Groente

Ik was vorige week in Darmstadt. Het was grijs en het werd steeds grijzer, miezerregen, modern hotel. Dus aan de loop. Al snel kwam ik in de Herrngarten en een deel van dat park is de Prinz Georg-garten, een baroktuin waar ze onlangs de buxus op nogal grove wijze hadden geschoren. Het stond er vol bloemen, veel dahlia’s, er klaterden fonteinen. Wat veel opvallender was: veel van de vakken binnen de buxushagen waren gevuld met boerenkool, snijbiet, artisjokken en andere groente. Sla natuurlijk ook, een beetje Kopland-achtige sla, niet te lang naar kijken in dit weer, het was nog net september. Er was aan de zijkant een lindehaag op poten, met eronder een haagbeukhaag, die samen waren erg mooi, vormden een kijkgleuf. Een kleine, witte volière zat vol gele siervogeltjes. Die voelden zich er wel lekker, een aantal kneep van genoegen de oogjes toe.

Maar die groente. Er kwam een tuinmedewerkster aanlopen, ze trok net haar handschoenen uit. Ik vroeg haar of ze niet om de week nieuw spul moesten aanplanten. Ja, er werd nogal eens wat geklaut, terwijl de groente bedoeld was voor de verkoop. En kijk eens hoe mooi de Mangold erbij stond. Mangold voor snijbiet, die Duitsers weten toch wel hoe ze dingen mooi moeten benoemen. De broccoli was nu wel zo'n beetje op z'n einde, zei de vrouw. Het was immers herfst, en later zou het hier helemaal kaal zijn.

Ik vond het erg mooi. Groente kan erg mooi zijn, ik snap wel waarom ik ervan hou: ze staan in lange, rechte rijen, er is onmiddellijk ordening. In die zin passen groenten ook prima in een baroktuin, met z'n strakke, geometrische lijnen. Trouwens, een artisjok of kardoen in een huis-, tuin- en keukenborder met verder vaste planten, liefst in grijstinten, is prachtig. Rabarber, ook zo mooi en vullend. Wortelloof vind ik dan weer lelijk en sperzie- noch snijbonen kunnen me bekoren. Er is nu eenmaal groente die je gewoon moet opeten en niet bewonderen.