Wat ging er mis met Singh Varma?

GroenLinks houdt van zoete exotische snoepjes

Twee weken na de ontdekking dat ex-kamerlid Tara Singh Varma niet zo ziek is als ze zich voordoet, heeft GroenLinks nog nauwelijks iets laten horen. Op zijn vakantieadres wacht Paul Rosenmöller vergeefs tot de bui is overgewaaid.

Vanaf de oprichting van GroenLinks in 1989 bekleedde Tara Oedayraj Singh Varma binnen de partij diverse vooraanstaande posities en al die tijd heeft er een zweem van leugen en bedrog rond het voormalige gemeenteraads- en kamerlid gehangen. Veel van haar collega-parlementariërs konden het sinds 1994 nauwelijks verkroppen dat Singh Varma zo weinig in Den Haag was en amper dossierkennis had. Ze lispelden dat off the record in de Haagse wandelgangen richting iedere journalist die het horen wilde, maar nooit stelden ze het openbaar aan de kaak. Affaires kwamen en gingen, maar de partijleiding bleef als één blok achter haar «multiculturele boegbeeld» staan.
Pas nu Singh Varma’s politieke carrière ten einde is, erkent de partij schoorvoetend de twijfelachtige handel en wandel van het geesteszieke kamerlid. Hoewel, meer dan een persbericht en een vluchtige reactie vanaf het vakantieadres van partijleider Paul Rosenmöller is er vooralsnog niet bij. Wat zegt zoiets over een politieke partij die er de laatste jaren alles aan doet een hip en betrouwbaar imago op te bouwen?
Rosenmöller en zijn fractiegenoten «vallen nu door de mand», vindt de socioloog J.A.A. van Doorn, die weigert te geloven dat er bij Varma’s naaste collega’s geen twijfel over haar ziekte bestond. In een adequate column in dagblad Trouw hekelt hij de dubbele moraal van de oppositiepartij: «Altijd ageren tegen achter kamertjespolitiek van anderen maar de doofpot hanteren als het eigen mensen betreft.» Voormalig partijbestuurder Mariano Slutzky vindt «GroenLinks vooral streng voor andere politieke partijen». En de Surinaamse advocaat André Haakmat vindt de zaak getuigen van «groot amateurisme» bij GroenLinks. «GroenLinks heeft eerder signalen ontvangen dat er veel mis is met haar geloofwaardigheid. Maar de partijleiding heeft die signalen niet opgepikt.»
Op de vraag of GroenLinks verantwoordelijk is voor de 250.000 dollar die Singh Varma, als kamerlid met gebruikmaking van alle faciliteiten van de partij, heeft toegezegd aan de Amerikaanse Ninash-stichting die projecten in India beheert, reageert de partij geprikkeld: Singh Varma heeft die afspraken op persoonlijke titel gemaakt en het behoort niet tot de doelstellingen van een politieke partij om projecten in India te ondersteunen. Haakmat daarentegen vindt GroenLinks op zijn minst «moreel verantwoordelijk» omdat al vroeg «bewezen is gebleken dat Singh Varma over karaktereigenschappen beschikt die niet passen bij het ambt van kamerlid».
En GroenLinks ís moreel verantwoordelijk. Jarenlang is Singh Varma de hand boven het hoofd gehouden. In vrijwel iedere andere partij was iemand met zo veel affaires aan de broek al lang te verstaan gegeven zijn heil elders te zoeken. Een plaats op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer, verkiesbaar of niet, had er sowieso niet ingezeten. Maar GroenLinks meende niet om Singh Varma heen te kunnen. Ze had een vaste achterban in vooral Surinaamse kringen die een flink aantal extra stemmen zou kunnen opleveren. In 1985, toen Singh Varma in opspraak raakte door haar creatieve boekhoudkunde bij het Grenada-komité, lukte het die achterban — waartoe toen ook André Haakmat behoorde — met een inzamelings actie de schade voor Singh Varma zo veel mogelijk beperkt te houden.
Ook tien jaar later, toen de franciscaner zuster Gerda in Frans-Guyana vergeefs op toegezegde gelden uit Nederland zat te wachten, werd de verantwoordelijke Singh Varma uit de brand geholpen door haar hondstrouwe volgelingen. Singh Varma zelf verklaarde in De Groene Amsterdammer op vragen van Anet Bleich en Rudi Boon (24 juli 1985) dat ze nu eenmaal «een vrouw van de aktie op straat» was en er dientengevolge weleens een puinhoop van maakte. En hoewel het niet veel uithaalde, publiceerde de voorzitter van het Grenada-komité, Dew Baboeram (beter bekend onder zijn schrijversnaam Sandew Hira), via de Beweging Surinaams Links indertijd de brochure De lessen uit de affaire-Tara Varma, waarin hij uitlegde hoe hij jarenlang door Singh Varma bedrogen was en op welke wijze zijn voormalige penningmeester al die tijd met smoesjes aan al haar afspraken wist te ontkomen. Hij schreef dat boekje indertijd omdat hij vond «dat zwarte mensen zich niet moeten laten misleiden door zwarte mensen die een appèl doen op zwarte solidariteit, terwijl ze in hun persoonlijke gedrag immoreel zijn».
In 1985 was dat, zestien jaar geleden.
Ondanks de affaires, die ook bij het huidige GroenLinks bekend verondersteld mogen worden, wist Singh Varma zich een plaats op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van 1994 te verwerven. Voor de partij verliepen die verkiezingen tamelijk desastreus, maar doordat Ina Brouwer, de helft van het duolijsttrekkerschap, uit de verkiezingsuitslag haar consequenties trok, promoveerde Singh Varma alsnog met de hakken over de sloot van raadslid in Amsterdam naar lid van de Tweede Kamer. In een radio-interview in juli 1994 erkende ze, in het bijzijn van Baboeram, dat ze «een enorme fout» had gemaakt. Hoewel iedere serieuze grond voor een steunbetuiging ontbrak, een degelijk onderzoek had nog nooit plaatsgevonden, liet de partijleiding bij aanvang van het parlementaire jaar in het GroenLinks Magazine weten het kersverse kamerlid volkomen te vertrouwen.
In het oktobernummer van hetzelfde behoorlijk onafhankelijke partijblad publiceerde redacteur Marc Broere tegen het zere been van partijleiding en kamerfractie een chronique scandaleuse waarin alle bekende feiten over de affaire met het Grenada-komité nog eens op een rijtje werden gezet. Broere concludeerde: «Zo blijft er veel onhelder in deze zaak.»
De partijleiding reageerde gebeten. Tien jaar na de vermeende hossel in het Grenada-komité liet ze eindelijk een onafhankelijke commissie de zaak onderzoeken. Commissievoorzitter De Graaff-Nauta, de voormalige CDA-staatssecretaris, constateerde dat Tara Singh Varma bonnetjes vervalste en haar voorgangster ten onrechte beschuldigde van fraude. Over het algemeen werd de administratie «op rommelige en onzorgvuldige wijze» gevoerd, maar, concludeerde de commissie, het kamerlid heeft zich daarbij niet zelf verrijkt. Voor GroenLinks was daarmee de kous af. Singh Varma kon gewoon in de Tweede Kamer blijven en maakte daar geschiedenis als eerste vrouwelijk kamerlid van niet-Nederlandse komaf.
Met name door die achtergrond heeft GroenLinks andere maatstaven aangelegd dan gebruikelijk. Dat is althans wat zowel André Haakmat als Mariano Slutzky beweert. Slutzky kan het weten: van 1990 tot 1993 was hij lid van het partijbestuur van GroenLinks. Als Argentijn van geboorte had hij veel met Singh Varma te maken. «Tara had een monopolie op de migrant», zegt Slutzky. «Als je als migrant binnen GroenLinks iets wilde voorstellen, dan moest je bij Tara zijn. Je kon domweg niet om haar heen.» Slutzky verwijt de partijleiding gebrek aan inzicht bij de selectieprocedure van raadsleden. «Ze zijn allang blij als ze weer eens een allochtoon gevonden hebben», zegt hij. «Ze raken dan nogal snel onder de indruk en hanteren andere maatstaven dan bij de keuze voor autochtone raadsleden.»
Hoewel de looptijd van allochtone volksvertegenwoordigers vaak niet zo lang is — «Alloch tonen krijgen is makkelijk, ze houden is de kunst», liet VVD-kamerlid Fadime Örgu zich al eens ontvallen — slaagde Singh Varma erin in 1998 herkozen te worden. De kandidaat stellingscommissie van GroenLinks stelde weliswaar onomwonden: «Inhoud ontwikkelen en in het parlementaire debat op hoofdlijnen de standpunten van GroenLinks goed over het voetlicht brengen, zijn niet Tara’s sterkste kanten», maar toch kwam Singh Varma weer op de lijst, zij het op een ten onrechte onverkiesbaar geachte plaats. Op haar optreden in de Bijlmer-commissie na was Singh Varma in de grotere GroenLinks-fractie hoegenaamd onzichtbaar. De ex-communiste roerde zich vooral als het ging om inlichtingendiensten, een bezigheid die wel vaker mensen tot krankzinnigheid heeft gedreven.
Mariano Slutzky kent Singh Varma nog uit de CPN-tijd. «Je hoefde maar even met haar om te gaan en je wist dat ze iedereen voor de gek hield», zegt hij over die periode. «Natuurlijk, ze heeft een groot charisma. Nederlanders hebben dat van nature zelf niet en dat verklaart waarom ze altijd zo bewonderd werd. Het is althans een van de redenen waarom ze zolang zo veel mensen voor de gek heeft kunnen houden.»
Voor de wijze waarop Singh Varma met haar vaste achterban in de Kamer opereerde, balancerend op de grens van cliëntelisme, werden door de politiek-correcte goegemeente, GroenLinks voorop, beschamende antropologische en sociaal-culturele verklaringen aangedragen. Het «gemiespel, geroddel en gefluister» in de populaire dagbladen vond Trouw, een jaar na het oordeel van de commissie-De Graaff-Nauta, een vorm van racistische laster. «Het laat zich raden dat deze sfeer is ontstaan door de cultuurschok die het optreden van een Hindoestaanse vrouw in de Nederlandse politiek oplevert. Haar omgang met bezit laat zich moeilijk rijmen met onze mores. Uit dat onbegrip lijkt het leeuwendeel van de publicaties over haar financiële handel en wandel geboren.»
Soortgelijke gedachten leefden ook bij het kader van GroenLinks. Individuele leden van de huidige kamerfractie plaatsten daar de laatste jaren dus nogal wat kanttekeningen bij. Maar niet in het openbaar. Want de hippe kamerfractie is, zoals ook al bleek tijdens de zwaarbevochten steun aan de Navo-luchtaanvallen op Joegoslavië, ruim twee jaar geleden, niet bepaald een afspiegeling van het klassieke kader van de partij en in veel politieke kwesties, in verhouding tot de meute die jaarlijks komt opdraven bij partijcongressen, tamelijk behoudend of in ieder geval ietwat pragmatisch te noemen. Het is aan die nieuwe generatie GroenLinksers te danken dat de partij tegenwoordig een (voorzichtige) visie heeft op vreemdelingenbeleid en de multiculturele samenleving — vier jaar geleden durfde men aan deze gevoelige thema’s nog nauwelijks de vingers te branden. Ideeën over hoe omgegaan moet worden met multiculturaliteit binnen de eigen partij ontbreekt vooralsnog, zegt Mariano Slutzky, die zelf met knallende deuren vertrok omdat hij naar eigen zeggen «zo'n half-anarchistische, ruziemakende Diego Maradonna» is en «niet een zoet exotisch snoepje als Tara».
Het is «goedbedoelde apartheid die in de politiek niet acceptabel is», vindt André Haakmat. Met Slutzky is hij van mening dat de partijleiding, net als bij de Grenada-affaire, tergend traag reageert. Een mediastilte omdat de partijleider met vakantie is, is «weglopen voor je verantwoordelijkheid». Haakmat vindt het door het halfzachte optreden van GroenLinks «niet te hopen» dat de stoute dromen van Rosenmöller bewaarheid worden en dat de partij volgend jaar daadwerkelijk in de regering komt. «Dagelijks heb ik in mijn advocatenpraktijk te maken met mensen die valsheid in geschrifte hebben gepleegd en daarvoor vervolgd worden. GroenLinks moet domweg op strafvervolging van Varma aandringen. Nu blijven ze medeverantwoordelijk voor haar misstappen.»