Ingezonden brieven

Grrr

De vuile oorlog

De hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer vindt het nodig zo af en toe in de hem eigen ironiserende stijl te getuigen van zijn republikeins hobbyisme. Het zij hem gegund, tenslotte heeft iederéén recht op zijn idiosyncrasieën. Maar zijn hobby mag hem niet blind maken voor wangedrag van een van zijn medewerkers. Want als satraap Zwaap, niet voor de eerste keer overigens, zijn republicanisme rabiaat meent te moeten botvieren door het koninklijk huis in zijn privé-doen-en-laten te attaqueren («De vuile oorlog van Beatrix» in De Groene van 2 december), dan gaat er van alles goed mis.

Wie stelt dat de koningin «pal achter de Argentijnse Nacht und Nebel» staat, verdient het een smaadproces aan de broek te krijgen, aangezien een kennis makingsdiner met de toekomstige schoonouders van haar zoon zelfs niet de geringste grond vormt voor een dergelijke aantijging. Wanneer Zwaap insinueert dat het huis van Oranje sinds een eeuw vanwege huwelijkskeuzes affiniteit vertoont met de Beierse ss/sa/nsdap-mentaliteit uit de jaren twintig, dan spreekt daar bovendien een diepe minachting uit voor het intelligentiepeil van de modale Groene-lezer. En de op de persoon gerichte demagogie van dit geschrijf vindt zijn dieptepunt in de suggestie dat Beatrix «een vuile oorlog» tegen het parlement aan het voeren is en daarmee haar constitutionele bevoegdheden zou oprekken. Nog afgezien van de disproportionaliteit tussen een «vuile oorlog» en een uit de lucht gegrepen beïnvloeding van de volksvertegenwoordiging levert deze onsmakelijke vergelijking, via de geïmpliceerde verwijzing naar Videla, een nadere fundering voor de aanklacht wegens (goddelijke) majesteitsschennis.

Wat iemand ertoe brengt als een ongeleid projectiel zo uit te pakken is mij een raadsel. Noon tali auxilio, zouden fatsoenlijke republikeinen moeten verzuchten. De schrijver van dit soort brallerige stukjes zou op z'n minst de lacune in zijn journalistenopleiding moeten goed maken door zich in te schrijven voor een beginnerscursus argumentatieleer. Hij zou daar bijvoorbeeld kunnen leren dat abjecte kritiek op privé-gedragingen van leden van het koninklijk huis en een pleidooi voor de republiek als staatvorm niets met elkaar te maken hebben. In elk geval lijkt het mij een redelijk verzoek als abonnee hoe dan ook in het vervolg gevrijwaard te mogen blijven van verdere plaatsvervangende schaamte, die ik ondervind bij het lezen van dit soort verhalen.

J.A.M. VAN AMERONGEN, Peize
George Steiner

Dat er lieden onder ons zijn die een hartgrondige afkeer koesteren voor cultuurpessimistische beschouwingen is nog aanvaardbaar te noemen. Er zijn nu eenmaal individuen die slechts in staat zijn om aan de oppervlakte der dingen rond te spartelen. Ook zij hebben uiteraard het recht om hun kleine zaakjes te doen, hun kleine geluk te maken en alle grote woorden — hard en ijskoud — te vergeten! Doch dat alles is geen reden om de wat luxere exemplaren van de menselijke soort als bijvoorbeeld George Steiner te bezoedelen met allerlei kleinvee-uitwerpselen (zoals Rob Hartmans doet in zijn artikel «Eindelijk tijd voor Dante» in De Groene van 2 december). Geloof me, mensen als Steiner zouden als zij niet bij voortduring de immense troost zouden ondergaan van hun wijsheid-en-kennis nog enkel een beestachtig gebrul kunnen slaken!

W. GERTH, Sellingen