Behind the Candelabra

Groter dan het leven zelf

In Steven Soderberghs biografische televisiefilm Behind the Candelabra, over kitschpianist Valentino Liberace en diens kleurloze vriendje Scott, dringen glitter en glamour door tot in het bloed van de personages. Personages die als mens verdwijnen.

De Nederlandse violist André Rieu is een wereldster, ook in Engeland. Een van zijn live-shows die recent in een aantal bioscopen in Engeland werd vertoond, bracht in één avond meer dan een half miljoen euro op, aldus de distributeur. Deze internationale populariteit is vooral vervreemdend: Rieu’s clowneske performances tegen een achtergrond van glitterwit en goudkleurig bordkarton zijn het toonbeeld van smakeloosheid. En toch stromen mensen erheen, nu zelfs naar bioscopen waar zij hem groter dan het leven zelf kunnen bewonderen.

Dat laatste lijkt doorslaggevend in het overrompelen van het publiek, en hierin heeft Rieu een voorganger, een man die er eveneens in grossierde klassieke muziek om te buigen tot kitsch: Wladziu Valentino Liberace, in 1919 in West Allis, Wisconsin, geboren als zoon van een Poolse moeder en een Italiaanse vader. Liberace, ‘Lee’ voor zijn vrienden, kreeg een klassieke-muziekopleiding, maar realiseerde zich al gauw dat hij weinig had aan de welbekende componisten. Net als Rieu nu bedacht Liberace daarom in de jaren zeventig en tachtig een eigen, spectaculaire show met, zoals hij het stelde, ‘muziek zonder de saaie stukken’. Zo werd de man met haar zo stug als stalen wol en een gezicht dat eeuwig glimlachte in no time de koning van Las Vegas, lieveling van kijkers over de hele wereld, naar eigen zeggen de eerste ‘matinee idol on television’.

Het is natuurlijk wat makkelijk om Rieu en Liberace smakeloos of vulgair te noemen. Evident is immers de wijze waarop ze complexe stukken vereenvoudigen zodat het publiek vooral niet hoeft na te denken bij de shows. Minder eenvoudig is het duiden van de impact van deze sterren. Ze lijken vooral producten van een cultuur waarin eenvoud en oppervlakte overheersen. Hun hegemonie wordt mogelijk gemaakt door de machinerie van een extreem gedemocratiseerde entertainmentindustrie, gekenmerkt door talent shows op televisie waaraan gewone mensen meedoen, terwijl ze zelden of nooit een écht origineel talent hebben. Deze programma’s zijn groots opgezet en bieden de deelnemers het vooruitzicht op beroemdheid. Want daar gaat het om: een celebrity worden. Een idol. En níet om datgene wat nódig is om beroemd te worden. Maar hier wringt de schoen. Rieu en Liberace zijn wel degelijk echte musici: de een speelt al sinds zijn vijfde viool, de ander is een begenadigd pianist die niet zou hebben misstaan in een belangrijk orkest.

Maar Liberace, als hij zo getalenteerd was, waarom verkoos hij Las Vegas boven de Royal Albert Hall? Een dag nadat ik Behind the Candelabra zag, Steven Soderberghs biografische televisiefilm over Liberace, met een schitterend acterende Michael Douglas in de titelrol, stemde ik af op bbc4 waar op dat moment een programma over klassieke muziek te zien was. Het was een uitvoering van Mahlers Vijfde door het Bamberg Symphony Orchestra onder leiding van de Brit Jonathan Nott. De producenten was er alles aan gelegen het programma, dat een paar uur duurde, toegankelijk te maken voor een groot publiek. De presentatrice was een jonge, aantrekkelijke vrouw gekleed in een nauw sluitende jurk met een laag decolleté bedekt door zwart, doorschijnend kant. Tijdens haar interview met de dirigent werd hartelijk gelachen en de camera bracht haar open gezicht en flonkerende ogen opvallend vaak in beeld. Maar toen begon het stuk, en het verschil met Liberace’s ‘muziek’ kon niet groter zijn. Hier was opperste concentratie vereist, niet alleen van de musici die alles uit de kast haalden om de veeleisend dirigerende Nott te volgen, maar ook van het publiek. Ook al zaten ze casual gekleed in het auditorium, ze moesten bij de les blijven wilden ze iets van deze uitvoering van Mahler meekrijgen.

Het verschil tussen Candelabra en Mahler op bbc4 kon niet groter zijn. Soderberghs film begint met een Liberace-show in Las Vegas, bijgewoond door een jongeman van zeventien uit Wisconsin die vol bewondering naar de entertainer op het podium kijkt. De man, Scott Thorson, is er met een vriend, ‘one of those San Francisco fellows’, zoals zijn pleegvader het stelde. Als Scott verwonderd om zich heen tuurt en ziet hoe het publiek, bestaande uit gewone mensen, toeristen uit staten als Wisconsin, geniet van de kunsten van Liberace reageert zijn vriend: ‘O, zij hebben geen idee dat hij homoseksueel is.’ Maar ook Scott kijkt gefascineerd, dromerig, naar de wolk van veren en wit en goud achter de piano. Je ziet hem verleid worden, niet door de inhoud van de muziek, zelfs niet door de fladderende vingers van de showman, maar door de belofte van rijk en beroemd zijn.

Scott Thorson kon niets en hij kan nog steeds niets. Het enige wat hij kan is interviews geven, zoals vorig jaar op cnn.

Larry King: ‘Was je, naar jouw beste weten, gay?’

Scott Thorson: ‘Ik denk het niet, ik bevredigde hem. Hij zei ooit tegen mij: “Scott, je hebt de belangrijkste baan in mijn bedrijf, en dat is om mij gelukkig te maken en mij te bevredigen.” Vergeet niet, Larry, dat ik toen nog een kind was.’

Larry: ‘Ja, ik weet dat.’

Scott: ‘Ik was in pleeghuizen. En opeens zat ik tussen al die rijkdom en beroemdheden. Dus, ik deed gewoon wat ik moest doen.’

Larry: ‘Ben je hetero?’

Scott: ‘Ja.’

Een paar maanden later vertelde Thorson in de radioshow van Howard Stern dat hij seks met Michael Jackson had gehad. Hij beschreef hierbij in detail hoe saai de King of Pop in bed was en vergeleek dat met de ‘kunsten’ van Liberace, die volgens hem een lelijke, met siliconen ingespoten penis had. Thorson liet zich in Sterns studio fotograferen, hip gekleed in jasje en T-shirt en met een gouden horloge aan zijn pols en een grote ring aan zijn vinger.

Misschien is ‘bevrediging’ het belangrijkste motief: Behind the Candelabra laat zien dat zowel Liberace als zijn lover Thorson en hun volgelingen iets nodig hebben, naar iets hunkeren, als verslaafden naar een hit, en dat iets vinden ze in een duivelspact tussen artiest en publiek. Sensatie en vermaak in ruil voor geld en een celebrity-status. Maar wat Liberace biedt is leeg. Het publiek lijkt ook weinig onderscheid te kunnen maken tussen inhoud en vorm, en de vorm is overheersend: wie naar de shows in Las Vegas gaat, wordt vermaakt, maar het draait allemaal om de performer en niet om de performance. Omdat de performer centraal staat is niet alleen van belang wat hij op het podium doet, maar ook wat hij thuis doet. En hoe hij dat doet. En met wie. Roddel, celebrity gossip, het levensverhaal – dát is de echte show. Larry King, Howard Stern en ook de presentatoren van RTL Boulevard zijn grotere sterren dan de ‘sterren’ die bij hen plaatsnemen om over hun leven te vertellen – over hun leven, niet over wat ze doen als artiest.

Het boeiende aan Behind the Candelabra is Soderberghs kritiek op dit leven van entertainment. Zijn film is een aanklacht tegen de boulevardcultuur. De ironie is verschrikkelijk: Scott Thorson kwam bij Liberace, die zijn woning tegenover de jongen omschrijft als ‘palacial kitsch’, om beroemd te worden. Maar dan wel door iets te doen. Hij probeert liedjes te schrijven. Te moeilijk. Veel makkelijker is het om beroemd te worden door vooral niets te doen, door alleen maar het speeltje te zijn van de pianist die niet van foute jongens kan afblijven. Niet dat Thorson fout is. Integendeel, in de film speelt Matt Damon hem als een vriendelijke, open jongen die van binnen verrot naarmate hij verder in de greep raakt van Liberace en diens meedogenloze visie op het sterrendom. Aanvankelijk kan de pianist geen genoeg krijgen van de jongen uit Wisconsin, die verzucht: ‘Lee, vier keer sinds lunch!’ Waarop Lee trots antwoordt: ‘Ik heb implantaten…’

Soderberghs verdienste is dat hij er niet alleen in slaagt de geestelijke corruptie van deze wereld te schetsen, maar ook de tragiek van beide personages. Dat blijkt onder meer als Liberace zijn jonge geliefde van de noodzaak van plastische chirurgie overtuigt. De reden voor de ingrepen is even triest als treffend: Liberace wil dat Scott ‘familie’ van hem wordt. Hiertoe dienen Scotts gelaatstrekken zo te worden veranderd dat ze elkaars genen lijken te hebben. Lee wil van Scott zijn zoon maken. Hoe wrang: zelfs iets zo natuurlijks als elkaars biologische eigenschappen delen wordt in deze volledig gefabriceerde wereld iets artificieels. De glitter en glamour dringen door tot in het bloed van deze mensen en transformeren zich tot gif in het systeem. Scott, nu volledig in de ban van Liberace, gaat akkoord met een uitgebreid programma van gewichtsverlies en verminkende chirurgie. Hij verliest alle controle en geeft zich ook nog over aan drugs en pillen. Hij verdwijnt als mens.

Liberace ziet niets, behalve zijn eigen leven. Wanneer hij Scott inruilt voor een mooier en jonger exemplaar is hij even meedogenloos als wanneer hij over zijn ‘vak’ praat. ‘We zijn hier niet om de wereld te veranderen’, zegt hij, ‘maar om de wereld te vermaken en om souvenirs te verkopen.’ Hoogtepunt van zijn carrière is een optreden tijdens de uitreiking van de Academy Awards, waarbij hij andermans composities speelt op een zo verteerbaar mogelijke wijze. In 1987 sterft hij aan de gevolgen van aids.

De film eindigt met Michael Douglas die breekbaar een liedje zingt, misschien verwijzend naar Liberace in zijn nadagen, toen hij wellicht iets door had van de futiliteit van zijn leven. Douglas prevelt lyrisch: ‘To reach the unreachable star.’


Behind the Candelabra draait nu in de bioscoop