CONNIE PALMEN LOGBOEK VAN EEN ONBARM-HARTIG JAAR

Grote liefde

Onbarmhartig, voor zichzelf, voor haar omgeving en voor haar lezer, doet Connie Palmen in Logboek van een onbarmhartig jaar verslag van haar pijn, rouw en liefde om en voor haar echtgenoot Hans van Mierlo, die 11 maart vorig jaar overleed.

Medium logboek van een onbarmhartig jaar connie palmen

Het is een verdrietig stemmend boek. Niet eens zozeer vanwege de dood, waartegen het nu eenmaal moeilijk strijden is, maar vooral vanwege de liefde, die nooit toereikend is, altijd groter wil zijn dan ze misschien is. Logboek van een onbarmhartig jaar is wat dat betreft - in tegenstelling tot I.M., Palmens requiemroman over haar eerdere grote liefde Ischa Meijer - het boek van de nederlaag. En van nog iets anders, dat zich moeilijk laat omschrijven, maar waarop ik misschien via een omweg uitkom.
Allereerst dit: Connie Palmen is een schrijver voor wie je niet bang moet zijn. Niets ligt zo voor de hand als haar de logica van de vlakke middelmaat voor de voeten te werpen. Dat ze dom is bijvoorbeeld, omdat ze prat gaat op een hoger IQ dan wie dan ook. Dat ze een lijkenpikker is, omdat ze al eens een roman heeft geschreven over een grote liefde. Dat ze denkt het patent te hebben op grote liefdes, waar andere mensen maar een beetje aan keutelen. Dat ze zichzelf bombardeert tot het centrum van het universum, en de feiten vergeet van andermans’ leven waar we eigenlijk meer van hadden willen weten. Dat ze niet kan schrijven, omdat ze put uit het triviale register van mailtjes en dagboekaantekeningen. Dat ze aan zelfbeklag doet, omdat ze zonder terughouding rept van de ellendige toestand waarin ze verkeert. Dat ze zich postuum iemand toe-eigent, die er al een heel leven op had zitten. Het is allemaal gezegd en geschreven de afgelopen week, en het is allemaal even kleingeestig als voorspelbaar. Het is de acteur die zich heeft ingeleefd in zijn gladiatorrol door een zwaar blikken kostuum aan te trekken verwijten dat hij aan krachtpatserij doet. Het is de schrijfster die haar man heeft verloren en een boek over haar eerste jaar zonder hem schrijft nadragen dat ze zichzelf niet klein genoeg maakt.
Logboek van een onbarmhartig jaar is opgedragen niet alleen aan de nagedachtenis van Hans van Mierlo, maar ook aan die van zijn dochter Marieke die tijdens het onbarmhartige jaar op 45-jarige leeftijd aan kanker overleed. Veel van de logboekaantekeningen gaan over haar. Ze is eerder ziek geweest, en daardoor een potentiële zorgenpost voor haar vader. ‘Con’, oftewel 'Stief’, neemt ze in vertrouwen als ze opnieuw ziek wordt. Moet ze het haar vader vertellen, en zijn broze euforie over eigen mogelijk herstel verpesten? Op zeker moment wordt de compositie van dit logboek bepaald door het verspringen in een jaar tijd tussen beide ziektes en naderende eindes. Overigens gaat in dit jaar ook een zus van Van Mierlo dood. En een zwager. En een medelid van de Herenclub, oftewel Mulisch. En Louis Tas, de psychiater, ook van Palmen. En een eenzame kroegtijger. En tantes. En Tonio, de zoon van A.F.Th. van der Heijden en Mirjam Rotenstreich. Het is een dodenregister, dit logboek. Maar Marieke neemt een aparte plaats in. Na het overlijden van de echtgenoot/vader zoeken de beide achterblijvers geregeld troost bij elkaar. Ik merkte dat ik 'al’ die aandacht voor Marieke van Mierlo vervelend vond, omdat het afleidde van waar het naar mijn idee om zou moeten gaan: de liefde tussen Hans van Mierlo en Connie Palmen, en de lamentade vanwege het afscheid. Tot ik besefte dat Palmen eens en te meer haar liefde voor de man, de vader, beleed, door de dochter te gedenken.
Misschien meer nog dan I.M. maakte destijds op mij indruk hoe Palmen in een documentaire over Ischa Meijer met een soort berusting over hem sprak. Ze had het niet van tevoren kunnen bedenken, maar 'dit was hem kennelijk’, deze kleine dikke man, haar grote liefde. En toch ligt hier, zo veel jaar later, opnieuw de materialisering van een heel andere grote liefde: een mooie, aimabele man, een Kennedy van de lage landen, een man die tot in zijn laatste dagen in het ziekenhuis het vermogen had om verpleegsters en artsen acuut van hem te laten houden. In alles ademt dit logboek het verlangen naar absoluutheid, zo geheel des Palmens. De allergrootste, -leukste, -liefste. Ischa is niet vergeten, wordt jaarlijks op zijn verjaardag, tevens sterfdag, tevens Valentijnsdag, herdacht, maar toch wordt hij ingehaald door de tijd.
Als Van Mierlo in het begin van hun liefde I.M. meeneemt op reis, belt hij haar op om te zeggen dat hij er droevig van wordt. ’“Het is alsof het allemaal is wat het voor mij zou zijn”, zegt hij.’ Waarop Palmen schrijft: 'Ik zeg hem dat ik het hem had gegund om de eerste te zijn.’
Later citeert ze Van Mierlo die haar zegt nog nooit zo gelukkig met iemand te zijn geweest, nog nooit zo veel van iemand te hebben gehouden. Het is de taal van de geliefden, die elkaar het liefst uit het ei zouden tikken, op welk moment in hun leven ze zich dan ook bevinden. Logboek van een onbarmhartig jaar maakt dat oprechte verlangen zo voelbaar, en is tegelijkertijd daarmee zo'n specimen van tijdelijkheid. Het hart, die gemaltraiteerde spier die eerder door Palmen al zo beklagenswaardig werd beschreven in De vriendschap, is ook een tweekoppig monster, toegerust op liefde én verraad. Anders zou het bij de dood van een geliefde immers ook zomaar kunnen stoppen met kloppen. Misschien is het dat onderliggende besef, een nuchterheid tegen wil en dank, wat dit logboek zo aangrijpend maakt.

CONNIE PALMEN LOGBOEK VAN EEN ONBARM-HARTIG JAAR
Prometheus, 240 blz., € 19,90