Grote ego’s

GERALD MARTIN
GABRIEL GARCÍA MÁRQUEZ: DE BIOGRAFIE
Uit het Engels (2008) vertaald door Ralph van der Aa, Miebeth van Horn, Catalien van Paassen en Willem van Paassen
Meulenhoff, 687 blz., € 42,50

Aan beroemd zijn heeft iemand een dagtaak, dat is het minste wat je uit drie recente biografieën kunt opmaken: Canetti, Naipaul en García Márquez. Wanneer schrijven ze eigenlijk? In zijn eveneens meer dan zeshonderd pagina’s dikke biografie van de Engelse schrijver B.S. Johnson zei Jonathan Coe het eerlijk: over de uren dat de schrijver aan zijn werktafel zat wist hij niets te vertellen. Als de negentiende-eeuwse roman nog leeft, dan is het in de soap, de televisieserie, de misdaadroman én de biografie: ronde verhalen.
Biografieën kunnen er niet genoeg geschreven worden, bij voorkeur van niet beroemde of bekende mensen. Maar gaat het dan niet gewoon om romans? Nee, want zonder Kema-keur ‘echt gebeurd’ zijn ze niet aantrekkelijk. Schrijversbiografieën zijn dubbelop, het civiele bestaan gaat gepaard met een geschreven leven. Over het verband daartussen wordt zelden iets zinnigers te berde gebracht dan speculatieve spiegelingen.
Neem García Márquez. Van alle verhalen over zijn leven bestaan er verscheidene varianten. De mooiste is zijn eigen aanzet van zeven jaar geleden, Leven om erover te vertellen. De autobiografie kwam niet verder dan 1955, het begin van zijn schrijversloopbaan. Het was wel een schitterende demonstratie duimzuigen. Volgens mij hoort het boek net als het journalistieke werk tot de betere Márquez.
Gerald Martin, die twintig jaar geleden een grote studie over de Zuid-Amerikaanse literatuur schreef, is ook goed op de hoogte van de politieke verhoudingen op dat continent. Hij zegt zinnige dingen over de romans en is behoorlijk kritisch ten aanzien van het vooral politieke opportunisme van de schrijver, wiens voornaamste streven lange tijd was dat Fidel Castro hem als vriend erkende. Onder zijn vrienden telt de Nobelprijswinnaar nogal wat staatshoofden, en die worden weer graag met Márquez gezien.
Maar hij dóet nog iets met zijn roem. Canetti deed in z’n leven alles om beroemd te worden, al voordat hij iets gepubliceerd had. En Naipaul lijkt de roem te gebruiken als beschermlaag die het hem mogelijk maakt een biografie toe te staan die hem portretteert als een botte en grove egoïst. Drie boeken die volstaan van de grote ego’s, drie dikke boeken dus.