Groot-nederland

CDA-senator Postma is niet de enige en niet de eerste die pleit voor een hereniging van Vlaanderen en Nederland. In Vlaanderen heeft men het vooral over losmaking van het ‘achterlijke’ Wallonië. Een discussie met een wat bruine bijsmaak.
WAS ‘1830’ EEN VERGISSING? Moeten Nederland en Vlaanderen worden herenigd zodat zij - met een gezamenlijk inwonertal van 22 miljoen - de achtste economische macht ter wereld vormen?

De Groningse hoogleraar en CDA-senator Andries Postma zei vorige week in het televisieprogramma Netwerk dat hij Vlaanderen als ‘een zeer attractieve bruid’ beschouwde. Volgens Postma was er al sprake van verregaande samenwerking, op cultureel niveau in organisaties als de Taalunie en op politiek gebied in de vorm van onder meer de waterverdragen. Een toekomstig verbond was volgens hem een kwestie van 'logisch doorredeneren’. De staatkundige structuur, aldus de senator, 'wijst zichzelf wel’.
In dezelfde uitzending deed de Vlaamse socialistenleider Louis Tobback een duit in het zakje door de Belgische afscheiding een 'vergissing’ te noemen en zich als 'orangist’ te profileren.
De eerste reacties van Nederlandse kant waren lauw. D66 deed het voorstel van Postma af als 'dagdromerij’, zijn partijgenoot Verhagen noemde het 'volslagen nieuw’. Daags na de uitzending verklaart de senator tegenover De Groene Amsterdammer dat hij politiek Den Haag juist heeft willen wakkerschudden. Postma: 'Ik ben vooralsnog de enige Nederlandse politicus die dit vraagstuk aankaart, en dat neem ik mijn collega’s zeer kwalijk. Of we het leuk vinden of niet, België valt binnen afzienbare tijd uit elkaar en dan moet Nederland een standpunt klaar hebben. Vlaamse politici en industriëlen vertellen mij sub rosa dat zij streven naar onafhankelijkheid, gevolgd door een of andere vorm van aansluiting bij Nederland. Zij willen dat echter op z'n vroegst in 2002 doen, omdat het proces dan plaatsvindt onder de koepel van de euromunt. Als de Vlaamse onafhankelijkheid eerder komt, kachelt namelijk de Belgische frank in elkaar.’
IN VLAANDEREN gaan inderdaad steeds vaker stemmen op voor losmaking van het als achterlijk beschouwde Wallonië, getekend als het is door hoge werkloosheidscijfers, bestuurlijke wanorde en sociaal verval - een toestand die in veler ogen wordt gesymboliseerd door de zaak-Dutroux, die dan ook van Vlaamse zijde tot de laatste druppel anti-Waals sentiment is uitgewrongen. De Europese eenwording heeft bovendien de nationalistische gevoelens in menige deelstaat of provincie nieuw leven ingeblazen. Zo krijgt het streven naar een onafhankelijke Vlaamse staat - bijna even oud als België zelf - langzaam maar zeker weer vaste vorm.
De liberale Antwerpse senator Hugo Coveliers (VLD) bevestigt Postma’s analyse. Coveliers: 'Het is waar dat die “stille” agenda bij alle grote Vlaamse partijen gelijkelijk leeft: bij de socialisten, de christendemocraten, de Volksunie en het Vlaams Blok. Het jaar 2002 speelt een centrale rol omdat men in dit scenario uitgaat van het monetaire vangnet van de euro.’ Zo richt Vlaanderen allengs het vizier op Nederland en wordt het Dietse of groot-Nederlandse streven - jarenlang zwaar besmet door de Vlaamse collaboratie in de Tweede Wereldoorlog - onverwacht actueel.
De motieven voor hereniging zijn echter niet eensluidend. Vlaamse industriëlen en politici willen vooral een front vormen tegen de Franse economische 'penetratie’ van België. Taalkundigen willen voor alles de Nederlandse taal en cultuur veiligstellen, terwijl (extreem-)rechtse groeperingen zoals de Nationalistische Studenten Vereniging, het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond en het Vlaams Blok hunkeren naar hereniging van de Nederlandse stam op hun eigen politieke voorwaarden.
LODE BEHEYDT, hoogleraar Nederlandse cultuur in Amsterdam en Leuven, maakt zich al jaren bezorgd om de Nederlandse identiteit. Beheydt: 'Als we gezamenlijke belangen te verdedigen hebben, dan vinden we wel de nodige culturele symbolen om daarop te plakken. De hete adem van Europa roept alom een reactie op in de trant van: “We willen ergens bijhoren”, en die beperkt zich niet tot Vlaanderen. In elke Nederlandse krant loopt wel een discussie over nationale identiteit.’
In België heeft die discussie echter een bijklank die in de noordelijke Nederlanden meestal ontbreekt. Coveliers stelt onomwonden dat de Vlaamse voorstanders van hereniging over het algemeen 'rechtse lieden’ zijn. Hij noemt als voorbeeld de Marnixring, een soort Rotary die zonder veel bezwaar rechtse tot zeer rechtse leden aanneemt en hen alle ruimte biedt voor het propageren van Dietse idealen. Zo zijn er meer exclusieve genootschappen te noemen: de Antwerpse Fuggers, de stichting De Warande in Brussel en de geheime Antwerpse Debatclub, waar Vlaams-Blokprominenten en industriëlen elkaar ontmoeten.
POSTMA STAAT in Nederland niet alleen, ook niet binnen zijn partij. Academici als Jan Willem Wiggers en Theo Brinkel van het wetenschappelijk bureau van het CDA ontpopten zich al eerder als voorstanders van hereniging. De partij neemt de zaak in elk geval serieus, getuige het partijprogramma: 'Nauwe samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen, vooral ten behoeve van de eigen ontwikkeling en de internationale verbreding van de kennis van de Nederlandse taal en letterkunde, is van groot belang.’
Het Nederlandse bedrijfsleven is de laatste jaren eveneens bijzonder in Vlaanderen geïnteresseerd, zij het niet als economische partner maar als politieke ingang tot het toekomstige Europese bestuurscentrum Brussel.
Postma erkent dat de liefde vooralsnog alleen komt van de aanstaande bruid. Hij is zich bewust van de 'bruine smet’ die op het Vlaamse onafhankelijkheids- en herenigingsstreven rust, maar meent dat zulke bezwaren tot het verleden behoren. Tegenover De Groene verklaart hij dat zijn contacten in Vlaanderen 'van heel ander niveau’ zijn. Hij noemt in dit verband baron Van Waeyenberge (commissaris bij onder meer Fortis AMEV), de journalist Hans Brockmans en Herman Suykerbuyk, ondervoorzitter van het Vlaamse parlement (CVP).
Hij 'vergeet’ wel te vermelden dat het groot-Nederlandse ideaal in Nederland nog andere aanhangers heeft - weliswaar niet afkomstig uit extreem-rechtse kring, maar door hun grensoverschrijdende contacten wel degelijk gelieerd aan besmette groeperingen in België. Deze ongeveer drieduizend Vlaamse en Nederlandse voorstanders van aansluiting zijn verenigd in de besloten Orde van den Prince. De naam geeft blijk van hun gehechtheid aan Willem van Oranje, Vader des Vaderlands, van Holland èn Vlaanderen. Het ledenbestand telt voornamelijk hoogleraren, captains of industry, advocaten en politici - van de door ****** Einde van blok 10 Postma genoemde Vlaamse industrieel Piet P.A. baron van Waeyenberge tot de Belgische socialistische minister van Binnenlandse Zaken, Johan Vande Lanotte.
DE ORDE WERD in 1955 opgericht door Guido van Gheluwe, de latere secretaris-generaal van de Economische Raad voor Vlaanderen. Zij moest een elite vormen die de 'Nederlandstalige cultuurgemeenschap in Noord en Zuid’ zou integreren en vrijwaren van Franse hegemonie. De leefregel oftewel 'Keure’, die alle leden bij hun inauguratie moeten ondertekenen en die aan het begin van elke overeenkomst wordt voorgelezen, schrijft voor dat zij op persoonlijke titel de Nederlandse taal en cultuur uitdragen. Zij dienen dit zowel privé als beroepsmatig te doen, en wel 'door beïnvloeding achter de schermen’, aldus Orde-lid Vic de Donder, redacteur bij het Vlaamse dagblad De Standaard.
In het begin telde de Orde bijna alleen Vlaamse leden. In de jaren zeventig ontspoorde een groot aantal van hen in extreem-rechtse richting. Het Orde-lid Leon Rochtus, bankier en consul van Zuid-Afrika in Antwerpen, richtte in 1975 het extreem-rechtse gezelschap Prothea op. Prothea steunde openlijk het apartheidsregime en bevorderde de handelscontacten met de bloedbroeders aan de Kaap. Maar liefst 38 andere Orde-leden traden toe.
Vier jaar later richtte het Orde-lid Lode Claes, ex-collaborateur en bankier, samen met Karel Dillen het Vlaams Blok op. Dankzij zijn zakelijke netwerk fungeerde Claes jarenlang als voornaamste financier van de partij. Insiders beweren dat de Orde bewust tracht zich te ontdoen van dergelijke elementen, maar dat is maar gedeeltelijk gelukt. Het huidige Orde-lid Jan Nuyts bijvoorbeeld is uitgever van ’t Pallieterke, het racistische rioolblaadje van het Vlaams Blok. Andere leden laten nog altijd herdenkingsmissen opdragen aan gesneuvelde Oostfrontstrijders.
Ook het prestigieuze ondernemersblad Trends, waar de door Postma genoemde Hans Brockmans werkt, is niet zuiver op de graat. Lode Claes had er tot zijn dood begin dit jaar een column in. Leden van het Vlaams Blok worden in Trends welwillend geïnterviewd en een van de gastschrijvers is de echtgenoot van het Vlaams-Blokkamerlid Colen.
EIND JAREN ZEVENTIG ontplooide de Orde een eerste offensief op Nederlands grondgebied. Vroege leden waren onder meer W. ('Bib’) van Lanschot, bankier te ’s Hertogenbosch en lid van het Oudstrijders Legioen en tal van andere reactionaire clubjes, alsmede een aantal Philips-managers uit wier midden de eerste Nederlandse Orde-praeses voortkwam: Chris Sluijter. Inmiddels heeft de Orde bijna honderd afdelingen, waarvan 21 in Nederland.
De huidige praeses voor Nederland, Mees en Hope-bankier in ruste Willem van de Wardt, bezweert dat de Orde geheel op tolerantie en vriendschap is gebaseerd en laat uitdrukkelijk aantekenen: 'Als Orde nemen wij geen politieke standpunten in. De leden kunnen dat op persoonlijke titel wel doen, zoals Postma. Die is ook lid bij ons. Van extreem-rechtse activiteiten in de Orde is mij niets bekend, die verhalen ken ik alleen van horen zeggen.’
Ook Postma kent de geruchten, maar verwijst ze resoluut naar het verleden: 'Dat was voor mijn tijd.’
Het lijkt erop dat de Nederlandse Orde-afdeling inderdaad, overeenkomstig de Keure, alleen culturele bedoelingen heeft. Beide heren noemen spontaan als medelid de schrijfster Hella Haasse.
JE ZOU ZE ALLEEN andere vrienden in Vlaanderen toewensen. Aan Vlaamse kant is de Orde namelijk een politiek instrument. Zoals Van Waeyenberge in een interview zegt: 'Cultuur is meer dan sport, kunst en politiek; het is ook ondernemer****** Einde van blok 11 schap. Een land dat welvarend wil zijn, heeft sterke groepen nodig van eigen bodem met traditie.’
Hoezeer de Orde zich met politiek inlaat bleek al in 1978, toen Orde-leden als Van Waeyenberge en Lode Campo, president-directeur van C&A in België, gezamenlijk het zogenaamde Egmont-pact wisten te verhinderen. Dit pact - onderdeel van het regeerakkoord van formateur Wilfried Martens - regelde de federalisering van België op een wijze die voor radicale flaminganten onverteerbaar was; zij eisten bijvoorbeeld vergaande rechten op het tweetalige en dus omstreden Brussel.
Bij de strijd om de Generale Maatschappij - de financiële ziel van België - in 1988 ontpopte Van Waeyenberge cum suis zich wederom als voorvechter van het Vlaamse kapitaal. De overname van de Generale door Frans kapitaal werd niet voorkomen, maar sindsdien stelt de Orde zich met hand en tand teweer tegen verdere Franse penetratie. En dit streven naar een 'Vlaamse verankering’ van het bedrijfsleven verdraagt zich uitstekend met de agenda van het Vlaams Blok. Volgens de Antwerpse advocaat Jos Vander Velpen, auteur van twee boeken over Europees extreem-rechts, vormen genootschappen als de Orde en de Marnixring de financiële voorhoede van het flamingantisme.
Vander Velpen: 'Er zitten mensen van allerlei pluimage in, maar de oude Vlaamse adel, de katholieke bourgeoisie en de christen-democraten domineren. Zulke mensen opereren natuurlijk allang op Europees of mondiaal niveau, maar ze kunnen de steun van nationalistische bewegingen goed gebruiken. Je ziet die ontwikkeling ook in Italië, waar het rijke Noorden zich wil ontdoen van het arme Zuiden.’
Hoewel de aanstaande Vlaamse onafhankelijkheid dus wordt gepresenteerd als 'Europees’ project, is er eerder sprake van een georganiseerd egoïsme van een rijke regio. Vlaanderen schaart zich bij voorbaat met zones als Rhône-Alpes en Lombardije onder de winners, terwijl Wallonië net als de Portugese Elentejo of het Italiaanse Zuiden wordt gedegradeerd tot de rang van loser. Historicus en Knack-redacteur Marc Reynebeau doorzag dit al in de jaren tachtig: 'In de praktijk deed het Vlaamse autonomiestreven zich voor als de lokale variant van het ultraliberale economisme, dat aan enige Vlaamse eigenheid in feite geen boodschap had, maar het wel als voorwendsel kon gebruiken.’
Emeritus hoogleraar Lode Wils, autoriteit inzake Vlaams nationalisme, ziet helemaal geen bestaansrecht meer voor een niet-fascistoïde nationalisme. De democratische Vlaamse Beweging heeft volgens hem al haar doelen verwezenlijkt. Wat overblijft is een nationalisme van Duitse snit. Zoals Frankrijk aan de basis stond van het Belgisch liberalisme, sprak hij in zijn afscheidscollege in 1994, 'zo hebben het keizerlijke en het nationaal-socialistische Duitsland hun stempel gedrukt op het Vlaams-nationalisme, dat zij in zekere zin geschapen hebben.’
Zelfs als Vlaanderen uit afkeer van de francofone elite geheel Wallonië - inclusief zijn werklozen, verarmde boeren en verkommerde infrastructuur - aan zijn lot overlaat, hoeft de verzelfstandiging van Vlaanderen nog niet gepaard te gaan met toenadering tot Nederland. Op taalgebied is er in de praktijk eerder sprake van een verwijdering. Reynebeau constateert dat de Vlamingen zich steeds meer afzetten tegen het Noordnederlands.
Reynebeau: 'Nederland is hooguit een economisch voorbeeld. Er heerst hier zelfs een Hollander-fobie. Men zegt dingen over Hollanders die je over Marokkanen niet zeggen kan. Neem nu die opmerking van CVP-voorzitter Marc van Peel dat hij “liever op een eiland vol met Turken zit dan een eiland vol Hollanders”.’