond de eigen bijdrage van tweehonderd gulden. Die komt er, maar Oudkerk heeft het 'als sociaal-democraat’ natuurlijk opgenomen voor de minima; zij zullen dat geld weer terugkrijgen. Waarmee een tamelijk drastische bezuinigingsoperatie voor een belangrijk deel is ontkracht.
Toch zal de aandacht die Oudkerk van het begin af aan wist te trekken door onvermoeibaar op zijn aambeeld te hameren, alleen maar toenemen, want de gezondheidszorg is het zorgenkindje van paars en hèt politieke issue van de komende tijd. Maar of hij nu inderdaad het ei van Columbus in handen heeft en 'miljarden’ zou kunnen besparen zonder dat 'de mensen’ daar iets van voelen, is maar zeer de vraag.