MUZIEKTHEATER: Holland Festival

Grote klappers

Het Holland Festival 2012 was lang, rijk en gevarieerd. Met twee grote klappers aan het begin (het massale C(h)oeurs, het geestige Zwischenfälle) en wat tegenvallers (voor mij Waiting for Miss Monroe en ook enigszins Parsifal).Maar in de laatste week waren er veel grotere en kleinere verrassingen.

Een enorme knaller was de Finse bijdrage aan het AAA-concert Out of the Box van het Concertgebouworkest in de gigantische ronde hal van de voormalige gashouder van de Westergasfabriek. Daar speelde het Concertgebouworkest in een gigantische bezetting, met alleen al 250 verschillende slagwerk­instrumenten, het sensationele Kraft uit 1985 van de Finse componist Magnus Lindberg. De Finse dirigente Susanna Mälkki hield de zaak uitstekend bij elkaar: de in onberispelijk rokkostuum gestoken strijkers en blazers van het orkest en de vele, in slordige T-shirts geklede solisten, die speelden op onder meer een melkbus, bloempotten, koebellen en een groot aantal verschillende, voor, naast en achter het publiek opgestelde gongen, waar ze op een door de componist voorgeschreven manier tussen heen en weer holden. Een klereherrie, maar genuan­ceerde, gearticuleerde en soms zelfs ontroerende klereherrie.

Een sympathieke verrassing van een heel ander soort, veel meer verstild, was De rode kimono van de Nederlandse componist Micha Hamel. Zijn Requiem was op een tegelijk grappige, dramatische en actuele manier verbonden met de kerk De Duif, waar het werd gespeeld. In het Muziek­gebouw aan ’t IJ bleek De rode kimono vooral te gaan over het prachtige, maar al te lang in de depots van het Stedelijk Museum opgeborgen schilderij van Breitner van een vrouw die op een divan ligt, gekleed in een gigantische rode kimono bezaaid met witte, grijze en donkere Japanse bloemetjes. Micha Hamel laat, samen met regisseur Jos van Kan, het publiek voornamelijk anderhalf uur naar dat schilderij kijken. Het staat op een schildersezel, maar op een filmdoek wordt ingezoomd tot de kleinste details van bloemetjes, verfstreken en craquelures. De muziek, met aan de ene kant piano en Wagner-tuba, en aan de andere kant vier blazers, is onpretentieus en probeert geen betekenissen op te leggen aan het schilderij. Is dit ‘muzart’?

Het absolute hoogtepunt van dit Holland Festival was voor mij The Master and Margarita, naar het boek van de Russische schrijver Michail Boelgakov door het Engelse Complicite, geregisseerd door Simon McBurney, die twee jaar geleden ook al voor zo’n festivalklapper zorgde: het overrompelende A Dog’s Heart van Alexander Raskatov, eveneens gebaseerd op een boek van Boelgakov. In De Groene noemde Sana Valiulina De Meester en Margarita ‘een ode aan non-conformisme, moed en vooral compassie’. Het is ook een hallucinerende theaterbelevenis, waarin het Jeruzalem van Jezus en Pontius Pilatus en het Moskou van de jaren dertig, met hun verwarringen, verraad, lafheid en rebellie steeds meer samen gaan vallen en ook misschien lijken op de grote steden in onze tijd, waar het niet veel anders is gesteld. De vormgeving (van Es Devlin) is in wezen heel eenvoudig: vijftien stoelen, een tafel en een bed, maar door projecties op de vloer en projectie van die projecties op de achterwand ontstaat een waanzinnig schouwspel, waarin de – schitterende – spelers langs de huizen kunnen vliegen, vallen en ten hemel kunnen stijgen, om ze te belonen voor hun speelse standvastigheid in een tijd van neerdrukkende collaboratie. McBurney heeft ook nu een behoorlijk ernstig onderwerp een feestelijke vorm kunnen geven. Iets om je op te verheugen: komend seizoen regisseert hij bij De Nederlandse Opera een nieuwe voorstelling van Mozarts Zauberflöte.


Die Zauberflöte van Mozart, muzikale leiding Marc Albrecht, regie Simon McBurney, van 6 t/m 30 december in met Muziektheater Amsterdam, www.dno.nl