Beeldcultuur: Eric van den Elsen

Groot bloot

NAAKTER kan het niet, juist door die hakken. Glamourfotograaf Eric van den Elsen maakt hier van actrice Maria Kraakman een _‘big nude’ _in de stijl van Helmut Newton, en tegelijkertijd is zíj degene die de regie in handen lijkt te hebben. Het is haar blik – borend, zelfbewust – en het is haar houding – die van de jager, niet van de prooi. Kijk uit, ieder moment kan ze besluiten zich op je te storten, gewoon, omdat ze honger heeft, of zin.

Dit is voor mij het beeld van de 21ste eeuw die zich als het op de definitie van schoonheid aankomt niet wezenlijk onderscheidt van de voorgaande en vast evenmin van de komende eeuwen. Schoonheid is een blote vrouw.

Ik heb wel in de 21ste eeuw moeten aanbelanden om dat ook zo te durven stellen. Om als het ware door het naakt heen te kunnen kijken. Waarschijnlijk zou ik deze foto in de twintigste eeuw nog een traditioneel, zo niet semi-­pornografisch beeld van de vrouw vinden. Nu vind ik het een viering van haar schoonheid en kracht. Ze is nabij, maar ook ongrijpbaar. Niet iemand om je aan te warmen, maar om naar te kijken. Weliswaar op ongemakkelijke hakken om die bilpartij wat geprononceerder achteruit te laten steken, maar hé, work with what you’ve got. Een ideaal dat op het moment van vastleggen alweer wordt ingehaald door de tijd. Daarom ook geen model om je tot ziekmakens toe aan te spiegelen, maar een kunstmatige triomf op het verglijden van de tijd. Morgen kan alles anders zijn, zwaarder, lelijker, gehavender, maar nu – klík – is het volmaakte hoogtepunt bewaard voor de eeuwigheid.

Ben ik veranderd? Of is de tijdgeest veranderd? Naakt zou je vroeger associëren met onderworpenheid. Terwijl je nu – naïef? bevrijd? – onbekommerd kunt denken: wat is er uiteindelijk meer superieur dan een mooie vrouw, in de bloei van haar leven? In dat laatste, na de komma, zit ’m natuurlijk de crux. De tijdspanne waarbinnen de viering van het naakte vrouwenlichaam een ongecompliceerde kwestie is, is nauw omschreven. Daarbuiten wordt het vrouwelijk naakt op z’n best ervaren als ‘interessant’, maar in de praktijk meestal gewoon als gênant of aanstootgevend.

Op het affiche dat haar nieuwe show aankondigt, heeft zangeres/circusartieste Ellen ten Damme zich springend laten fotograferen, slechts gehuld in een maillot of legging. Ze schermt haar bovenlijf, dat suggereert naakt te zijn, af met haar arm. Ik keek naar het affiche, wachtend voor een stoplicht. De fietser die vlak voor mij stond te wachten hoorde ik getergd tegen zijn vriendin zeggen: ‘Alsof er ook nog maar íemand geïnteresseerd is in de borsten van Ellen ten Damme.’ Cabaretier Theo Maassen maakte nog niet zo lang geleden de indruk Patricia Paay publiekelijk te willen omleggen omdat ze het had bestaan op haar leeftijd nog voor de Playboy te willen poseren. De blote armen van Madonna, het tekort aan borsten van Birgit Schuurman: mannen kunnen zich persoonlijk beledigd voelen als de getoonde waar niet onmiddellijk appelleert aan het eigen onderbuikse. Het zij zo. Het doet niets af aan de autonome schoonheid van deze foto, getiteld Maria, Amsterdam, 2003.

Wat misschien wel een beetje afdoet aan het pure beleven van deze foto is de wetenschap dat hij oorspronkelijk werd afgedrukt naast een foto van de actrice waarop ze, gehuld in een peignoir of zoiets, met een emmer tussen haar benen over haar nek gaat, terwijl Herman Brusselmans een troostende hand op haar rug legt. Het zijn foto’s die deel uitmaken van een groter project van de fotograaf, het zogeheten heldinnenproject, in samenwerking met schrijver Ronald Giphart (Heldinnen, Podium, 2003). Ik ging toentertijd naar de presentatie in de Torch Gallery. Het was een warme augustuszaterdagmiddag, ik zag een vrouw in een luchtig blauw jurkje over de gracht paraderen, op ragfijne hakken. Zo petit, maar het was toch echt ­Heleen van Royen. Iedereen bleek petit: de gemiddelde vrouw, verzameld in de hoofdstedelijke galerie, reikte tot aan mijn navel.

In de literatuurkritiek zou dit buitenliteraire informatie worden genoemd, oftewel zaken die je niet moet laten meewegen. Ik weet niet of daar in de fotografie ook een woord voor is. Net zoals je niet zou willen weten dat Maria Kraakman voor de foto is ingesmeerd met brons­poeder, ‘om alle oneffenheidjes weg te werken’. Het valt in het boek terug te lezen. ‘Ik herken mezelf niet terug, zelfs de blik in mijn ogen niet’, wordt uit haar mond opgetekend door Giphart. ‘Ben net een barbie.’

Het kan bijna niet anders of dit was de ongemakkelijkheid van het moment. Uit alle macht probeert ze zichzelf tegenover de schrijver te relativeren. ‘Je bent niet jezelf. Je bent hoofdpersoon in een verhaal.’ Ondertussen is het onmiskenbaar: het verhaal is verspreid, we kunnen er nu allemaal kennis van nemen. Geschrokken van haar eigen krachtige schoonheid, zal ze gedacht hebben hoe dit nog te temperen. Te laat.