Grote vragen en kleine lettertjes

We leven in desoriënterende tijden. We worden geconfronteerd met een baaierd van grote problemen tegelijk: de klimaatcrisis, de vluchtelingencrisis, de groeiende kloof tussen arm en rijk, de opkomst, of beter, vestiging van het populisme en de versnippering van de politiek, de keerzijden van de digitale revolutie. De immense veranderingen die nu plaatsvinden op technologisch, sociaal en politiek gebied zorgen, zoals de filosoof Timothy Morton het noemde, voor ‘een traumatiserend verlies van houvast’ voor ons allemaal. En al die ontwrichtende veranderingen gaan gepaard met verlies van vertrouwen in de instituties: in de politiek, de wetenschap, de rechterlijke macht en niet in de laatste plaats in de journalistiek. Donald Trump spant met zijn sneren over het ‘fake news’ van de ‘enemy of the people’ de kroon, maar de geloofwaardigheid van de journalistiek wordt door velen in twijfel getrokken.

Dit is een zware inleiding om juist het belang van de journalistiek te benadrukken, en dan met name die journalistiek die zich op een genuanceerde, diepgravende manier over die grote veranderingen buigt en ook perspectief biedt. Die journalistiek heeft ook de wind mee en weet volop lezers te vinden, want juist in deze tijd is er behoefte aan verhalen die de wereld waarin wij leven weten te duiden, die context bieden, die op zoek zijn naar de structuur die onder losse incidenten ligt. Het zijn zeker zware woorden om een vormvernieuwing van De Groene Amsterdammer toe te lichten. De gesprekken op de redactie gaan grotendeels over de turbulente wereld van nu, over hoe we de veranderingen waar we middenin zitten in verhalen kunnen vangen. Maar als we willen dat onze urgente journalistiek de lezers vindt die ze verdient, is het ook zaak telkens na te denken over onze verschijningsvorm, zowel digitaal als op papier.

Onze journalistiek vindt steeds meer lezers, via onze vernieuwde site, maar ook dankzij de stijgende oplage van ons papieren weekblad. Omdat het aantal papieren lezers zo groeit (de laatste jaren met zo’n zes procent per jaar), wilden we ook in het blad investeren. Vanaf dit nummer krijgt De Groene wekelijks acht extra pagina’s om onze achtergrondverhalen wat royaler op te maken: ze krijgen meer beeld en meer wit. Het blad wordt ook op beter, iets zwaarder papier gedrukt, waardoor het beeld hopelijk meer uit de verf komt.

De afgelopen jaren kregen we regelmatig de kritiek van lezers dat De Groene wel erg streng was, er een beetje als huiswerk uitzag en dat onze teksten soms lastig lazen. Die kritiek hebben we ons aangetrokken. Om de leesbaarheid te vergroten hebben we de regelafstand in de stukken iets verruimd, wat meer wit tussen de letters en de kolommen toegevoegd. We hebben ook, zoals het heet, het bladritme versterkt door het verschil tussen compacte actuelere verhalen en achtergrondstukken aan te scherpen. De toegenomen ruimte voor beeld daarbij gaat overigens niet ten koste van de tekst: De Groene Amsterdammer blijft een blad voor lezers.

Onze urgente journalistiek eist dat we nadenken over onze verschijningsvorm

En omdat we toch bezig waren, introduceren we deze en volgende week een aantal nieuwe columnisten. In de rubriek ‘In medias res’, die wisselend verzorgd wordt door Marian Donner, Jan Postma en Joost de Vries, wordt gereflecteerd op ons gemediatiseerde leven. Dick Tuinder sluit zijn beeldcolumn af met een hele afscheidspagina en wordt opgevolgd door Floris Tilanus. Vanaf volgend nummer zal Ester Naomi Perquin in ‘Dichters & Denkers’ een tweewekelijkse poëziecolumn schrijven.

Tot slot komen we deze week ook met een nieuw onderdeel van onze website: ‘Mijn Groene’. Daar zien onze papieren abonnees in één oogopslag welke verhalen alleen digitaal zijn gepubliceerd. Daar kunnen in een persoonlijke ‘leeslijst’ verhalen worden bewaard, daar hebben abonnees direct toegang tot De Groene Filmclub. En daar kunt u ons ook laten weten wat u van onze vormverandering vindt.

Deze tijd, schreef Guardian-hoofdredacteur Katharine Viner onlangs, vereist dat journalistieke organisaties zich afvragen wie ze werkelijk zijn. Het antwoord ligt, stelde ze, in het verleden van de krant, in het heden, maar ook in de toekomst. Als we de vraag naar De Groene vertalen, is het antwoord dat wij hopen dat onze journalistiek de waarden uit onze geschiedenis reflecteert: aandacht voor de grote thema’s van de tijd, voor liberale waarden en voor een rechtvaardige samenleving. Daarbij gaat het om grote vragen, maar ook om kleine lettertjes, lettertypen, beginkapitalen, beeld en wit. Alles om De Groene ook sterk te maken in het heden en voor de toekomst.


Nog geen abonnee? Probeer de geheel vernieuwde Groene 10 weken op proef voor €15.