Wat maakt Vladimir Poetin onkwetsbaar?

Grote schoonmaak

Lijkenzakken uit Tsjetsjenië deren hem niet, verdachte aanslagen op flatgebouwen evenmin. Hij sluit een verbond met de communisten, bekostigt zijn verkiezingscampagne uit de staatskas en de Russen slikken het allemaal als zoete koek. Wat maakt Vladimir Poetin onkwetsbaar?

‘U WILT VAST wel uw handtekening zetten voor Vladimir Poetin’, zegt een opgewekte stem aan de andere kant van de deur. Als we opendoen, presenteert een jongeman een pen en een handtekeningenformulier. ‘Kunnen we ook tégen stemmen?’ vragen we. Hij kijkt ons aan alsof we Gods naam ijdel gebruiken. ‘Natuurlijk niet!’ Even later probeert hij het bij de overburen. ‘De mensen hiertegenover wilden tegen stemmen’, horen we hem zeggen. ‘Sommige mensen willen gewoon niet dat het goed gaat met het land’, antwoordt de buurvrouw.


Interimpresident Poetin is de enige kandidaat voor de komende Russische presidentsverkiezing met een goedlopende campagne. Om deel te nemen aan de eerste ronde moeten de kandidaten een half miljoen handtekeningen verzamelen. Voor Poetin geen probleem: niets duidt erop dat zijn populariteit tanende is. Terwijl westerse commentatoren waarschuwen dat de negatieve berichtgeving over de Tsjetsjeense oorlog hem zal opbreken, staat zijn populariteitswijzer nog altijd op zestig procent. Afgezien van een groepje soldatenmoeders durft niemand hardop te morren over zijn bewind. ‘Alles verloopt volgens plan’, is een veel geciteerde uitspraak van Poetin. Kan er voor Ruslands sterke man nog iets misgaan?


Alleen als hij uit de weg geruimd wordt door Tsjetsjeense terroristen, schrijft Argoementy i Fakty. Of als het Westen een schandaal oprakelt, bijvoorbeeld door bekend te maken dat de voormalige KGB-agent Poetin als dubbelspion voor de CIA werkte toen hij in de jaren tachtig in Oost-Duitsland gestationeerd was. Maar zelfs dat zal uiteindelijk in zijn voordeel uitpakken, aldus het weekblad; zo’n westerse roddel zou worden opgevat als een complot tegen Rusland. En dan is er nog de mogelijkheid dat er, net als in het geval van de in ongenade gevallen procureur Skoeratov, een pornotape gaat circuleren met Poetin in de hoofdrol. Erg waarschijnlijk zijn zulke scenario’s niet. Het dagblad Kommersant oppert dat alleen een economische crisis Poetin de das om kan doen. Maar zelfs die heeft hij behendig uitgesteld tot na zijn verkiezing. Welbeschouwd voert hij campagne op staatskosten en ook nog eens op de pof.



VOLGENS KOMMERSANT kost Poetins verkiezingscampagne negeneneenhalf miljard roebel (750 miljoen gulden), althans als hij zijn beloften aan gepensioneerden, rijksambtenaren en onderwijzers nakomt. Dat de Russische begroting daardoor een surrealistische aanblik biedt, lijkt niemand te verontrusten. Poetin beloofde de pensioenen met ingang van februari met twintig procent te verhogen. Aan de provincies zegde hij een bedrag van viereneenhalf miljard roebel toe, bestemd voor salarisverhogingen voor ambtenaren en onderwijzend personeel. In december kostte het uitbetalen daarvan al acht miljard roebel extra en het pensioenfonds is nu werkelijk leeg. De negeneneenhalf miljard die Poetin het volk heeft beloofd, zijn er straks gewoon niet.


Maar die dan leeft die dan zorgt. Na zijn verkiezing zal niemand Poetin nog uit zijn zetel kunnen wrikken. Volgens het dagblad Segodnja smeedt het Kremlin plannen om de grondwet te herschrijven en de presidentiële ambtstermijn te verlengen tot tien of zelfs vijftien jaar. Een aanwijzing hiervoor is dat het Fonds voor Strategische Planning, de instelling die belast is met het uitwerken van Poetins ideeën, uitgaat van dergelijke termijnen. De krant besloot dat de economische top in Davos misschien een goede gelegenheid was om de reactie van buitenlandse politici te peilen op het bericht dat Vladimir Poetin wel eens heel lang aan de macht kan blijven. Die reactie kan nauwelijks positief zijn. Poetins publicaties in de Russische en internationale pers, waarin hij zich profileert als economische hervormer en belooft de strijd met de corruptie aan te binden, maken lang niet zoveel indruk als zijn nieuwe, agressiever ogende veiligheidsconcept.


De militaire doctrine die afgelopen donderdag door de Nationale Veiligheidsraad is aangenomen, bepaalt dat Rusland voortaan zijn toevlucht kan nemen tot nucleaire vergelding ‘als antwoord op grootschalige agressie met behulp van conventionele wapens in crisissituaties die de nationale veiligheid van de Russische Federatie en haar bondgenoten raken’. Dat lijkt een verharding van de vorige doctrine, die het gebruik van atoomwapens alleen toestond in geval van bedreiging van het grondgebied van de federatie. De oude formulering was echter voor meerdere uitleg vatbaar; zo werd het Navo-ingrijpen in Joegoslavië ook vorig jaar al als bedreiging van de Russische veiligheid gezien. Naast separatistische tendensen, georganiseerde misdaad, terrorisme en de verzwakte rol van de Verenigde Naties worden nu de uitbreiding van de Navo en het optreden van die organisatie buiten haar verdragsgebied expliciet aangeduid als ontwikkelingen die de nationale veiligheid aantasten.


De achilleshiel van Poetins nieuwe concept is vooralsnog Tsjetsjenië, waar het Russische leger sinds augustus opnieuw in een verwoede strijd met islamitische guerrillatroepen verwikkeld is. Alles wijst erop dat het Kremlin deze tweede oorlog gewild heeft. Enkele weken geleden verklaarde ex-premier Stepasjin dat het besluit al vaststond in maart vorig jaar, toen de geruchtmakende ‘Tjsetsjeense’ aanslagen op de Moskouse flatgebouwen plaatvonden. Zijn verklaring kreeg in de Russische media nauwelijks aandacht, hoewel eruit blijkt dat de aanslagen de regering wel heel goed uitkwamen om het volk te winnen voor een ‘antiterroristische campagne’. Maar Stepasjin voegde er haastig aan toe dat ook hij ‘altijd voorstander van een krachtdadige politiek tegenover Tsjetsjenië’ was geweest’. Hij staat allerminst alleen in die mening. Voor veel Russen maakt het helemaal niet uit waarom de oorlog begonnen is, maar alleen of hij gewonnen wordt.


Winnen, daar is het Poetin om te doen. Zijn recente manoeuvres in de binnenlandse politiek weerspiegelen die houding. ‘Nee, we bouwen niet aan een dictatuur’, zei hij eind januari geërgerd tegen de media: ‘In het moderne Rusland kan geen dictatuur bestaan, die trein is al vertrokken.’ Zijn opmerking kon echter onmiddellijk worden weggestreept tegen zijn besluit om met zijn voorkeurspartij Eenheid een coalitie aan te gaan met de communisten. Daardoor kan hij straks op een hem welgezinde Doema met een verwaarloosbare oppositie rekenen.


Het verbazingwekkende van dit verbond met de communisten, die getuige Poetins geschriften en redevoeringen zijn grootste vijanden zouden moeten zijn, is dat het óók al geen daling van zijn populariteit ten gevolge had. Verdachte aanslagen op flatgebouwen, een slepende oorlog, een coalitie met de communisten, onwereldse begrotingen, een hervatting van de Koude Oorlog, confectieartikelen in de grondwet; het maakt voor de meeste Russen allemaal niet uit. Hij is hun man. Vanwaar die onaantastbaarheid?



OM TE BEGINNEN dankt hij zijn succes aan het gebrek aan concurrentie. Tot op heden heeft geen enkele serieuze politicus aangegeven de verkiezingsstrijd met hem aan te gaan. Sinds Poetin tijdens de millenniumwisseling door Boris Jeltsin vroegtijdig werd gelanceerd, worden de kansen van zijn tegenstanders algemeen nihil geacht. Communistenleider Zjoeganov, Jeltsins grootste tegenstander tijdens de verkiezingen van 1996, weet nog niet of hij zichzelf in de strijd zal gooien of iemand anders naar voren zal schuiven. Het maakt uiteindelijk niet uit, want zijn partij kan steevast op dertig procent van de stemmen rekenen. Ex-premier Primakov heeft zich teruggetrokken en de liberale leider Javlinski is kansloos. Beiden hebben zich jarenlang op deze campagne voorbereid. De voornaamste reden voor hun geringe aanhang is dat zij volgens de publieke opinie marionetten van het Westen zijn die hun kansen hebben gehad en verspeeld. ‘De door het Westen opgelegde economie kan als mislukt worden beschouwd. Poetin heeft een perfect gevoel voor zulke sentimenten en hij gebruikt ze naar beste vermogen. Rusland is niet langer een speeltje waarmee het Westen kan doen wat het wil’, schreef de kleindochter van Chroesjtsjov.


Een andere reden voor Poetins succes is dat zijn smetteloze uitstraling, zijn resolute uitspraken en zijn neiging de daad bij het woord te voegen een zalvende werking hebben op de nationale ziel. Zijn afkerige houding jegens het Westen, zijn duivelspact met de communisten, zijn voorkeursbehandeling voor defensie en zijn quichoteske strijd tegen het internationale terrorisme; Rusland slikt moeiteloos al zijn initiatieven omdat ze overgoten zijn met een saus van nostalgie. Poetins manifest heeft geen groter gewicht dan Jeltsins waarschuwing aan Bill Clintons adres dat deze ‘één minuut lang vergeten was dat Rusland een nucleaire grootmacht is’, maar beide verklaringen getuigen van een hervonden xenofobie die vooral sinds de bombardementen van de Navo op Servië de boventoon is gaan voeren.


Juist daarom zal Poetin niet — zoals Jeltsin in 1996 — door de media worden gedwongen tot de aftocht uit Tsjetsjenië. De aandacht van de media en het medeleven van het Russische volk gaan net als toen niet uit naar de slachtoffers onder de Tsjetsjeense burgerbevolking, maar alleen naar het lot van de Russische soldaten. Het enige waar het Russische volk van overtuigd moet worden, is het nut van de dood van zijn eigen zonen. De ‘nar’ Jeltsin kon onmogelijk de heldenrol vervullen die Poetin nu op zich neemt. Het aantal gesneuvelde militairen in de huidige Tsjetsjeense oorlog overschrijdt het aantal uit de eerste, maar Poetin kan ze met een gerust hart laten sterven voor het vaderland. Op de staats-tv worden reportages over trotse officiersweduwen afgewisseld met zijn eigen wraakzuchtige preken. ‘De kracht van een politicus meet je niet af aan kleine overwinningen, maar aan het feit dat hij in tegenspoed overeind blijft’, schrijft Izvestija. Dat Stalin anno 2000 van de lezers van de liberale krant Moskovski Komsomolets een derde plaats krijgt toebedeeld in de lijst helden van de twintigste eeuw (na de astronaut Joeri Gagarin en de bard Vladimir Vysotski) is ook niet te danken aan het feit dat hij zijn onderdanen onvoorbereid de Tweede Wereldoorlog instuurde, maar aan het feit dat hij hem won.



ALS MIJN TAXI op de Kamennoostrovski Prospekt moet wachten voor Poetins limousine, grijnst de taxichauffeur: ‘Voor hem stop ik graag, hij zal het land opruimen. Rusland is toe aan een soebbotnik.’ Als Poetin erin slaagt het volk te mobiliseren voor een ‘grote schoonmaak’, krijgt hij meer voor elkaar dan de sceptische westerse pers en politiek konden vermoeden. Een soebbotnik was ten tijde van de Sovjet-Unie het gebruik om een bepaalde zaterdag te besteden aan het opruimen van binnenplaatsen, het schoonvegen van fabrieken en het aanharken van plantsoenen. Sinds Poetin de scepter zwaait, vertoont de staatstelevisie spotjes waarin gezegd wordt dat je geen rommel op straat mag gooien. Reportages laten zien hoe burgers vrijwillig hele dorpen bouwen van afvalhout. Kranten schakelen over op aansporende koppen als: ‘Laten we zelf dat kapotte lampje in het trappenhuis vervangen!’ Veel westerse waarnemers willen het niet inzien, maar voor Russen zijn zulke verwijzingen duidelijk. Voor het eerst sinds Stalin staat er geen malende apparatsjik of dronkenlap aan het roer, maar iemand die zelf het voorbeeld geeft. Die pornotape kan Poetin alleen maar ten goede komen.