Autobiografieën Koningin Noor en Koningin Wilhelmina

Grote woorden, blinde liefde

Uit de autobiografieën van koningin Noor van Jordanië en van Wilhelmina blijkt dat ze door hun positie in een ingewikkelde spagaat kwamen te verkeren. Maar vrouwelijke vorsten hebben het voordeel dat ze dankzij hun sekse de irrationaliteit kunnen laten zegevieren.

Hoe zou Annie Leibovitz koningin Wilhel mina hebben gefotografeerd? In een Cadillac met open dak, vossenbontje achter zich aan wapperend, voor de gelegenheid klein sigaartje tussen de lippen? Of, ook voor de gelegenheid, aanminnig met Hendrik in de gouden koets? Nu moeten we het doen met die gestolde beelden van vroegoud en plomp, maar natuurlijk o zo krijgshaftig. Hoogtepunt van frivoliteit is de vastlegging van de verkleedpartij in de begin jaren van hun huwelijk. Juliana, ongeveer vijf jaar oud, met de onmiskenbare lome oog opslag, bevindt zich tussen haar ouders in. Bijschrift van haar moeder: «Tijdens ons verblijf op Huis ten Bosch gedurende de eerste wereldoorlog kleedden wij ons eens in costuums, die drie eeuwen tevoren in ditzelfde huis gedragen werden.»

Nee, dan koningin Noor en haar Sidi, oftewel koning Hoessein. Annie Leibovitz fotografeerde het stel op de motor, met als decor het Jordaanse woestijnlandschap. Snelheidsduivel Hoessein, grijzend ringbaardje, houdt ontspannen de handen op het stuur van zijn Harley Davidson, terwijl zijn prachtige jonge blonde Noor, lage schoenen, verbleekte strakke spijkerbroek, zich stevig tegen hem aan drukt. Bijschrift van Noor: «Een ontspannen uitstapje in Wadi Rum.» Later zou ze deze foto naar de Clintons sturen, die net als zij dol waren op Harley Davidsons. Noor wilde het presidentiële paar alvast warm maken voor alle leuke dingen die ze weer zouden kunnen doen als zijn termijn erop zat, nog niet vermoedende dat Hillary dan aan een inhaalslag zou beginnen.

Afgelopen voorjaar verschenen de memoires van koningin Noor in Nederlandse vertaling, Een leven in het teken van vrede, en het boek was meteen een groot verkoopsucces. Binnen vier maanden tijd verschenen er vijf drukken; inmiddels zijn er ruim 75.000 exemplaren verkocht. Hetzelfde aantal haalden de memoires van koningin Wilhelmina, Eenzaam maar niet alleen, al op voorhand in 1959. Er moesten in dat jaar drie drukken bij worden gemaakt, er werden er ruim honderdduizend verkocht. In 1961 kwam de pocketeditie, waarvan in februari dit jaar de dertiende druk verscheen. Koninginnen en hun autobiografieën doen het goed, al is het boek van Noor politieker dan je op grond van het glamouromslag zou verwachten, en dat van Wilhelmina juist weer religieuzer, op een bijna bezeten manier.

Nu hebben memoires in het algemeen vaak een sterk ritueel karakter, dat niet zo veel van doen heeft met een oprechte of getrouwe verslaglegging van een leven. Zeker als er een koninklijke hand in het spel is, moet er diplomatie worden bedreven en een hoger doel gediend. Wilhelmina schrijft in de inleiding van Eenzaam maar niet alleen dat de lezer niet moet verwachten dat haar boek een politiek of historisch relaas zal bevatten, en zelfs geen autobiografie: «Deze bewegen zich op een ander plan dan waarop hetgeen hier volgen zal zich voltrokken heeft. Ik wil dan ook de lezer verzoeken mij op dat hoge plan te volgen.» Waarop in cursieve letters wordt toegevoegd: «Wat hier aan de orde is, is het door God geleid zijn van ons volk, in verleden, heden en toekomst.»

Ook koningin Noor heeft bij het optekenen van Een leven in vrede permanent God voor ogen, al is haar God de belichaming van de boodschap van de islam. Het eigenlijke doel van haar boek ligt echter in het hier en nu: een beter begrip tussen oost en west: «Ook hoop ik dat er meer begrip en waardering zal ontstaan voor de echte waarden van de islam en voor de uitdagingen waarvoor de Arabische wereld zich heden ten dage gesteld ziet.»

Om maar met dat laatste te beginnen: mij hééft ze, zoals ook Sandra Bullock me heeft als ze als «Miss Congeniality» in de gelijknamige film zegt dat world peace haar grootste wens is, omdat ze van de andere missen heeft geleerd dat dit het enige juiste antwoord is als de jury je daarnaar vraagt. Noor heeft alles mee: haar verliefde bril waardoor alle Arabieren vriendelijke, beschaafde en gastvrije mensen worden en Jordanië het mooiste land op aarde is, haar innemende verschijning waarmee ze de ideale ambassadrice wordt van traditionele Jordanese gewaden, en haar vrouwelijke warmte.

Vanaf het moment dat zij, een 26-jarige Amerikaanse architecte, oudste dochter van de directeur van een luchtvaartmaatschappij, valt voor de vriendelijke ogen van de 42-jarige koning van Jordanië, zit zij weliswaar midden in een brandhaard, maar toch ook een beetje in een sprookje. En de lezer met haar. Saillante details zoals dat Hoessein een groot liefhebber van Abba is en Take a Chance on Me voor haar zingt, en dat hij door het gekonkel van Sadat met Carter niet wordt uitgenodigd voor een vredesbespreking, en dat zij zich opeens ge plaatst ziet tegenover een enorme kinderschaar — Hoessein was drie keer eerder getrouwd — smeedt ze tot een menselijk verhaal. Iedere oorlog, tussen Israël en Egypte, tussen Iran en Irak, tussen Koeweit en Irak, de VS en Irak, alle ellende tussen Israël en de Palestijnen, brengt Noor als een persoonlijk drama en nederlaag voor Hoessein, haarzelf en wisselende medestanders als Rabin en Clinton. Ook de strubbelingen met puberende kinderen en ex-echtgenotes komen aan de orde, de twijfels aan Hoesseins monogamie, de eenzaamheid na een miskraam en de last van de roddelpers.

Noor krijgt het koninginnendom in de schoot geworpen en maakt er het beste van. De wijze waarop zij voortdurend bezig is alle juwelen, paarden en huizen tot een minimum te be perken, en zich vol overgave aan goede werken te wijden, is even sympathiek als gratuit. En Hoessein, goed bevriend met werkelijk iedereen, van Beatrix tot Khadafi, was dat echt zo’n heilige? Ik wil het graag geloven als ik Een leven in het teken van vrede lees. Net als in de memoires van Wilhelmina gaat het hier immers om «een hoger plan», een plan waar ook de engste types zonder pardon aan tafel schuiven, zoals Saddam Hoessein en keizer Hirohito. Over de laatste schrijft Noor: «Hoe de waarheid ook luidde, de man die ik 42 jaar later leerde kennen, was een vriendelijke bejaarde van 82 met een niet al te beste gezondheid.»

Mits niet voortijdig vergiftigd, gewurgd of geëxecuteerd, eindigt iedere vorst als vriendelijke bejaarde. Wilhelmina was 75 toen ze haar memoires schreef, en vervuld van een missie. Bijna vijftig jaar na dato laat Eenzaam maar niet alleen, in het licht van alles wat inmiddels over haar leven bekend is, zich lezen als een ontroerend naïef document. De combinatie van de persoonlijke inzet («Een tweede eigenschap van mij was dat ik nooit verlegen was om een antwoord») en de vele kiekjes en proeven van eigen teken- en schilderkunst brengen haar vreemd nabij, op een beetje triestige manier. Alleen de hoge vlucht die de religieuze overgave van koningin Wilhelmina in de loop van haar leven nam, is nauwelijks volgbaar. Vooral tegen het einde zijn alle frasen over Christus die de Weg, de Waarheid en het Leven is, bijna niet meer te verdragen. Hugo Brandt Corstius betichtte haar in Propria Cures dan ook van «dementia religiosa». Hij was de enige, want verder werd er alleen maar eerbiedig en lovend over het boek geschreven. Volgens de meest recente biograaf van Wilhelmina, Cees Fasseur, was het succes van de koninklijke memoires in zijn tijd te danken aan de Koude Oorlog. De mensen waren bang voor het communisme en omhelsden maar al te graag met hun voormalige vorstin de oecumenische gedachte.

Vergeleken met de zendingsdrang van Wilhelmina, gestoeld op intens medelijden met het primitieve geloof van andere volkeren, is de bekering tot de islam van koningin Noor een wonder van verlichtheid. De schok die Wilhelmina ervoer op dertienjarige leeftijd toen haar met behulp van een scheikundige proef het ontstaan van het zonnestelsel aanschouwelijk werd gemaakt, is ze nooit meer helemaal te boven gekomen. Want hoe was dat te rijmen met het bijbelse scheppingsverhaal? Na haar geloofscrisis nam ze zich simpelweg voor nooit meer te twijfelen aan het bestaan van God.

Net als Noor zat Wilhelmina in de kooi van een star hofprotocol. Vriendinnen kon ze als kind nooit maken, hoogstens «kennissen». En dan dat moeizame huwelijk er achteraan. Uit Fasseurs biografie valt op te maken dat ze Hendrik tien minuten onder vier ogen spreekt alvorens de verloving wordt afgekondigd. Zelf schrijft ze over hun kennismaking dat een gezamenlijke wandeling hen zó uitstekend beviel «dat wij ons begonnen af te vragen of een wandeling hand in hand door het leven aan te bevelen ware». Over alle problemen en schandalen nadien geen woord, slechts in het zoetsappige en zalvende. «Hij had zo’n intense behoefte om leed te helpen verzachten.» Noor over Hoessein: «Hij was zo liefdevol, zacht aar dig, zelfverzekerd, vrijgevig en vergevingsgezind.»

De autobiografieën van Noor en Wilhelmina gelezen hebbende, is het bijna onmogelijk om geen oog te krijgen voor de ingewikkelde spagaat waarin zij door hun positie kwamen te verkeren. Én voor hun nobele intenties. Vrouwelijke vorsten hebben het voordeel dat ze dankzij hun sekse de irrationaliteit kunnen laten zegevieren. Wilhelmina ging er prat op hart en ziel te prevaleren boven verstand. Juist de herinnering aan haar man bracht in haar het zacht aardigste naar boven. Noor bidt nog dagelijks dat haar mans nalatenschap in haar voortleeft. En dus paraderen ze daar op die catwalk, Wilhelmina in haar vormloze jas, Noor in een eenvoudig kleed, in haar oren slechts het bovenste deel van de oorhangers die ze van de sjah van Perzië kreeg, «anders staat het zo protserig». Gevraagd naar wat hun grootste wens is, hoeven ze niet lang na te denken. World peace.

Koningin Noor van Jordanië

Een leven in het teken van vrede (oorspronkelijk

Leap of Faith: Memoirs of an Unexpected Life)

Vertaald door Carla Benink en Jeannet Dekker Uitg. Arena, 414 blz., Ä 22,50

Prinses Wilhelmina der Nederlanden

Eenzaam maar niet alleen

Uitg. Ten Have, 451 blz., 13e druk (1e druk 1959)