Toneel: ‘Leven zonder Sartre’

Grote liefde

Tim Linde als Benny Lévi en José Kuijpers als Simone de Beauvoir in Leven zonder Sartre © Pepijn Lutgerink

Een sprankelend personage is Simone de Beauvoir in Leven zonder Sartre. José Kuijpers speelt haar heerlijk vurig: fel, geestig en scherp. ‘Ik weet altijd heel goed wat ik zeg’, stelt ze halverwege de voorstelling. ‘Ik denk zo nauwgezet na dat ik het eigenlijk altijd met mezelf eens ben.’ Ze zegt dat er niets van haar over is na de dood van haar levensgezel Jean-Paul Sartre. Maar tranen zien we niet. Haar rouw uit zich in een verhevigde denkkracht. En in woede. Genadeloos is ze over iedereen die zich háár Sartre heeft toegeëigend. De zoveelste jonge minnares, die tot haar verbazing bij de bejaarde filosoof bleef, en hem vertroetelde ‘als een liefhebbende dochter die weet dat de erfenis binnen handbereik is’. De secretaris die Beauvoir zelf voor de blind geworden Sartre regelde, en die buiten haar om een boek uitbracht met gesprekken met hem. Als deze Benny Lévi bij haar opduikt in de semi openbare ruimte waar fascinerende schilderijen hangen met Sartre als veelkoppig monster (van vormgever Gerrit Timmers), draagt hij een trui van de overledene. Die wil ze hem van het lijf rukken.

Mirjam Koen, die de voorstelling van OT Rotterdam schreef en regisseerde, toont een vrouw op zoek naar haar positie naast de enige man die haar intellectueel uitdaagde. De vechtdialoog met Lévi, gespeeld door Tim Linde, een sterke, stoïcijnse tegenstander, is een rehabilitatie in de lijn van de recente biografie van Kate Kirkpatrick. Daaruit blijkt dat Beauvoir meer was dan Sartre’s muze: ze becommentarieerde zijn werk voordat het naar buiten kwam, en stelde tegenover zijn existentialisme een levensvisie waarin de wisselwerking met een ander centraal staat. Tegelijkertijd cijferde ze haar invloed op Sartre weg. Ze verborg dat binnen hun fameuze open relatie ook zij jonge minnaars had, om het sprookje over hun grote liefde in stand te houden. En ze accepteerde dat Sartre minder in haar gedachtegoed geïnteresseerd was dan zij in het zijne. ‘Het verbaast me dat ik zijn geluk, zijn werk, zo vaak boven het mijne heb gesteld’, zegt de schrijfster van De tweede sekse in een terugblik. ‘Is liefhebben op die manier het gemakkelijkst?’

Koens derde in een reeks ‘filosofenvoorstellingen’ biedt helder zicht op pijnlijk herkenbare thema’s. Dat Beauvoir amper kan bevatten hoe Sartre pas in samenspraak met Lévi afstand nam van overtuigingen die zij bij haar levensgezel altijd had bevochten, toont de beperking van de menselijke bezitsdrang. In haar ogen kan Sartre aan het eind van zijn leven niet zelfstandig tot een godsbesef zijn gekomen, dat moet de verderfelijke invloed van de joodse Lévi wel zijn. Maar in haar woede over het feit dat zij na Sartre’s dood de zeggenschap verloor over spullen die zij samen hadden aangeschaft – het tafeltje waar zij altijd aan schreef staat nu bij Lévi in huis – voel je juist de wanhoop van een vrouw over haar gebrék aan bezitsdrang. Uiteindelijk werd zij, die na Sartre’s dood zijn ‘seksslaaf’ werd genoemd, gestraft voor hun vrijgevochten relatie. En voor het eerst weet Beauvoir niet meer of ze het nog wel met zichzelf eens is.


Nog te zien tot 7 maart, ot-rotterdam.nl