Groot-kosovo

Nu de Navo de Kosovo-oorlog officieel geëindigd heeft verklaard, is het tijd de balans op te maken. Mient Jan Faber en Paul de Waart, voor vechters van de wereldrechtsorde, vrezen nog veel ellende op de Balkan.(

ZE STONDEN tijdens de crisis om Kosovo recht tegenover elkaar. Mient Jan Faber pleitte al midden vorig jaar voor ingrijpen van de Navo om de Kosovaren te bescher men tegen het Servische geweld. Toen het in maart van dit jaar werkelijk zo ver kwam protesteerde Paul de Waart onmiddellijk tegen het Navo-optreden, dat volgens hem het internationaal recht schond. Joegoslavië vroeg hem daarom als een van hun advocaten op te treden, toen dat land bij het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag stopzetting eiste van de Navo-bombardementen. Nu zijn ze het wonderwel en hartgrondig eens over één ding: humanitaire interventie is een prachtige, nieuwe ontwikkeling van de laatste tijd, maar zoals het nu in Kosovo is gegaan, zo mag het beslist nooit meer. Mient Jan Faber, de mathematicus die beroepsvredesactivist werd, die ten strijde trok tegen de Amerikaanse kruisraketten en secretaris is van het Interkerkelijk Vredesberaad, verbaasde vorig jaar nieuwe en oude vrienden en vijanden door hartstochtelijk te pleiten voor een gewapend optreden door de Noord-Atlantische Verdrags organisatie om de Albanezen in Kosovo te beschermen. Hij was overigens niet voor Navo-bombardementen, zoals De Groene meldde in oktober vorig jaar, maar voor het zenden van grondtroepen met lucht steun, omdat je nu eenmaal geen grond operatie kan verrichten zon der steun vanuit de lucht. MIENT JAN FABER: ‘Je kunt niet alleen maar bommen smijten in de hoop dat dat voldoende afschrikwekkend werkt. Een humanitaire interventie, om mensen die met uitroeiing worden bedreigd bescherming te bieden, moet je op de grond doen. Die bescherming kun je niet bieden van vijfduizend meter hoogte. Je moet de mensen beschermen op de plaats waar ze zijn, dan blijft actie beperkt en kun je binnen het kader van het volkenrecht opereren. Maar nu hebben de Navo-landen gewoon een oorlog gevoerd tegen Joegoslavië. PAUL DE WAART, emeritus hoogleraar Internationaal Recht aan de VU, is het hier volledig mee eens. Hij was tegen het Navo- optreden op juridische en politieke gronden, maar hij is beslist geen liefhebber van Milosevic of van het optreden van de Serviërs in Kosovo. Hij is zeker geen tegenstander van humanitaire interventies, ook niet als daardoor de soevereiniteit van een land wordt geschonden. Paul de Waart: 'Het is een positieve ontwikkeling in de laatste de cennia, dat een staat soeverein is voor zo ver hij zich houdt aan de regels van het vol kenrecht, met inbegrip van de mensenrech ten. Wanneer er ergens een dictator op staat die z'n inwoners knecht en als grote groepen mensen het slachtoffer dreigen te worden, dan kan de internationale ge meenschap verplicht zijn met geweld in te grijpen. Je moet dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: er moet werkelijk sprake zijn van een noodsituatie, alle ande re mogelijkheden moeten uitgeput zijn, je moet onpartijdig zijn en het geweld dat je gebruikt moet proportioneel zijn, dat wil zeggen: het middel moet niet erger zijn dan de kwaal die je wilt bestrijden. Want het gevaar bestaat natuurlijk dat je onder het mom van bescherming van mensen pro beert je politieke doeleinden te verwezen lijken, zoals Hitler deed toen hij andere landen binnentrok, met als argument de bescherming van Duitse minderheden. Dat heeft zo afschrikwekkend gewerkt, dat de bescherming van minderheden in 1948 niet in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is opgenomen, hoewel de Russen daar destijds voor hebben gepleit. Natuurlijk, wat er in Kosovo aan etnische zuiveringen is gebeurd, mag niet gebeuren. Maar als er in Parijs op een redelijke wijze met Milosevic was onderhandeld waren die bombardementen wellicht niet nodig geweest. De Navo is veel te vroeg begonnen met de dreiging van militair geweld. Dat was bedoeld als een politiek drukmiddel op Milosevic maar dat heeft gefaald, en de meeste massaslachtingen waar hij nu van wordt beschuldigd hebben plaatsgevonden na het inzetten van de bombardementen. Als je dat met je ingrijpen niet hebt kunnen voorkomen, heb je een ontzettend riskant spel gespeeld en je komt bovendien in de gevarenzone wat be treft het internationaal recht, zoals het In ternationaal Gerechtshof ook heeft vastge steld in de aanhef van z'n vonnis over de klacht van Joegoslavië. OOK MIENT JAN FABER is nauwelijks gelukkig met de afloop van deze oorlog: 'Natuurlijk is het een opluchting dat de Kosovaren nu weer in groten getale terug gaan naar Kosovo. Maar er zijn intussen afgrijselijke dingen gebeurd en je moet je af vragen of je dat niet had kunnen voorkomen. En het navrante is, dat nu de Serviërs verdwijnen. Ik heb me de laatste dagen wel eens cynisch afgevraagd wie we nu zouden moeten bombarderen. We noemen het geen etnische zuivering als de Serviërs uit Kroatië of Kosovo worden verdreven, om dat de Serviërs in onze perceptie aan de verkeerde kant staan. Maar de Navo werkt nu mee aan het vestigen van een nieuwe, etnisch zuivere staat Kosovo, want ik kan in de verste verte niet inzien hoe die in de praktijk deel kan blijven uitmaken van Joegoslavië. Om dat te voorkomen had men het UCK, het Kosovaarse Bevrijdings Leger, nooit in Kosovo moeten binnenlaten. Want dit is niet het eindstation. Als onafhankelijk landje is Kosovo economisch niet levensvatbaar. Er zijn UCK-leiders die nu nadrukkelijk pleiten voor een Groot-Kosovo, waarbij het Albanese deel van Macedonië, het deel van Montenegro waar Albanezen wonen en ook Albanië zelf bij Koso vo worden gevoegd. Zij zien Kosovo als het unieke centrum van de Albanese cultuur.’ De Waart: 'Ze noemen zich niet voor niets het oudste volk van de Balkan.’ Faber: 'Ze hebben deze slag gewonnen, maar dat is voor hen niet het einde van de strijd. Er gaat op het ogenblik in hun hoofden een heleboel om. De Navo heeft een militaire paraplu over dat hele gebied uitgetrokken. Niet alleen in Kosovo, maar ook in Bosnië, Albanië en Macedonië zit ten Navo-militairen. Er wordt van de Navo geëist dat ze alle mogelijke nieuwe verchuivingen zullen controleren. De vraag is of we ons daarvan bewust zijn. De Europese Unie moet in dit gebied investeren, zo dat men in de hele Zuidelijke Balkan weer samen kan gaan leven. Wij spreken over een Stabiliteitspact voor de Balkan of over een nieuw Marshall-plan, maar de Duitsers - ik was pas in Bonn - hebben het over een Schröder-plan. Er worden grote woorden gebruikt om een zeer zonnige toekomst te schilderen, maar eigenlijk is men zeer nerveus, want het is allemaal ontzettend onstabiel. De Navo is in een moeras gestapt en kan daarin weggezogen worden, vandaar dat men zich nu aan de sterren optrekt om daar uit te komen.’ De Waart: 'Kosovo is al vanaf 1912 een integraal onderdeel van Servië. In 1945 had Tito Kosovo en Albanië eigenlijk samen willen voegen als een nieuwe republiek in Joegoslavië. Van dat plan is niets terecht gekomen. Maar je kunt de recepten die de Navo heeft toegepast in Bosnië-Herzegovi na niet zomaar toepassen in Kosovo, want als je niet kunt voorkomen dat de Serviërs op de vlucht slaan, ben je bezig met een etnisch zuivere staat Kosovo te creëren, ter wijl de democratie eist dat mensen wel met elkaar kunnen samenleven. Je speelt dan in de kaart van onverantwoordelijke lieden die ook elders aansturen op afscheiding. Is dat wat je wilt? Het einde van de pluriforme samenleving in een groot aantal staten?’ Faber: 'Je ziet een nieuwe ideologie op komen, die sterk wordt uitgedragen door Tony Blair, maar ook door Vaclav Havel. Die noemt deze oorlog “the first war for human rights”. Het gaat bij oorlogen niet meer om vulgaire staatsbelangen, maar om de mens, zegt hij. Maar de uitvoering van deze oorlog was geen oorlog voor mensen rechten. De motieven om hem te voeren waren op zichzelf zuiver, maar idealisme gaat vaak gepaard met veel naïviteit. De Waart: 'Als je bij humanitaire inter ventie geen strikte regels in acht neemt kan militair geweld wel eens een grote inbreuk maken op de mensenrechten. Je moet onpartijdig blijven. Niet alleen maar er vanuit gaan dat Milosevic een schurk is en de anderen niet.’ Faber: 'Het is ook in ons belang dat er een zekere stabiliteit heerst aan onze grenzen en dus ook in de Balkan.’ De Waart: 'Dan worden wij de nieuwe Turken. Wij nemen dan de rol van Turkije over, dat dit hele gebied eeuwenlang heeft overheerst. Er is nog een gevaarlijke kant aan, namelijk dat de arrogantie van het Westen in Rusland een sfeer creëert van niet meer alles willen slikken.’ Faber: 'De Duitsers bevinden zich na Kohl in een geheel nieuw tijdperk. Enerzijds definiëren ze hun positie in Midden-Europa opnieuw en zoeken ze met de Russen naar diplomatieke oplossingen. Maar je ziet ook dat iemand als Joshka Fischer de notie van mensenrechten sterk naar voren schuift. Onder het argument dat Duitsland niet toe kan laten dat de mensenrechten worden geschonden, kan dat land een eigen buitenlandse politiek voeren en nu zelfs weer aan militaire operaties deelne men zoals in Kosovo. Maar de manier waarop het begrip hu manitaire interventie in Kosovo is toege past betekent dat het enorm is vervuild en kennelijk wordt misbruikt voor het voeren van een klassieke oorlog. Het hele idee van humanitaire interventie is door dit soort optreden gediskwalificeerd. Albanezen en Serviërs zien nu geen enkele mogelijkheid meer tot samenwerking. En ook in Macedonië is op dit moment een dialoog tussen Slavische Macedoniërs en Albanezen on mogelijk geworden. Er is een muur tot stand gebracht in de hoofden van de mensen.’ DE WAART: 'De legitimiteit van het Navo-optreden was groter geweest als men eerst toestemming had gevraagd aan de Veiligheidsraad en eventueel, als dat door het vetorecht niet was gelukt, aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Na ties. Je kunt het geweldsverbod opzij zetten om een humanitaire interventie te plegen als je ziet dat een volk ten onder gaat. Maar zorg dan wel dat er brede steun voor is in de internationale samenleving.’ Faber: 'Er zijn in Bosnië veel fouten ge maakt, maar toch had men beter dat traject kunnen volgen en stap voor stap een militaire presentie in Kosovo kunnen opbouwen, zoals in Bosnië is gebeurd. Nu dacht men met de bombardementen een veel kortere weg te kunnen volgen. We zijn nu bezig de negentiende eeuw over te doen in plaats van te werken aan iets wat we in de eenentwintigste eeuw nodig zullen hebben. De manier waarop de Navo heeft ingegrepen heeft het volkenrecht ondermijnd.’ De Waart: 'Daar zijn we het over eens.’ Faber: 'Het verschil tussen jou en mij is dat we een andere rol hebben gespeeld. Wat de Navo nu doet deugt niet, maar we hebben de Navo wel nodig om humanitaire interventie uit te voeren. Dus ga ik geen anti-Navo-campagne starten. Maar de Navo is wel in een ernstig dilemma verstrikt geraakt. Je moet al deze dingen beter doordenken en je krijgsmacht er op instel len dat ze dit soort interventies beter kunnen uitvoeren.’ De Waart: 'Het beste zou zijn om de humanitaire interventie als uitzondering op het geweld zo te organiseren dat er een preventieve werking vanuit gaat.’ Faber: 'Ja, dat zou werkelijk mooi zijn.’