Groepsportret

Rembrandt zou een talentvol fotograaf zijn geweest. In zijn schilderijen is het beweeglijke juist erg verstild.

ZELFS BIJ EEN STATIG en afstandelijk schilderij als De staalmeesters is het voor ons moeilijk geworden om niet ook te denken aan een soort groepsfoto. Die zien we elke dag in de krant: formele documenten van gewichtige momenten en gebeurtenissen. Maar de hier geportretteerde functionarissen vormden een uiterst discreet college. Zij waren de waardijns die, in opdracht van hun gilde, de kwaliteit van de aangeboden partijen laken moesten beoordelen en waarderen. Momenten van glamour kwamen daar niet aan te pas. Wel het soort besloten vergaderingen, lijkt mij, zoals er in het schilderij van Rembrandt een gesuggereerd wordt.
Omdat wij zo aan groepsfoto’s gewend zijn (en het vastleggen van het unieke moment) kunnen we makkelijk denken dat de kunstenaar in de vergaderkamer aanwezig zou zijn geweest om, zoals fotografen dat nu doen, de groepering mooi spanningsvol te arrangeren. Dat het nu misschien zo lijkt komt ook doordat in de begintijd van de fotografie de fotografen zich alleen maar konden oriënteren op grote voorbeelden uit de schilderkunst - zoals op Rembrandt als meester van protestantse, ernstige portretten. De staalmeesters is een vormelijke compositie van figuren, en ook bedoeld zo voornaam en beheerst te zijn. Toch schijnt er in de mise-en-scène iets gaande te zijn waardoor de figuren, in houding en gelaat, een zekere alertheid tentoonspreiden. Er gebeurt iets waardoor de heren tegelijk dezelfde kant op kijken - naar onze kant of in ieder geval naar waar de schilder zich zou bevinden ware hij een fotograaf geweest die de reacties van de heren probeerde te vereeuwigen.
Maar Rembrandt was geen fotograaf. Toch moet ik op basis van dit meesterlijke schilderij concluderen dat hij er een talent voor had om op het doek een suggestieve situatie te construeren die de toeschouwer meer dan meesleept. Want alles is constructie en fictie en de schilder heeft wat hij laat zien nooit in het echt zo gezien. We hebben te maken met vijf heren die op een bepaalde en voorname manier moesten worden neergezet. De zesde persoon is de knecht (uiteraard zonder hoed) die in dit soort gezelschappen op dit soort schilderijen altijd optreedt. Eigenlijk alle tijdgenoten van Rembrandt laten de knecht iets doen, zoals drank rond reiken of een brief aangeven - alles om in de groep deftig poserende mannen wat levendige handeling te brengen.
In Rembrandts ogen was dat sjoemelen. Dat stoorde zijn strengheid. Het moest een statig schilderij worden van vijf deftige heren? Dan zou het dat ook worden. De tafel met een rood kleed werd scheef in de beeldruimte geplaatst. Rembrandt laat ons er ook schuin van onder tegenaan kijken. Vermoedelijk was het doek bedoeld om hoog te hangen. Het gevolg is dat de tafel als een stevige sokkel werkt waarvan we het oppervlak niet te zien krijgen. Hierdoor ontnam de strenge Rembrandt zichzelf de kans om, wat de anderen graag deden, er een mooi levendig stilleven op uit te spreiden van schalen en glazen en karaffen. Nu staat de tafel daar streng en neemt de voorgrond in beslag. Wat er links aan ruimte overblijft wordt (symmetrisch met de linkerhoek) opgevuld door de man in de stoel. De achtergrond is gesloten door een wand met bruine lambrisering waar in de hoek met de schouw de knecht stil staat te kijken. Uit een raam linksboven, waarvan nog net een stuk zichtbaar is, komt het licht.
In een deftig vertrek bevindt de schouw zich in het midden van de wand. Bij een voorname schikking van meubels zou de vergadertafel, met dat rijke kleed, ergens voor de schouw staan, in het midden. Een losse asymmetrische meubelschikking zien we pas gebeuren in de gezellige Engelse salons van de late achttiende eeuw. De rode tafel is zo slim informeel in de beeldruimte geplaatst om haar langwerpige tafelvorm te maskeren. Zo zien we eerder een ruimtelijke afbakening waarachter de heren vrijwel naast elkaar verschijnen. Omdat er een gaat staan (of weer gaat zitten) zijn de hoofden niet helemaal op een lijn. Wel bijna en zodanig dat de gezichten, omdat ze zich in één richting draaien, allemaal hetzelfde licht vangen. Door de bijzonder afgemeten tussenruimtes tussen de gezichten lijkt het alsof het licht de gezichten in een rustig ritme een voor een vangt.
Door de handige plaatsing van de figuren kon Rembrandt er ook voor zorgen dat er maar vijf handen zichtbaar zijn. Twee daarvan zijn bezig met een ook uitgelicht boek. Daarin wordt verslag gelegd. De andere handen trekken zich terug. Zo is het schilderij in alle aspecten waar het beweeglijk zou kunnen zijn, juist erg verstild. We zien vijf deftige gezichten streng samengevat, letterlijk, tussen het wit van de kraag en het zwart van de hoed, koel en afstandelijk in een omgeving van warmere kleuren, rood en bruin. Het is alsof we die gezichten langzaam zien, van links naar rechts, als in een traag horizontaal shot in een film. Dat is alles wat er in dit schilderij aan suggestieve beweging is. Het maakt Rembrandts absolute meesterwerk waarlijk onvergetelijk.