Groentemans gein

Is Schindler’s List koosjer? Roerend goed wijdde er een uitzending aan. Volgens Andreas Burnier ligt de film tussen koosjer en treife in. Tegelijk voegde ze een nieuwe filmkeuringsnorm in: ‘Voor onder de 55’, want wie daarboven zit heeft zijn eigen oorlog, waar Spielberg niet aan toe of af doet.

Uiterst merkwaardig standpunt, dunkt mij. ‘Natuurlijk koosjer’, zei Jan Vrijman, 'want het is een filmisch meesterwerk.’ Is dat zo? Wordt wat Schoon is automatisch Waar? Geldt dat ook voor Rieffenstahl? Vrijman was trouwens toch op dreef: kunstenaars liegen altijd als ze het over hun eigen werk hebben, dus mocht ook Spielberg van hem liegen en bijvoorbeeld beweren dat hij in deze film voor het eerst zijn publiek niet manipuleerde. En waar de andere gesprekspartners in een slotscene een wel erg sentimentele 'gang naar Jeruzalem’ zagen, dacht hij dat de groep overlevenden op weg was een Pools dorp te plunderen. Een tegenstelling die zo absurd groot is dat uw boodschapper, die de film niet zag, in de lach schoot.
De vragen die ik hierboven stel, stelde Hanneke Groenteman in haar programma Roerend goed helaas niet. En toch maakte ze er een zinnige uitzending van. Fragmenten uit de film, uit Spielbergs persconferentie en uit de documentaire over Schindler en 'zijn’ joden gaven nieuwe impulsen aan het gesprek; ze persisteerde in de beginvraag, als moraliste of ten faveure van het debat; en bovenal, ze heeft niets van het vreselijke slag 'presentator’ dat zich belangrijker waant dan de genodigden. Eerder wordt haar dweperij verweten. Soms balanceert het op die rand, maar ik vind een respectvolle benadering die mensen op hun gemak stelt en open maakt, vaak een verademing vergeleken bij de derdegraads verhoren waaraan kunstenaars worden onderworpen door zojuist afgestudeerden van de School voor de Journalistiek die zich Ischa Meijer wanen. Bij de NOS-radio loopt zo een tante rond die nodig een pak op haar lazerij moet hebben. Overigens moet je bij 'la Groenteman’ ook oppassen: wanneer een beroemdheid poeha of andere fratsen vertoont, of om de zaak heendraait schieten de ogen vuur, zakt de stem naar een record- diepte en knalt er een terechtwijzing. Ik houd vooral van haar ad-remme 'gewoonheid’. Wanneer Jakov Lind stelt dat joden altijd fijne vechtjassen zijn geweest en dol op jagen, Burnier riposteert dat de jacht volgens de Thora verboden is en Lind weer antwoordt dat koning David er anders dol op, was verzucht de gespreksleidster: 'He ja, laten we lekker een boom over de Thora opzetten.’ Op papier wellicht niet veel, maar in het gesprek garant voor een glimlach.
Roerend goed toont eerder te weinig dan te veel van Groentemans enorme gein en het vermogen om van een uitzending een soort familiefeest te maken die pijlers van haar succes-radioprogramma Ophef en vertier. Dat lijkt deels een gevolg van het feit dat televisie door haar aard een paar graden kouder is dan radio, deels moet het een bewuste keus zijn voor ernst en gedegenheid. Roerend goed kent een zekere wisselvalligheid, die waarschijnlijk ook ligt in het ontbreken van een ijzeren formule. Maar haast elke uitzending bevat een of meer onderdelen die zeer de moeite waard zijn. Zoals de vraag over Spielbergs film een zinnige is. Toch ga ik voor het antwoord naar de bioscoop.