H.J.A. HOFLAND

Grote mensen

‘De aderen van ons economisch systeem zijn dichtgeslibd. Als we nu niet handelen, is een hartaanval onvermijdelijk. Misschien volgende week, misschien over een half jaar, maar zo gaat het dan gebeuren.’ Dat zei Ben Bernanke, voorzitter van de Federal Reserve, op 18 september tegen een aantal leden van het Congres. De deskundigen maakten een wonderpil van zevenhonderd miljard dollar. De president verzekerde dat het zou helpen. Maandag weigerde het Huis van Afgevaardigden de pil te slikken. Nieuwe paniek.
Hoe heeft het kunnen gebeuren, hoe is het mogelijk dat Amerika zich zo heeft laten verrassen? De afgelopen weken is er in het Westen geen medium geweest dat zich niet heeft uitgeput in analyses en voorspellingen. Dit is het einde van het neoliberalisme, het neoconservatisme. Nu is wel gebleken dat heel veel mensen niet in staat zijn hun persoonlijke verantwoordelijkheid te dragen. Misschien beleven we de herhaling van 1929, misschien staat er een depressie voor de deur. De staat is terug, maar we kunnen onze nieuwe heelmeesters niet vertrouwen. Alles is te wijten aan een op hol geslagen vrije markt. Het is de tijd voor een nieuwe ideologie. Ik geef maar een bescheiden bloemlezing uit de commentaren van de afgelopen weken. En dan was er één telkens terugkerende conclusie: niemand was er zeker van dat deze zevenhonderd miljard hoe dan ook de genezing zouden brengen.
Het volk is boos. Geen wonder. De natie is gewikkeld in twee oorlogen die slecht verlopen. In 2001 is de Amerikanen wijsgemaakt dat de Taliban verslagen waren, maar zeven jaar later is in Afghanistan een nieuw record aan gesneuvelden genoteerd. Op 1 mei 2003 kondigde president Bush de overwinning in Irak af. In deze verkiezingsstrijd verschillen de kandidaten diep van mening over de manier waarop de troepen zo snel mogelijk uit dit moeras moeten worden teruggehaald. Pakistan, de betrouwbaar gewaande bondgenoot in de oorlog tegen het terrorisme, is op het ogenblik op weg een failed state te worden met een snel toenemend anti-amerikanisme. Iran bouwt waarschijnlijk aan een kernwapen, waardoor de machtsverhoudingen in het Midden-Oosten drastisch kunnen veranderen, en niemand weet hoe Teheran op andere gedachten kan worden gebracht. Een maand geleden heeft Rusland het weerspannige Georgië mores geleerd. Het hele Westen was verontwaardigd en daarbij is het gebleven. En dan zijn er nog de vertrouwde vraagstukken: Israël-Palestina, Noord-Korea, de verandering van het klimaat.
Stellen we ons voor dat tijdens de beurskrach van 1929 Amerika zich in zo’n internationale situatie had bevonden. Zou er dan niet een of andere politieke wanhoopsbeweging zijn gegroeid, misschien zelfs een Amerikaanse vorm van fascisme? Daarin hoeven we ons niet te verdiepen. De wereld was relatief rustig. Franklin Delano Roosevelt was gouverneur van New York. Hij zette een Brain Trust op, een raad die denkbeelden ontwikkelde om de gevolgen van de crisis te beteugelen. In 1933 werd hij president. In mei van dat jaar tekende hij de Tennessee Valley Authority Act, waarmee de grondslag was gelegd voor een van de grootste publieke werken ooit in de Verenigde Staten. Onder het bewind van Roosevelt herwonnen de Amerikanen hun optimisme en hun zelfvertrouwen. Zo hebben ze de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog gewonnen.
De eindfase van de verkiezingsstrijd is begonnen. In het eerste televisiedebat hebben de kandidaten zich redelijk gedragen, maar je kunt van de heren vinden wat je wilt, geen van de twee doet aan Roosevelt denken, of aan een Eisenhower, een Kennedy. En mevrouw Palin associeer je ook niet meteen met Jeanne d’Arc. In een alzijdige crisis hebben de kiezers behoefte aan charisma. ‘Waar zijn de grote mensen?’ vroeg Paul Krugman, columnist van The New York Times. Misschien zijn ze er nog wel, maar niet in de top.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het is acht jaar geleden begonnen, toen Bush zich door het Hooggerechtshof tot president liet benoemen, nadat in Florida de verkiezingen in een chaos waren geëindigd. Verblind door zelfoverschatting heeft de nieuwe leider, daarin gesteund door zijn neoconservatieve raadgevers, een ongekende reeks historische blunders begaan. Dit alles zou niet mogelijk zijn geweest als hij daarbij niet de hartstochtelijke en devote steun van bepaalde media had gekregen. Allemaal eigendom van NewsCorp, het concern van Rupert Murdoch. Van het parochieblaadje The Weekly Standard tot de New York Post en het tv-station Fox News, allemaal hebben ze Bush aan het volk als de grote onfeilbare verkocht, allemaal zijn ze deelgenoot van de nationale catastrofe die nu volledig zichtbaar wordt. Tenslotte is dit ook een crisis van de publieke opinie in de grootste democratie ter wereld.