Groot hart

BIANCA BOER
TROOST EN DE GEUR VAN KOFFIE
L.J. Veen, 175 blz., € 17,90

De titel klinkt nogal dociel – Troost en de geur van koffie – maar dat is vast spel. De verhalen uit het de-buut van Bianca Boer (1976) kunnen bijtend zijn. Het zijn acht verhalen die zich afspelen in het platte-landsdorpje Stittum, waar alle personages op een of andere manier op zoek zijn naar houvast, naar troost.
Het leverde Boer een nominatie op voor de Selexyz-debuutprijs. En niet onterecht: Boer durft iets te on-dernemen. Ze probeert verschillende vertelvormen uit, schrijft vanuit diverse perspectieven. Het beste verhaal is waarschijnlijk Schaal 1:22, dat wordt verteld vanuit een meisjespop. De vertellende pop is blij, opgelucht dat ze eindelijk uit de speelgoedwinkel is (‘als je verkleurt wil niemand je meer’), om vervol-gens in de handen te komen van een labiel kind dat het verlies van haar vader afreageert door de pop-pen één voor één uit elkaar te trekken. ‘Het meisje trekt eraan. Zijn been wordt steeds langer, uiteindelijk schiet het los. Het meisje houdt onze vader op z’n kop. Met haar pink haalt ze iets uit zijn bovenbeen. Watten. Ze peutert het helemaal leeg. Er blijft alleen een ijzerdraadje over en een los lapje katoen. Ik wou dat ik echte ogen had.’
Het verhaal is meer dan dat; terwijl de kunststoffamilie wordt afgeslacht speelt zich, tussen de regels door, ook een familiedrama af bij het martelende meisje zelf. Boer heeft nog wat moeite met tussen de regels door schrijven. In verschillende verhalen probeert ze een spanningselement op te bouwen, maar daarvoor vertelt ze steeds net iets te veel. In het titelverhaal is het na drie pagina’s wel duidelijk dat de oude vrouw dementeert, maar Boer blijft er mysterieus naar hinten. Doet onbedoeld aan die Monty Py-thon-sketch denken: ‘Nudge, nudge, wink, wink, say no more – know what I mean, know what I mean?’
Boer heeft een te groot hart. Het medelijden dat ze voor haar personages heeft, maakt haar verhalen soms wat goeiig, haalt de angel eruit. Mooier is het als ze de pijn opzoekt, zoals in Heengegaan, waarin een eenzaam meisje (‘Ik ben te slim voor de vmbo en de landbouwschool, daarom (…) ben ik Lisa en Anton kwijtgeraakt.’) haar jeugdsouvenirs opoffert als een stap naar volwassenwording, zodat ze klaar is voor een grote liefde. Kinderservies knalt tegen de muur uiteen, een plastic paardje smelt op het vuur. De tranen staan het meisje in de ogen, maar dit moet. Dit moet.