Grote-mensengeld

Hollywood is nog steeds een gulzig monster. De behoefte aan steeds weer nieuw en meer modieus talent is per definitie onverzadigbaar. Een filmmaker die buiten Hollywood een aardige film weet te maken, wordt direct daarop stevig aan de borst gedrukt en verslonden. Veel regisseurs zijn daar bij het maken van een eerste film overigens ook op uit, waarmee ze hun met veel bloed, zweet en tranen en weinig geld gemaakte debuten devalueren tot duur uitgevallen visitekaartjes.

Een van de laatste speeltjes van het verwende Hollywood is Quentin Tarentino. Tarentino viel eervorig jaar op met Reservoir Dogs en viel dit jaar in Cannes in de prijzen met Pulp Fiction. Momenteel draait de naar zijn scenario door Tony Scott geregisseerde True Romance in de bioscopen. Stuk voor stuk heel onderhoudende films die zich kenmerken door een soort goed zieke humor die zwarter dan zwart is en door geweldscenes met een overdosis aan volledig lek geschoten lijken. Veel bloed, maar uiteindelijk toch om te lachen.
En waarom kun je er om blijven lachen? Omdat de wereld van Tarentino nadrukkelijk niet de echte wereld is, maar de wereld zoals die vorm kreeg in populaire filmgenres en stripverhalen. Een gangster heeft bij Tarentino geen enkele relatie met enige buitenfilmische werkelijkheid, maar is uitsluitend familie van de helden en schurken uit oudere gangsterfilms. Dit gaat verder dan parodieren of het postmodern bespelen van cliches. Voor Tarentino zijn de helden uit strips en oude films figuren geworden die hun strip- of filmleven schijnbaar zelfstandig kunnen voortzetten. In dit universum van de populaire cultuur voelt hij zich als een vis in het water en daarom wordt hij nu in Hollywood zo vertroeteld.
Tarentino weet wat een nieuwe jonge generatie filmkijkers leuk vindt omdat hij dezelfde strips, televisieseries en op televisie uitgezonden oude films heeft verslonden als zij. Je kunt je afvragen of de schijnwereld van Tarentino over een paar films nog zo fris, tegendraads en geestig is als dat nu het geval is, maar vooralsnog werkt het zonder meer. In Hollywood zullen ze zich er geen zorgen over maken. Die roven morgen wel weer een ander talent van de straat.
Over talent gesproken. De gebroeders Joel & Ethan Coen gelden sinds enkele jaren als de meest getalenteerde onafhankelijke filmmakers. Tegen de trend in lieten ze zich na hun opvallende debuut niet opkopen, maar bleven ze onafhankelijk opereren. Om tot in lengte van jaren in Amerika ongebonden films te maken is slechts enkelen gegeven. Vroeg of laat lokt het grote geld. Na vier eigenwijze en hoogst originele films hebben de gebroeders zich door Hollywood laten omarmen met The Hudsucker Proxy als resultaat.
Ook de Coens putten, evenals Tarentino, uit het collectieve geheugen van de populaire film. Mijn favoriete Coenfilm Miller’s Crossing is bijvoorbeeld een prachtig mysterieuze, zo niet surrealistische, variant op de film- noir-achtige gangsterfilm. Nog virtuozer dan Tarentino herschiepen de gebroeders de wereld van hun populaire voorbeelden in een meer duistere en bizarre schijnwereld.
In The Hudsucker Proxy is de herscheppende virtuositeit zeker nog aanwezig, maar daarnaast is er ook een bombastische overdaad. De inventiviteit en bizarre humor van de broers wordt sterk overschaduwd door megalomane decors, ijdele filmsterren en een te veel aan attributen en figuranten. Ik heb de neiging om het verhaal van The Hudsucker Proxy op te vatten als een parabel voor wat getalenteerde onafhankelijke regisseurs in Hollywood kan overkomen.
Norville Barnes (Tim Robbins) wordt door een diabolische Sidney J. Mussburger gepromoveerd van loopjongen tot (stroman)directeur van een machtig bedrijf. Barnes danst als een marionet aan de touwtjes van Mussburger om de aandacht van de ware economische machinaties af te leiden. De ogenschijnlijk naieve Barnes heeft een talent: hij is niet vergeten wat kinderen leuk vinden. Onbedoeld produceert Barnes een hit voor het bedrijf en dat is ook wat van de Coens en de Tarentino’s in Hollywood wordt verwacht. Met kinderlijk plezier veel grote-mensengeld verdienen.