Jan Stroop

Groter als

De nummer één onder de taalverschijnselen die ergernis veroorzaken is het gebruik van als in plaats van dan bij de vergrotende trap: hij is groter als zijn broer. Nederlanders zijn ook meestal niet te lui om hun gesprekspartner op zijn fout te wijzen. Ik gebruik hier met opzet «gesprekspartner», want in geschreven Nederlands komt deze zogenaamde taalfout zelden of nooit voor.

Er is iets merkwaardigs aan de hand met dat groter als. Namelijk dat zoveel mensen die «foute» vorm gebruiken zonder het zelf in de gaten te hebben, terwijl ze bij veel moeilijkere onderdelen van het Nederlands nooit fouten maken. Zoals bij het werkwoord hoeven dat we alleen kunnen gebruiken als er een ontkenning of beperking bij staat. Ik hoef melk is fout. Het moet zijn: ik hoef geen melk of ik hoef maar een beetje melk. Er is nog nooit een onderwijzer geweest die ons dat heeft moeten leren. We hebben het verschijnsel in al zijn complexiteit in onze kinderjaren opgepikt, zoals we dat met 99,9 procent van alle ingewikkeldheden van onze moedertaal hebben gedaan, spelenderwijs en zonder uitleg.

Groter dan hoort daar dus niet bij. Het feit alleen al dat we hypercorrecte fouten maken als hij is even groot dan zijn broer, is een aanwijzing dat er met die vorm iets aan de hand is. De strijd tegen groter als is begonnen in 1730. Toen decreteerde de toneeldichter Balthasar Huydecoper onder meer dat groter als in plaats van groter dan een vorm van taalbederf was. Huydecoper wist ook precies wie daar de schuld van was: Alva, die «niet alleen de land- en kerk-, maar ook de taalwetten ’t onderste boven smeet en verwarde». Huy decoper meende ook dat we van de middeleeuwers kunnen leren hoe we behoren te spreken en te schrijven.

Overigens kwamen in het Middel-Nederlands de vormen groter dan en groter als al naast elkaar voor, voor een deel als synoniemen. En dat is altijd zo gebleven. Bij Vondel en Huygens, om maar eens twee taalvirtuozen te noemen, vind je net zo vaak als als dan: «Zoo waert ghy door dien raet niet schuldiger als zy» (Vondel); «Doodt zijn en is niet meer als een quaed leven derven» (Huygens). Trouwens ook Huydecoper zelf schreef groter als, althans vóór zijn bekering. Dankzij het enorme gezag dat hij had, hebben zijn decreten het tot op de dag van vandaag uitgehouden, ook al gaan zulke decreten in tegen het karakter van het Nederlands. Onze taal is op weg naar een systeem met maar één voegwoord van vergelijking. Het kunstmatig verdelen van twee soorten vergelijkingen over twee toevallig aanwezige woorden werkt dan niet. Dat bewijzen drie eeuwen van bestrijding en het dagelijkse voorkomen van het hyper correcte even groot dan, bij sprekers van alle rangen en standen, zoals uit mijn geluids archief blijkt.

Maar omdat er behoefte bestaat andermans taalgebruik te bekritiseren en omdat daar naast de spelling maar weinig middelen voor zijn, zal dat groter dan nog wel een tijdje kunstmatig in leven gehouden worden. Ik zou die ingezonden brieven ook niet graag missen.