Groet mij bitch


Ik zit in de tuin te lezen en hoor mijn buurvrouw praten. Dat is altijd beter dan dat ze de grasmaaier erbij pakt. Ik ben wel eens naar boven gerend om vanuit het zolderraam naar haar te schreeuwen.
‘Hou op!’
Van mijn eigen geschreeuw raakte ik nog meer buiten mezelf.
'Hou op!’
De vogels dachten dat ik het tegen hen had.
'Jij hebt zoveel woede in je’, zegt mijn dochter geregeld tegen me. Ze kijkt er dan heel ernstig bij, maar de laatste tijd is er iets van medelijden bij ingeslopen. Het moment dat je erachter komt dat je ouders ook maar mensen zijn, gaat gepaard met zoete pijn.
Ik heb haar nooit in een koffer gestopt. Wel eens in haar voet gebeten. Dat was nog een heel gedoe. Eerst schoen uit wringen, sok, al grommende, en toen… Hap! Uit pure woede inderdaad. En dat alles in een volle trein-
coupé. Ik ben er niet trots op, maar het heeft wel het een en ander versneld, in mijn dochters ontwikkeling.
'Ik ben een lieve man’, zegt de conducteur in de film De jurk van Alex van Warmerdam, 'maar je moet wel precies doen wat ik zeg.’
Ik ben een lieve moeder.
'Ik begon met timmeren’, hoor ik mijn buurvrouw zeggen. 'Maar hij bleef bewegen, dus ik bleef maar doorgaan.’
Van mijn eigen moeder heb ik het altijd al geweten, dat ze ook maar een mens is. Bij mijn vader heb ik dat stadium nooit bereikt.
Mijn buurvrouw is meer een romanfiguur dan een mens. De hoofdpersoon uit een roman van Rachel Cusk, de vrouw des huizes die haar huis in de brand steekt en in het holst van de nacht met één koffer vlucht. Maar in die koffer zit dan niet veel anders dan een stapeltje gesteven strings, een paar zwarte suède pumps, J'adore van Dior, en De alchemist van Paolo Coelho.
Ik had natuurlijk altijd spijt.
'O en nu heeft ze weer spijt’, zei mijn dochter, haar voetje masserend.
Ik weet niet wat of wie mijn buurvrouw helemaal lens aan het timmeren was.
Wie is de vader?
Waren de baby’s voldragen?
Ik wil het allemaal niet weten, maar de krant, de televisie, ze dwingen me mee te denken over wat de 25-jarige tandartsassistente Sietske H. uit het Friese dorp Nij Beets bewoog. Van de weeromstuit gaat het mij vooral dwarszitten dat haar ouders, bij wie ze nog woonde, niet voor verdacht doorgaan.
Hoe verdacht is dat?
Waarom werken er niet meer vrouwen bij de recherche?
Is het te laat voor een carrièreswitch?
Mijn buurvrouw hoor ik een dag later gewoon weer fluiten hiernaast. Ze heeft iets of iemand onherstelbaar letsel toegebracht, maar maakt haar ronde met de kinderwagen alsof er niets is gebeurd. Wie zegt dat in die wagen geen zak aardappelen toegestopt ligt? Drie maanden lang heb ik haar voorbij zien sjokken in een te groot verwassen shirt en een joggingbroek. Opgezwollen, uitgedijd, als een vulkaan die niet dood was, maar sliep. Vandaag heeft ze haar ogen opgemaakt en een champagnekleurige plissérok om haar heupen gesnoerd.
Ze zwaait naar me. Mensen komen pas tot leven als ze iets verbergen.
Als ik even later boodschappen ga doen, zie ik haar een praatje maken met de verkoper van Straatnieuws. Deze heeft zich geposteerd bij de ingang van de supermarkt om de hoek, met een krukje en al. Een figuur met wie ik sinds zijn aanwezigheid in gevecht ben. Al naar gelang mijn stemming ga ik wel of niet de confrontatie met hem aan. Met zijn blik wil hij me dwingen hem te groeten. Laat dat Straatnieuws maar zitten, maar groet mij bitch. Ik weiger.
Ik groet niet.
Een pond trostomaten, twee preien, anderhalve liter halfvolle melk en nog zo wat later staat mijn buurvrouw nog met hem te praten. Hij geeft haar Franse les. Ze lachen wat af.
Hij heeft een coterie om zich heen verzameld, bestaande uit vrouwen zoals ik en mijn buurvrouw. Zet er een palmboom bij en je hebt die ene film, Vers le sud. Die waarin nooddruftige westerse vrouwen vechten om de aandacht van de Haïtiaanse Legba. De gretigheid waarmee die overrijpe vrouwen zich op de viriele zwarte man storten. In de film krijgt Legba er op een dag genoeg van als lustobject behandeld te worden. Maar zo ver is deze verkoper van Straatnieuws nog niet. Als een Afrikaanse koning zit hij daar, omringd door zijn harem. Hij kijkt me aan. Ik weet wat jij wilt bitch, en het is niet de nieuwe Straatnieuws.
Ik wil niet zo'n vrouw zijn.
Hetzelfde dacht ik toen ik voor het eerst naar zwangerschapsgymnastiek ging en al die bolle buiken om me heen zag. Ik wil niet zo'n vrouw zijn. Ik ben toevallig zwanger, maar dat is dan ook alles. Verlos mij en ik ga weer verder.