Groot verdriet maakt autistisch

Zware rouw is te vergelijken met de hel, die dus toch blijkt te bestaan. Ieder leed om een sterfgeval is absoluut. Zeggen dat het ene erger is dan het andere is machteloos gepraat, maar het ergste moet zijn wanneer een dierbare voor je ogen verongelukt. Dan voegt zich bij de rouw een beeld dat nooit meer uit te wissen is en de hel zogezegd een gezicht geeft. In Huis van muziek, van de Zweed Göran Tunström, ziet een achtjarige zijn moeder op een fiets een helling af rijden en door een daar niet verwachte kudde koeien worden vermorzeld. Ze was op weg naar een repetitie voor het Weihnachtsoratorium van Bach. Het ontzielde gezin verhuist omdat de vader het leven op het land niet meer aankan. Hij krijgt waanvoorstellingen waarin zijn dode herrijst, maar op weg naar haar nieuwe vleeswording - een correspondentievriendin in Nieuw-Zeeland - beseft hij dat hij zichzelf bedriegt. Hij pleegt zelfmoord.

Voor moeder Solveig had alles in het teken gestaan van de muziek van met name Bach. Daarom draait de wereld voor de getraumatiseerde zoon Sidner tot in zijn schoolopstellen toe rond Bach, tot onbegrip van de anderen. Sidner is niet in staat op eigen voorwaarden te leven. Hij leeft namens zijn gestorven ouders. Als hij zegt dat hij een ‘huis van muziek’ wil maken, knikt de toegesprokene begrijpend, zonder te beseffen dat hij het niet overdrachtelijk bedoelt. Hij maakt ook letterlijk de reis af die zijn vader onderweg opgaf. We volgen het proces en zien hoe hij uiteindelijk vage maar eigen contouren krijgt, ook door de geboorte van zoon Victor, een toevalsvrucht, een onverhoopte reddende engel.
Van Tunström las ik eerder De dief, eveneens in een knappe vertaling van Bertie van der Meij. De romans lijken op elkaar. Beide zijn geschreven in gevarieerde registers, van plat tot gecultiveerd. In beide besmet een fijnbesnaarde vrouw een van zichzelf ruwere wereld met haar lyriek; in Huis van muziek spelen meer vrouwen die rol. Dat boek is misschien wat minder geslaagd door de logge opbouw. Na het dikke eerste deel, wanneer vader Aron in zee is gesprongen, was een punt al op zijn plaats geweest, maar dan zullen er nog twee generaties aan bod komen. Familiekronieken doen gauw obligaat aan, tenzij ze nóg pluriformer dan hier zijn opgezet.
Vooral het slotdeel, over Arons kleinzoon, de zoon van Sidner, wordt te veel, ook doordat het Telemachos-thema er met misplaatste frisse moed doorheen is gevlochten, terwijl wij verzadigd zijn. Sidner is de zwalkende vader, dat is waar, maar als er zo nadrukkelijk literair wordt geduid, ga je overal symboliek vermoeden en ja, Victor (Overwinnaar) zal overwinnen in het leven, al draagt hij de erfenis van Solveigs ongeluk met zich mee.
Toch staan in het slotdeel onvergetelijke passages. Neem de beschrijvingen van de Grotestraat, 'de straat van de zon’, waarin Victor opgroeit. Ze herinneren aan Bruno Schulz’ unieke beelden in De kaneelwinkels. Zo, als iets gewoons en mythisch tegelijk, ervaart een kind de nerveuze, veelkleurige, georganiseerde drukte op straat.
De les van Huis van muziek - groot verdriet maakt autistisch - is niet nieuw, maar wordt invoelbaar uitgebeeld. Van een televisieserie naar deze roman, waarvan de flap gewaagt, had ik geen weet, maar ik heb er ongezien vertrouwen in. De vele trefzekere dialogen lagen al klaar.